Wonen les 2

Wonen
Les 2: Methodisch handelen



1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WonenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wonen
Les 2: Methodisch handelen



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  1. AWR
  2. Praktische zaken doorlopen
  3. Terugblik
  4. Lesdoelen
  5. Theoretische gedeelte
  6. Aan de slag
  7. Lesdoelencheck en afsluiting les

Slide 3 - Tekstslide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
5 min. Energizer
4 min. lesdoelen
3 min. Programma
20 min  Uitleg en Opbouw vak
10 min  Theoretische gedeelte
20 min  Leeractiviteit 2
10 min Lesdoelen check
3 minuten afsluiting les

80 min. totaal




Moduleplanning, rubric's en eindopdracht
Pak de moduleplanning, eindopdracht en rubric's erbij.  We gaan deze klassikaal doornemen! De documenten vindt je ook digitaal op Teams > BGER > Fase 2 > Wonen

LET OP: TIJDENS DEZE MODULE MAKEN WE GEEN GEBRUIK VAN SHAREPOINT!


Eindopdracht: Gedragsobservatie BPV + vaardigheidsgesprek
  1. Inleverdatum: Vrijdag 16 juni 2023 vóór 23:59 uur.
  2. Herkansing: Vrijdag 23 juni 2023 vóór 23:59 uur. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doornemen met elkaar.. 
  1. Moduleplanning
  2. Eindopdracht
  3. Rubric 1 Gedragsobservatie
  4. Rubric 2 Verantwoordingsgesprek

Weet jij wat je nu moet doen op je stage?
Is de eindopdracht helder en kan je hiermee aan de slag?
Zijn de twee rubric's duidelijk? 
Zijn er nog vragen?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
Elke les staan we stil bij wat we de vorige les hebben besproken. 


- Heb jij nog vragen over de vorige les?
- Wat is je bijgebleven van de vorige les?





Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel weken duurt de module 'wonen'?
A
9 weken
B
10 weken
C
15 weken
D
20 weken

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet het werkproces dat bij deze module hoort?
A
B1-K1-W2 ondersteunt de cliënten bij huishouden
B
B1-K1-W3 ondersteunt de cliënt bij wonen en huishouden
C
B1-K1-W2 ondersteunt de cliënt bij wonen
D
B1-K1-W2 ondersteunt de cliënt bij wonen en huishouden

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar let je op als je jouw begeleidingsstijl afstemt op de zorgvrager?
A
Manipuleert hij?
B
Is hij wantrouwig?
C
Hoe zelfstandig is hij al?
D
Het soort doel dat hij heeft

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen begeleidingsstijl?
A
Autoritair
B
Sensitief
C
Permissief
D
Autoritatief

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij de autoritaire begeleidingsstijl
A
Bepaalt de begeleider wat er moet gebeuren
B
staat de client centraal
C
Staat de situatie centraal
D
heeft de client veel keuzes

Slide 11 - Quizvraag

De begeleider: 
Controleert
Bepaalt wat moet gebeuren en geeft veel instructie
Heeft een leidende rol en weet wat het beste is voor de cliënt
Stelt hoge eisen aan de cliënt
Verwacht gehoorzaamheid van de cliënt
Vindt het belangrijkste doel van begeleiden het overdragen van kennis, vaardigheden en regels

Bij welke begeleidingsstijl geef je de cliënt de meeste ruimte- of vrijheid?
A
Autoritaire begeleidingsstijl
B
Autoritatieve begeleidingsstijl
C
Permissieve/Laisser faire begeleidingsstijl

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt onder een begeleidingsstijl verstaan?
A
De manier waarop de begeleider zelf met de begeleidingsmethodiek omgaat/of deze toepast.
B
Begeleidingsstijl is vastgelegd en bestaat uit bepaalde richtlijnen of stappen die je opvolgt als begeleider.
C
Een vaste, weldoordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.
D
De begeleidingsstijl zegt dus meer over de persoon van de begeleider.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Je handelt methodisch waarbij je de volgende stappen volgt:

• Beginsituatie in kaart brengen
• Vaststellen van wensen, behoeften en problemen
• Doelen formuleren
• Plannen maken en uitvoeren
• Evalueren

Je kan diverse begeleidingsdoelen inzetten, passend bij de cliënt en de situatie
• Structuur bieden
• Overlaten versus overnemen
• Gedragsverandering stimuleren
• Motiveren

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theoretische gedeelte

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Methodisch werken
Methodisch werken houdt in dat je een vaste werkwijze aanhoudt bij de begeleiding. Door methodisch te werken, kun je de begeleiding verantwoorden en laten aansluiten op de cliënt.

