Oefentoets LE1

kd Padel LE1 Oefentoets
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Keuzedeel PadelMBOStudiejaar 2-4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

kd Padel LE1 Oefentoets

Slide 1 - Tekstslide

1/21

Introductie. Maak de zin af...

Padel is een racketsport die elementen van…
A
tennis en squash combineert
B
tennis, squash en tafeltennis combineert
C
tennis, squash en badminton combineert
D
tennis, squash en speedminton combineert

Slide 2 - Quizvraag

2/21

Padel internationaal!

De afkorting IPF staat voor

A
Internationaler Padel Ferbant
B
International Padel Federation
C
Internationale Padel Ferbond
D
I Play Furious

Slide 3 - Quizvraag

3/21 The Rules and Regulations Committee
van de IPF bepaalt de omvang van het
speelveld en de hoogte van de wanden.
Hiernaast 4 afbeeldingen.

Welke van de vier afbeeldingen van het speelveld
met de wanden worden door de FIP toegestaan
bij officiële wedstrijden?
A
Alleen de afbeeldingen linksboven en linksonder zijn toegestaan
B
Alleen de afbeeldingen rechtsboven en rechtsonder zijn toegestaan
C
Alleen de afbeelding rechtsboven is toegestaan
D
Alle vier de afbeeldingen zijn toegestaan

Slide 4 - Quizvraag

4/21

The Rules and Regulations Committee van de IPF bepaalt de regels van het spel.

Hoe hoog moet het net zijn?

A
In het midden 86 cm hoog, aan de zijkanten 90 cm hoog
B
In het midden 88 cm hoog, aan de zijkanten 92 cm hoog
C
In het midden 90 cm hoog, aan de zijkanten 94 cm hoog
D
In het midden 92 cm hoog, aan de zijkanten 96 cm hoog

Slide 5 - Quizvraag

5/21 The Rules and Regulations Committee
van de IPF bepaalt de regels van het spel.

Voldoet het net op de afbeelding
aan de regels?

A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quizvraag

6/21 Afmetingen

De padelbaan heeft een afmeting van


A
9 bij 18 meter
B
10 bij 18 meter
C
10 bij 20 meter
D
11 bij 20 meter

Slide 7 - Quizvraag

7/21 Belijning

Hoe wordt de lijn genoemd
bij de rode pijl?



A
De korte servicelijn
B
De breedte servicelijn
C
De servicelijn
D
De service achterlijn

Slide 8 - Quizvraag

8/21 Belijning

Hoe wordt de lijn genoemd
bij de rode pijl?



A
De verticale service lijn
B
De centrale servicelijn
C
De lengte servicelijn
D
De lange servicelijn

Slide 9 - Quizvraag

9/21 The Rules and Regulations Committee van de IPF bepaalt de regels van het spel.

Welke minimale hoogte hanteert de IPF dat de bal boven grond moet kunnen worden gespeeld?



A
Minimaal 6 meter boven het net, minimaal 5 meter boven de achterwand
B
Minimaal 7 meter boven het net, minimaal 6 meter boven de achterwand
C
Minimaal 6 meter boven het gehele veld
D
Minimaal 7 meter boven het gehele veld

Slide 10 - Quizvraag

10/21

Ballen

Wat is het verschil tussen een tennisbal en een padelbal?




A
De kleur is anders
B
Een padel bal is zwaarder dan een tennisbal
C
Een padelbal is groter dan een tennisbal maar wel even zwaar als een tennisbal
D
Een padelbal is kleiner dan een tennisbal maar wel even zwaar als een tennisbal

Slide 11 - Quizvraag

11/21 Ballen

Test: jij laat de bal vanaf 2.54 meter hoogte vallen op een harde ondergrond.

Hoe hoog moet de bal stuiteren om te weten of de bal nog goed is?




A
1.35 meter
B
1.25 meter
C
1.15 meter
D
1.05 meter

Slide 12 - Quizvraag

12/21 Spaanse Toss

Hoe werkt de Spaanse Toss





A
Elke speler moet de bal gemakkelijk naar de tegenstander spelen totdat iedereen de bal twee keer geraakt heeft. Hierna mogen de spelers een punt proberen te scoren.
B
Elke speler moet de bal gemakkelijk naar de tegenstander spelen totdat iedereen de bal één keer geraakt heeft. Hierna mogen de spelers een punt proberen te scoren.
C
Met een Spaanse peseta (nu 1 euromuint) kop of munt gooien
D
Een Spaanse peseta (nu 1 euromunt) met links opgooien en met rechts vangen (kop of munt)

Slide 13 - Quizvraag

13/21 Service.

