2HV Ch5 Bron D: de ontkenning

1 / 26
volgende
Slide 1: Video
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Deze slide heeft geen instructies

 CHAPITRE 5 - Bron D

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programme

Vandaag gaan we verder met bron D (Grammaire).
In deze bron leer je hoe de ontkenning gebruikt.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontkennend maken
ne .... pas
om de persoonsvorm heen

Voorbeeld:
Je parle français.
Je ne parle pas français.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer verandert "ne" in "n'"?
A
Als het woord daarna begint met een klinker
B
Als het woord daarna begint met een medeklinker
C
Als het een positief woord is
D
Als het na de persoonsvorm staat

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waaromheen plaats je de ontkenning "ne ... pas"?
A
Het onderwerp
B
De persoonsvorm

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is ontkennend?
A
J'aime la France.
B
Je n'aime pas la France.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ontkenning van:
"J'habite à Oldenzaal"?
A
J' ne habite pas à Oldenzaal.
B
Je ne habite pas à Oldenzaal.
C
Je n'habite pas à Oldenzaal.
D
Je ne pas habite à Oldenzaal.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ontkenning van "c'est"?
A
c' n'est pas
B
ce n'est pas
C
c' ne est pas
D
ce ne est pas

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de ontkenning van "il y a" (er is/er zijn)?
A
il y n'a pas
B
il n'y a pas

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zinnen ontkennend
Voorbeeld
Il regarde la télé?
Non, il ne regarde pas la télé.

Je zet dus ne ... pas om de persoonsvorm.
Hoe vindt je de persoonsvorm?
Zet de zin in een andere tijd en/of in enkelvoud-meervoud.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontkenning
Na de ontkenning veranderen un, une, des = 
 'de' of 'd''

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Elle visite le restaurant ? Non, _____________________.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Ils regardent la carte? Non, ____________________.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3. Il aime le lait ? Non,_______________________.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Il donne un cadeau?
Non, _______________________.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Link

Deze slide heeft geen instructies

ne ... plus
ne ... jamais
ne ... rien
ne ... pas encore
niet meer
nooit
niets
nog niet

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent "Je ne vais plus à l'école"?
A
Ik ga nooit naar school.
B
Ik ga nog niet naar school.
C
Ik ga niet meer naar school.
D
Ik doe niets op school.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voltooi:
Tu regardes la télé (niet meer).

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Voltooi:
Je parle français (nooit).

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In stilte maken:
Chapitre 5, Bron D
Ex. 17 d, 18, 19 a

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 26 - Video

Noteer zoveel mogelijk lichaamsdelen. (Frans en Nederlandse naam)