  • Je krijgt een compleet beeld van de situatie, de cliënt en zijn omgevingsfactoren. 
  • Je kan de begeleiding persoonsgericht maken. 
  • Door de stappen regelmatig te evalueren, kun je de begeleiding ook bijstellen wanneer dit nodig is. 
  • Je  manier van begeleiden op de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt aanpassen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag met methodisch werken
Instructie:
  • Pak het boek Methodisch begeleiden
  • Lees thema 1 Methodisch handelen en vraaggericht werken (paragraaf 1.1 t/m 1.3)

Maken: Verwerkingsopdrachten Boomberoepsponderwijs
  • Boek Methodisch begeleiden
  • Thema 1: opdracht 3, 4 en 5

Na het maken van de verwerkingsopdrachten krijg je vragen hierover.. 



timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de stappen om methodisch te werken?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Doelgericht werken is
A
Je voert de begeleiding uit om een doel te bereiken. Dit heet doelgericht handelen.
B
Je observeert de begeleiding uit om een doel te bereiken. Dit heet doelgericht handelen.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Systematisch handelen is
A
Je gaat NIET in een volgorde het doel proberen te behalen.
B
Je gaat in een volgorde stappen zetten moeten worden om het doel te behalen.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Procesmatig handelen is
A
Iedere stap moet aansluiten op de volgende stap. Dat heet procesmatig handelen.
B
De stappen hoeven NIET aan te sluiten op de volgende stap. Dat heet procesmatig handelen.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bewust handelen is
A
Methodisch handelen houdt ook in dat je altijd weet wat je doet en waarom je het doet. Je handelt bewust
B
Methodisch handelen houdt ook in dat je altijd inspeelt op je gevoel en soms niet weet waarom je een keus maakt. Dit is bewust handelen.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Begeleidingsdoelen inzetten
De zorg en ondersteuning die je biedt aan mensen in een kwetsbare positie, kan verschillende vormen aannemen. Ook de intensiteit kan uiteenlopen. Als begeleider ondersteun je bij persoonlijke verzorging, wonen, dagbesteding en vrije tijd. Het doel is dat cliënten, met behulp van naastbetrokkenen, zo zelfstandig mogelijk functioneren tijdens de dagelijkse bezigheden en in de maatschappij. Er zijn meerdere begeleidingsdoelen die je kan inzetten. 

  • Structuur bieden
  • Overlaten versus overnemen
  • Gedragsverandering stimuleren
  • Motiveren

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Structuur
Structuur betekent in een vaste volgorde dingen doen. Dus dingen die zich in een bepaald terugkerend ritme herhalen. 

Een dag structuur is een vaste en herkenbare indeling van de dag met verschillende terugkerende activiteiten. Denk aan vaste tijdstippen voor het opstaan, slapengaan, eten, sporten, werken, pauze enzovoort. Op dezelfde manier is een weekstructuur een vaste indeling van de week.

Pak het boek Methodisch Begeleiden
Lees thema 9 Begeleidingsdoelen (paragraaf 9.1, structuur)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van structuur?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bied je je clienten structuur aan?
Je kunt op verschillende gebieden en manieren met cliënten werken aan structuur. Enkele vormen:

  1. Een haalbaar activiteitenschema
  2. Een goed dag-nachtritme
  3. Een gezond eet- en drinkpatroon
  4. Voldoende beweging
  5. Regelmatig sociaal contact

Benoem een voorbeeld van hoe JIJ op de BPV je cliënten structuur biedt of kan bieden.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overnemen versus overlaten
Lees onderstaande stuk:

''Overnemen als het even moet, overlaten als het weer kan''
Je moet stevig genoeg in je schoenen staan om los te laten, te vertrouwen en over te laten aan de cliënt en diens naastbetrokkenen. Het vraagt dat je zonder de directe voldoening van het ‘even snel oplossen voor de ander’ kunt. Dat je een relatie met cliënten en naastbetrokkenen aan durft te gaan, waarin je echt naast hen staat en samenwerkt.

Waarom denk je dat het belangrijk is om los te kunnen laten en soms overneemt van de ander?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsverandering stimuleren
Gedragsverandering verloopt in verschillende fasen. Een bekend model hiervoor is het gedragsveranderingsmodel van Balm, dat gedragsverandering opdeelt in zes fasen.

  • Gedragsverandering wordt ingezet om doelen te bereiken
  • Als begeleider stimuleer jij je cliënten tot gedragsverandering
  • Elke cliënt heeft een andere doel, dus andere gedragsverandering
  • Gedragsverandering kost energie en tijd. 

Pak je boek Methodisch Begeleiden, lees paragraaf 9.3 gedragsverandering stimuleren.
Maak verwerkingsopdracht 4 (fasen van gedragsverandering). 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Motiveren
Motivatie is wat iemand drijft. Iemand is gemotiveerd als hij redenen heeft om iets te gaan doen, of niet te doen. Motivatie ligt dicht bij zingeving: wat geeft iemand zin in de dag, in het leven? Motivatie is een motor voor gedragsverandering. 

In een groep van drie studenten ga je twee begrippen uitwerken. 
1. Leg uit wat intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie betekenen.
2. Beschrijf per begrip twee voorbeelden uit de praktijk (BPV) waarin deze twee begrippen duidelijk naar voren komen. 

Tip: Maak gebruik van het boek Methodisch Begeleiden (paragraaf 9.4)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht
Start met het schrijven van een beginsituatie.


  - Kies een cliënt in overleg met je stagebegeleider.
  - Maak gebruik van de theorie die we hebben besproken.

Ga zelfstandig aan de slag met stap 1, 2, 3 en 4 van de beginsituatie. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check
Je handelt methodisch waarbij je de volgende stappen volgt:

• Beginsituatie in kaart brengen
• Vaststellen van wensen, behoeften en problemen
• Doelen formuleren
• Plannen maken en uitvoeren
• Evalueren


 - Heb jij deze doelen behaald aan het einde van deze les?
-  Ben jij gestart met het schrijven van een beginsituatie?
 - Kan jij thuis aan de slag met dit doel (vaardigheidslijst)?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies