Werken voor de winst: produceren
Werken voor de winst: produceren
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoel
Ik kan uitleggen in welke sectoren mensen werken en welke productiefactoren nodig zijn om te produceren.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is produceren?
Produceren is het maken van goederen of het leveren van diensten.
Goederen: dingen die je kunt aanraken
Diensten: werk dat voor iemand wordt gedaan
Bedrijven produceren om winst te maken
Gebruik eenvoudige voorbeelden: brood bakken is een goed, haren knippen is een dienst. Koppel terug aan de titel van het hoofdstuk: werken voor de winst.
Waar werken mensen?
Mensen werken niet allemaal op dezelfde plek.
In de economie delen we werk in in sectoren.
Zo kun je beter zien wat voor werk iemand doet en voor wie dat werk is.
Deze slide heeft geen instructies
Marktsector
De marktsector maakt goederen of diensten die worden verkocht.
Klanten betalen voor het product
Bedrijven willen vaak winst maken
Voorbeelden: supermarkt, kapper, fabriek
Benadruk dat 'markt' hier betekent: er wordt verkocht tegen een prijs. Niet alleen een gewone markt met kraampjes.
Particuliere sector
De particuliere sector is het deel van de marktsector van particuliere bedrijven.
Niet van de overheid
Bedrijven beslissen zelf over hun aanbod
Voorbeelden: bakker, kledingwinkel, garage
Voor deze doelgroep is het genoeg om particuliere sector eenvoudig gelijk te zetten aan bedrijven van ondernemers en niet van de overheid.
Collectieve sector
De collectieve sector bestaat uit werk en diensten van de overheid.
Gericht op de samenleving
Betaald met belastinggeld
Voorbeelden: politie, openbaar bestuur, rechtbank
Noem dat in de collectieve sector winst niet het hoofddoel is. Dat contrast met de particuliere sector helpt later in de les.
Wie hoort bij de collectieve sector?
politie
bakker
garage
kapper
Controleert het verschil tussen overheid en particuliere bedrijven.
Vul de juiste woorden in
De marktsector verkoopt goederen en diensten. De particuliere sector bestaat uit bedrijven die niet van de overheid zijn. De collectieve sector is van de overheid en wordt betaald met belastinggeld.
De drie begrippen zijn net na elkaar uitgelegd. Let op het onderscheid: verkopen, bedrijven, overheid.
Primaire sector
In de primaire sector haal je grondstoffen uit de natuur.
Landbouw
Visserij
Mijnbouw
Voorbeeld: een boer verbouwt aardappelen
Leg uit dat 'grondstoffen' de basis zijn voor veel andere producten. Houd het concreet: aardappelen, vis, hout, zand.
Secundaire sector
In de secundaire sector worden grondstoffen verwerkt tot producten.
Industrie
Bouw
Voorbeeld: hout wordt een tafel
Voorbeeld: stenen worden een huis
Maak het verband met de primaire sector expliciet: eerst komen grondstoffen uit de natuur, daarna worden ze verwerkt.
Tertiaire sector
De tertiaire sector levert commerciële diensten.
Je betaalt voor de dienst
Vaak in winkels of bedrijven
Voorbeelden: winkel, bank, kapper, transport
Gebruik 'commerciële diensten' eenvoudig: diensten waarvoor klanten betalen.
Quartaire sector
De quartaire sector levert diensten die vaak met zorg of welzijn te maken hebben.
Vaak betaald door overheid of verzekering
Niet gericht op winst voorop
Voorbeelden: onderwijs, zorg, maatschappelijk werk
Sommige methodes plaatsen delen van de quartaire sector onder de collectieve sector. Leg uit dat het hier gaat om het soort dienst: zorg, onderwijs en hulpverlening.
Sectoren vergeleken
Van natuur naar product
Quartaire sector - zorg, onderwijs, hulp
Particuliere sector - bedrijven
Collectieve sector - overheid
Primaire sector - haalt uit de natuur
Secundaire sector - maakt en bouwt
Tertiaire sector - verkoopt of helpt tegen betaling
Diensten voor de samenleving
Deze slide ordent de begrippen. Leg uit dat de ene indeling gaat over soort werk en de andere over voor wie of door wie het werk gebeurt.
In welke sector haalt men grondstoffen uit de natuur?
tertiaire sector
secundaire sector
primaire sector
quartaire sector
Plausibele verwarring is tussen primair en secundair. Primair = uit de natuur halen.
Vul de juiste sectoren in
De primaire sector haalt grondstoffen uit de natuur. De secundaire sector verwerkt grondstoffen tot producten. De tertiaire sector levert diensten waarvoor je betaalt. De quartaire sector gaat vaak over zorg en onderwijs.
Laat leerlingen het rijtje van natuur naar product en daarna diensten reconstrueren.
Wat heb je nodig om te produceren?
Om goederen of diensten te maken heb je productiefactoren nodig.
Productiefactoren zijn de dingen die nodig zijn om te kunnen produceren.
Deze slide heeft geen instructies
Productiefactor: arbeid
Arbeid is al het werk dat mensen doen.
