oefenopdracht mavo 1 Au restaurant

oefenopdracht mavo 1 chapitre 2 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

oefenopdracht mavo 1 chapitre 2 

Slide 1 - Tekstslide

GRAMMAIRE: 

Le verbe PRENDRE

Slide 2 - Tekstslide

Vervoeg de werkwoorden in de tegenwoordige tijd:

Je (neem) _______________ une crêpe

Slide 3 - Open vraag

Vervoeg de werkwoorden in de tegenwoordige tijd:

Nous (nemen) _______________un coca-cola comme boisson

Slide 4 - Open vraag

Vervoeg de werkwoorden in de tegenwoordige tijd:

Il (neemt) _______________ une pizza.

Slide 5 - Open vraag

Vervoeg de werkwoorden in de tegenwoordige tijd:

Elles (nemen) _________________ un café et un croissant.

Slide 6 - Open vraag

GRAMMAIRE: 
Het delend lidwoord
Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

Slide 7 - Tekstslide

Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

Tu veux manger__________ viande?

Slide 8 - Open vraag

Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

Non, je prends ________ poisson.

Slide 9 - Open vraag

Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

J'achète __________ chocolat pour le dessert.

Slide 10 - Open vraag

Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

Tu veux __________ fraises ?

Slide 11 - Open vraag

Vul de juiste form van : du, de la, de l', des

Comme boisson, __________ eau s'il vous plait?

Slide 12 - Open vraag

Vocabulaire: NL-FR

Slide 13 - Tekstslide

Traduis (vertaal) en français
1. (Ik neem) ______________________ un coca et un sandwich.

Slide 14 - Open vraag

Traduis (vertaal) en français:
2. Moi, je préfère (een pannenkoek) _______________________.

Slide 15 - Open vraag

Traduis (vertaal) en français:
3. Tu adores (de kaas) _____________________.

Slide 16 - Open vraag

Traduis (vertaal) en français:
4. Non (ik heb een hekel aan)_______________ ça!

Slide 17 - Open vraag

Traduis (vertaal) en français:
5. Je (heb liever)____________________un pain au chocolat.

Slide 18 - Open vraag

le midi
l'après-midi
le soir 
le matin 
Le petit-déjeuner
le gouter
le diner
le déjeuner

Slide 19 - Sleepvraag

Phrases-clés: répondre aux questions (vragen beantwoorden)

Slide 20 - Tekstslide

Réponds aux questions. Fais des phrases entières. (Beantwoord de vraag in het Frans, maak hele zinnen)

Tu as faim?

Slide 21 - Open vraag

Réponds aux questions. Fais des phrases entières. (Beantwoord de vraag in het Frans, maak hele zinnen)

Tu aimes les pizzas?

Slide 22 - Open vraag

Réponds aux questions. Fais des phrases entières. (Beantwoord de vraag in het Frans, maak hele zinnen)

Une pizza, ça coute combien?

Slide 23 - Open vraag

Réponds aux questions. Fais des phrases entières. (Beantwoord de vragen, maak hele zinnen)
4. Qu’est-ce que tu n’aimes pas?

Slide 24 - Open vraag

Réponds aux questions. Fais des phrases entières. (Beantwoord de vragen, maak hele zinnen)
5. Qu’est-ce que tu prends?

Slide 25 - Open vraag