7.2 verwarmen

7.2 Verwarmen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

7.2 Verwarmen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Na deze les:
  • Weet waar de centrale verwarming uit bestaat en hoe deze werkt
  • Kan je de 3 vormen van warmtetransport opnoemen.
  • Weet je hoe je kunt isoleren.

Slide 2 - Tekstslide

Centrale Verwarmings installatie
Kortweg de CV installatie. 

Veel huizen worden verwarmd door een cv-installatie. 

Een cv-installatie bestaat uit een ketel, pomp, leidingen en radiatoren.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe gaat het in huis?
Aardgas verbrand in de CV-ketel.
Via pomp door leidingen naar
 de radiatoren.

Slide 4 - Tekstslide

Mogelijkheden voor verwarmen huis:
  • Radiatoren
  • Vloerverwarming
  • Heteluchtverwarming
  • Kachels

Slide 5 - Tekstslide

warmtetransport
Warmte gaat altijd van een warm gebied naar een koud gebied.
Dat kan op 3 manieren:

  • stroming
  • straling
  • geleiding

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Geleiding
Geleiding zorgt er voor dat de warmte via een tussenstof verder gaat. Een geleider geeft dus warmte door. Een stof die warmte niet doorgeeft noem je een isolator. 

Slide 8 - Tekstslide

Geleiding
  • Warmte verplaatst zich van de warmste plek naar de koudste plek
  • vindt voornamelijk plaats in vaste stoffen
  • doorgeven warmte-energie door moleculen die tegen elkaar aan trillen
  • moleculen blijven op zelfde plaats

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag
Bladzijde 90
Opgave 1 t/m 17
8 overslaan

Slide 10 - Tekstslide

Stroming
Warmte stijgt altijd, koude daalt altijd?
  • warme lucht  heeft een kleinere dichtheid dan koude  
       lucht.
  • de koude lucht of het koude water zakt  daardoor naar beneden
  • hierdoor ontstaat stroming
  • hoe groter het verschil in temperatuur hoe sneller de stroming

Slide 11 - Tekstslide

Stroming
Energie stroomt met een vloeistof of gas mee.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Straling 
Als je bij een kachel staat voel je de warmte. Als je in de zomer buiten in de zon loopt voel je haar branden. 

Dit is de infrarode straling, de warmte straling. 

je voelt alleen daar de straling waar het rechtstreeks naar toe gaat, 
bijvoorbeeld in de zon: als die in je gezicht schijnt voel je het daar, maar je rug is koud

Slide 14 - Tekstslide

Straling
alle voorwerpen stralen warmte uit
bij hogere temperatuur voorwerp: meer warmtestraling

Straling heeft geen tussenstof nodig
de warmte-energie van de zon komt door de ruimte (waar vaccuum is) naar de aarde

Slide 15 - Tekstslide

Warmtestraling: 
hoe lichter van kleur, hoe meer warmte wordt uitgestraald

Slide 16 - Tekstslide

Korte herhaling:
soorten warmtetransport

Slide 17 - Tekstslide

Isolatie
Isoleren = voorkomen dat je warmte verliest

Hoe voorkom je warmteverlies door:
- Straling
- Stroming
- Geleiding                                                                                Spouwmuur


Slide 18 - Tekstslide

Isolatie tegen stroming

Stroming kun je tegengaan door vloeistoffen of gassen niet te laten stromen.

Dat kan door de tussenstof weg te halen of kleine ruimtes te maken waardoor er bijna geen stroming plaatsvindt.

Slide 19 - Tekstslide

Isolatie tegen geleiding

Geleiding kun je tegengaan door slecht geleidende materialen te gebruiken.

Bijvoorbeeld bij kozijnen van kunststof of hout, glaswol of dubbele beglazing.
Bij de laatste twee isoleert de stilstaande lucht.

Slide 20 - Tekstslide

Isolatie tegen straling
Warmteverlies door straling voorkom je door de straling terug te kaatsen. Dit kun je doen door spiegelend materiaal te gebruiken. 

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag
Bladzijde 94
opgave 18 t/m 32

Slide 22 - Tekstslide