De serveerder begint het spel door de bal diagonaal over het net te serveren naar het tegenovergestelde servicevak.

Beschrijf de positie van de ontvanger.


A
De ontvanger moet achter de servicelijn in de diagonaal staan.
B
De ontvanger mag overal gaan staan
C
De ontvanger mag overal in de diagonaal aan zijn kant van de centrale servicelijn staan
D
De ontvanger moet met minimaal één voet achter de servicelijn staan

Slide 14 - Quizvraag

14/21 Service.

De serveerder speelt de bal diagonaal via het net en stuitert daarna twee keer in het servicevak van de tegenstander.

Is de service goed of fout?


A
De service raakt het net en stuitert in het service vak van de tegenstander en moet dus over
B
De service raakt het net maar stuitert twee keer in het service vak van de tegenstander en is dus fout
C
De service raakt het net maar stuitert twee keer in het service vak van de tegenstander en is dus goed
D
De service mag het net raken maar niet twee keer stuiteren in het service vak van de tegenstander. Punt gaat naar serveerder.

Slide 15 - Quizvraag

15/21 Service.

De serveerder speelt de bal diagonaal in het servicevak van de tegenstander en gaat na de stuit via de achterwand tegen het gaas van de zijwand.

Is de service goed of fout?



A
De service is goed.
B
De service is fout.
C
De service is fout omdat de achterwand wordt geraakt.
D
De service is fout omdat uiteindelijk het gaas van de zijwand wordt geraakt.

Slide 16 - Quizvraag

16/21 Technieken

Je kunt de chiquita inzetten om de tegenstander in beweging te krijgen en/of de netpositie terug te veroveren.

Waar ligt het raakpunt van de bal bij de chiquita?




A
Net voor je voorste knie
B
Ver voor je
C
Zowel ver naast je als iets voor je
D
Schouderhoogte ver naast je en iets voor je

Slide 17 - Quizvraag

17/21 Lesgeven

Je krijgt een nieuwe les met vier deelnemers.

Wat doe jij nadat jij jezelf hebt voorgesteld?





A
Jij bespreekt de veiligheidsregels
B
Jij maakt kennis met de vier nieuwe deelnemers
C
Jij start met de uitleg van de spelregels
D
Jij gaat starten met de uitleg van de service

Slide 18 - Quizvraag

18/21 Speelsterkte
De KNLTB heeft voor padel het systeem voor het toepassen van de speelsterkte overgenomen van het tennis.

Wat is de laagste categorie van speelsterkte?





A
Categorie 6
B
Categorie 7
C
Categorie 8
D
Categorie 9

Slide 19 - Quizvraag

19/21 Speelsterkte

De KNLTB heeft voor padel het systeem voor het toepassen van de speelsterkte overgenomen van het tennis.

Wat is de laagste categorie waarop spelers bij toernooien kunnen inschrijven?





A
Categorie 5-6
B
Categorie 6-7
C
Categorie 7-8
D
Categorie 8-9

Slide 20 - Quizvraag

20/21 Speelsterkte

Een deelnemer heeft op jouw stage bij Valkenhuizen de 4 introductielessen gevolgd en verder geen ervaring met racketsporten. Ze wil graag aanmelden voor een padeltoernooi bij T.V. Beekhuizen (Velp). Op het toernooi worden de categorieën 6-9 aangeboden.

Wat adviseer jij de deelnemer?
A
Meld je aan voor categorie 9
B
Meld je aan voor categorie 8
C
Meld je aan voor categorie 7
D
Eerst lid worden van de KNLTB

Slide 21 - Quizvraag

21/21 Speelsterkte

Als jij als tennisser een padel speelsterkte wilt aanvragen moet jouw tennisvereniging deze bij de KNLTB voor jou aanvragen.

De KNLTB houdt bij zulke aanvragen de volgende regel aan:

A
Tennissers krijgen een 2 punten hogere speelsterkte bij padel (tennis 6, padel 4)
B
Tennissers krijgen een 1 punten hogere speelsterkte bij padel (tennis 6, padel 5)
C
C. Tennissers krijgen een gelijke speelsterkte bij padel (tennis 6, padel 6)
D
Tennissers krijgen een 1 punt lagere ranking bij padel (tennis 6, padel 7)

Slide 22 - Quizvraag