Handenarbeid en denkwerk
Zonder mensen gebeurt er weinig
Voorbeelden: lasser, chauffeur, verpleegkundige
Laat zien dat arbeid niet alleen zwaar lichamelijk werk is, maar ook plannen, rekenen en organiseren.
Productiefactor: kapitaal
Kapitaal betekent hier: hulpmiddelen om te produceren.
Machines
Gereedschap
Gebouwen
Vrachtwagens
Voorkom misverstand: kapitaal is hier niet alleen geld. In economie gaat het bij productiefactor kapitaal om productiemiddelen.
Productiefactor: natuur
Natuur levert grondstoffen en ruimte.
Hout, water, grond, gas
Zonder grondstoffen geen productie
Voorbeeld: graan voor brood
Als leerlingen vragen naar energie, kun je dat eenvoudig onder natuur of grondstoffen laten vallen.
Productiefactor: ondernemerschap
Ondernemerschap is het regelen en organiseren van productie.
Beslissen wat je maakt
Mensen en spullen combineren
Risico nemen
Voorbeeld: een ondernemer opent een snackbar
Benadruk dat ondernemerschap de andere productiefactoren bij elkaar brengt.
Voorbeeld: brood maken
Wat zie je?
Voor productie werken productiefactoren samen.
Ontbreekt er één, dan wordt produceren moeilijker.
Arbeid - bakker
Kapitaal - oven, mixer, winkel
Natuur - meel, water
Ondernemerschap - plannen en verkopen
Wat is nodig?
Dit is het concrete voorbeeld waarin alle productiefactoren samenkomen. Kies eventueel een voorbeeld uit de leefwereld van de klas, zoals frietzaak of fietsenmaker.
Wat is hier een voorbeeld van kapitaal?
bakker
meel
oven
ondernemer
Gebaseerd op het voorbeeld brood maken. Kapitaal zijn hulpmiddelen, niet mensen of grondstoffen.
Vul de productiefactoren in
Om te produceren heb je arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap nodig. Bij brood maken is de bakker arbeid en de oven is kapitaal.
Herhaalt de vier productiefactoren in een bekende context uit de contentslides.
Zwartwerk
Zwartwerk is werk dat niet officieel wordt opgegeven.
Geen belasting afdragen
Vaak geen arbeidscontract
Illegaal
Voorbeeld: betaald klussen zonder het op te geven
Houd het feitelijk en moraliseer niet te veel. Kern: het werk wordt verborgen gehouden voor de overheid.
Grijswerk
Grijswerk zit tussen officieel werk en zwartwerk in.
Niet alles is duidelijk geregeld
Soms een kleine betaalde klus
Officieel mag het vaak niet zomaar
Voorbeeld: iemand krijgt cash voor oppassen naast een uitkering
Grijswerk is voor leerlingen vaak lastig. Benadruk: het is 'grijs' omdat het niet netjes of volledig volgens de regels gebeurt.
Verschil tussen zwartwerk en grijswerk
Gedeeltelijk of twijfelachtig geregeld
Niet volledig volgens de regels
Vaak kleine klussen
Grijswerk
Zwartwerk
Helemaal niet opgegeven
Illegaal
Geen belasting of premies
Als leerlingen veel voorbeelden noemen, stuur terug naar het kernverschil: zwart is verborgen, grijs is onduidelijk of half geregeld.
Waarom zijn deze begrippen belangrijk?
Met deze begrippen kun je werk beter begrijpen.
Waar iemand werkt
Wat een bedrijf nodig heeft
Of werk officieel is geregeld
Gebruik deze slide als afrondende kapstok voor de paragraaf produceren.
Wat past het best bij zwartwerk?
officieel contract
belasting betalen
niet opgegeven werk
zorg en onderwijs
Zwartwerk = verborgen voor de overheid. Distractoren komen uit andere delen van de les.
Vul zwartwerk of grijswerk in
Bij zwartwerk wordt werk helemaal niet opgegeven. Bij grijswerk is het werk niet volledig volgens de regels geregeld. Beide vormen zijn dus niet netjes officieel geregeld.
Kernverschil: zwart = verborgen, grijs = onduidelijk of half geregeld.
Begrippenlijst
marktsector - deel van de economie waar goederen en diensten worden verkocht
particuliere sector - bedrijven die niet van de overheid zijn
collectieve sector - werk en diensten van de overheid
primaire sector - haalt grondstoffen uit de natuur
secundaire sector - verwerkt grondstoffen en bouwt producten
tertiaire sector - levert commerciële diensten
quartaire sector - levert zorg, onderwijs en andere maatschappelijke diensten
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
productiefactoren - dingen die nodig zijn om te produceren
arbeid - werk dat mensen doen
kapitaal - hulpmiddelen zoals machines en gebouwen
natuur - grondstoffen en ruimte uit de natuur
ondernemerschap - het organiseren van productie en nemen van risico
zwartwerk - werk dat niet officieel wordt opgegeven
grijswerk - werk dat niet volledig volgens de regels is geregeld
Deze slide heeft geen instructies