De ontkenning

De ontkenning
Herhaling
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De ontkenning
Herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Ontkennend maken
ne .... pas
om de persoonsvorm heen

Voorbeeld:
Je parle français.
Je ne parle pas français.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer verandert "ne" in "n'"?
A
Als het woord daarna begint met een klinker
B
Als het woord daarna begint met een medeklinker
C
Als het een positief woord is
D
Als het na de persoonsvorm staat

Slide 4 - Quizvraag

Waaromheen plaats je de ontkenning "ne ... pas"?
A
Het onderwerp
B
De persoonsvorm

Slide 5 - Quizvraag

Welke zin is ontkennend?
A
J'aime la France.
B
Je n'aime pas la France.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van:
"J'habite à Oldenzaal"?
A
J' ne habite pas à Oldenzaal.
B
Je ne habite pas à Oldenzaal.
C
Je n'habite pas à Oldenzaal.
D
Je ne pas habite à Oldenzaal.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van "c'est"?
A
c' n'est pas
B
ce n'est pas
C
c' ne est pas
D
ce ne est pas

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de ontkenning van "il y a" (er is/er zijn)?
A
il y n'a pas
B
il n'y a pas

Slide 9 - Quizvraag

Maak de zinnen ontkennend
Voorbeeld
Il regarde la télé?
Non, il ne regarde pas la télé.

Je zet dus ne ... pas om de persoonsvorm.
Hoe vindt je de persoonsvorm?
Vaak enige werkwoord in de zin, of: maak de zin vragend.

Slide 10 - Tekstslide

1. Elle visite le restaurant ? Non, _____________________.

Slide 11 - Open vraag

2. Ils regardent la carte? Non, ____________________.

Slide 12 - Open vraag

3. Il aime le lait ? Non,_______________________.

Slide 13 - Open vraag

Il donne un cadeau?
Non, _______________________.

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

ne ... plus
ne ... jamais
ne ... rien
ne ... pas encore
niet meer
nooit
niets
nog niet

Slide 16 - Sleepvraag

Wat betekent "Je ne vais plus à l'école"?
A
Ik ga nooit naar school.
B
Ik ga nog niet naar school.
C
Ik ga niet meer naar school.
D
Ik doe niets op school.

Slide 17 - Quizvraag

Voltooi:
Tu regardes la télé (niet meer).

Slide 18 - Open vraag

Voltooi:
Je parle français (nooit).

Slide 19 - Open vraag