Week 7 Uitleg sectoren + Zorg en Welzijn

Welkom R2_1a:)
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom R2_1a:)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gaat het? :)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?

  • Eerste uur: uitleg LOB: sectoren.
  • Tweede uur: 
  • Opdracht. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Regels in de les
  • Als ik praat is het stil. 
  • Wil je iets zeggen? Dan steek je je vinger op. 
  • Wij luisteren na elkaar. 
  • Wij schreeuwen niet. 
  • Ik werk goed op de laptop en let op.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel:

  • Ik weet wat een sector is. 
  • Ik weet wat logistiek is. 
  • Ik kan een sector noemen. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit beroep?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Timmerman

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit beroep?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Metselaar

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De metselaar is aan het...
A
Metselen
B
Masseren
C
Metsel

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit beroep?
A
Schoonheidsvrouw
B
Vrouwspecialist
C
Schoonmaker
D
Schoonheidsspecialiste

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit beroep?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schoonheidsspecialiste
Nagelstyliste

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet dit beroep?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Metselaar

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metselaar

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een sector? 
  • Een sector is een groep beroepen die bij elkaar passen.

  • Ze passen bij elkaar omdat het werk op elkaar lijkt,

  • of omdat mensen in dezelfde sector werken.

  • Tijdens de lessen gaan we kijken naar de belangrijkste sectoren waar je kunt werken.
Uitdelen en opschrijven

Slide 17 - Tekstslide

Op school hebben we een twee jarig programma. We kijken naar de belangrijkste sectoren waarin je kan werken. 

Leg uit: “Een sector is een groep beroepen die bij elkaar horen.” Geef voorbeeld kok + ober = horeca.

Zegt het woord sector na.
1. Horeca
Beroepen in hotels, restaurants en cafés.
Bijvoorbeeld: kok, ober, gastheer/vrouw, barman.

Slide 18 - Tekstslide

Op school hebben we een twee jarig programma. We kijken naar de belangrijkste sectoren waarin je kan werken. 
2. Zorg en Welzijn
Beroepen die voor mensen zorgen. 
Bijvoorbeeld: doktersassistent, fysiotherapeut, ouderenzorg, les assistent. 

Ook: kapper, schoonheidsspecialist.

Slide 19 - Tekstslide

Op school hebben we een twee jarig programma. We kijken naar de belangrijkste sectoren waarin je kan werken. 
3. Techniek
Beroepen die voor dingen maken en ontwerpen.

Bijvoorbeeld: machinebouw, elektrotechniek, constructie. 

Slide 20 - Tekstslide

Op school hebben we een twee jarig programma. We kijken naar de belangrijkste sectoren waarin je kan werken. 
4. Groen en Milieu
Beroepen in natuur, bos en openbaar groen.

Ook: landbouw en tuinbouw. 

Slide 21 - Tekstslide

 Milieu = de wereld waarin wij wonen (bijvoorbeeld de lucht, de grond en het
water)
5. Handel en Ondernemen, Logistiek 

Beroepen in winkels en transport

Ook: economie en administratie. 


Handel
Spullen kopen en verkopen
Ondernemen
Een eigen bedrijf hebben

Slide 22 - Tekstslide

Handel = spullen kopen en verkopen.
Ondernemen = je hebt een eigen bedrijf. Bijvoorbeeld een eigen winkel



Logistiek is het plannen, organiseren, besturen en uitvoeren van de stroom van goederen, diensten en bijbehorende informatie. Het zorgt ervoor dat spullen op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid en op de juiste plek aankomen, van de maker tot de koper. Belangrijke onderdelen van logistiek

Transport: Het verplaatsen van goederen per vrachtwagen, schip, trein of vliegtuig.Opslag (warehousing): Het veilig bewaren van producten in een magazijn tot ze nodig zijn.Voorraadbeheer: Het bijhouden hoeveel producten er zijn en wanneer er nieuwe moeten komen.Orderpicking: Het verzamelen en klaarmaken van de bestelde spullen voor de klant.Informatiestroom: Het delen van data over de status en locatie van de zending.
 Logistiek =
  • Logistiek is het plannen, organiseren, besturen van spullen.
  • Het zorgt ervoor dat spullen op de juiste plek aankomen, van de maker tot de koper.
 

Slide 23 - Tekstslide

Logistiek is het plannen, organiseren, besturen en uitvoeren van de stroom van goederen, diensten en bijbehorende informatie. Het zorgt ervoor dat spullen op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid en op de juiste plek aankomen, van de maker tot de koper.Belangrijke onderdelen van logistiek

Transport: Het verplaatsen van goederen per vrachtwagen, schip, trein of vliegtuig.Opslag (warehousing): Het veilig bewaren van producten in een magazijn tot ze nodig zijn.Voorraadbeheer: Het bijhouden hoeveel producten er zijn en wanneer er nieuwe moeten komen.Orderpicking: Het verzamelen en klaarmaken van de bestelde spullen voor de klant.Informatiestroom: Het delen van data over de status en locatie van de zending.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een sector?
A
Iemand die werkt in de techniek.
B
Een groep beroepen die bij elkaar passen.
C
Iets wat te maken heeft met de toekomst.
D
Een soort school.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat de afkorting HORECA voor?
A
Hotel, reizen en catering
B
Horeca, recreatie en cafés
C
Hotel, restaurants en cafés
D
Hotel, restaurants en camping

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar werkt een receptioniste vaak?
A
In een garage
B
In een hotel
C
Op een boerderij
D
In een kapsalon

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk beroep zie je op de foto?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie hoort niet bij horeca?
A
B
C
D

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet een fysiotherapeut?
A
Helpt mensen met lichamelijke klachten
B
Helpt mensen met aankleden
C
Praat met mensen met mentale klachten
D
Helpt vooral oude mensen

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke persoon werkt in de sector zorg?
A
Kok
B
Fysiotherapeut
C
Hovenier
D
Loodgieter

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je iemand die oude mensen verzorgd?
A
Verzorgende
B
Chauffeur
C
Verkoper
D
Vergetende

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een kapper hoort bij de sector:
A
Techniek
B
Horeca
C
Handel en Ondernemen
D
Zorg en Welzijn

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werkblad sectoren 
timer
10:00

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 
  • Maak viertallen. 
  • Elk groepje krijgt een setje met beroepenkaartjes. 
  • Leg dat beroep bij de juiste sector. 
  • Let op! Soms valt een beroep in meerdere sectoren.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Regels op school 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies