Module 3; Les 4; In je eigen woorden

In je eigen woorden
Module 3
Les 4
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformatievaardighedenPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min

Introductie

In deze les maken de kinderen een voorlopige inhoudsopgave door de vragen die ze bedacht hebben in les 1 in een logische volgorde te zetten. Vervolgens noteren ze achter elke vraag welke bron informatie geeft over deze vraag. Dan begint het ‘echte’ werk; het in je eigen woorden opschrijven van de gevonden informatie. Dat is een moeilijke klus. Door klassikaal te oefenen met het herkennen en onderstrepen van sleutelwoorden en het bedenken van synoniemen maken ze hier een begin mee. Laat, afhankelijk van de groep en het niveau, de kinderen hiermee oefenen.

Onderdelen in deze les

In je eigen woorden
Module 3
Les 4

Slide 1 - Tekstslide

In deze les oefen je: 
met het maken van een inhoudsopgave en het schrijven van een tekst in je eigen woorden.  

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik

Slide 3 - Tekstslide

Vooruitblik
Les 1: onderwerp kiezen en vragen bedenken.
Les 2: ontdekken welke bronnen je kunt gebruiken.
Les 3: slim zoeken met goede zoekwoorden.
Les 4: informatie in je eigen woorden schrijven.
Les 5: je werkstuk opbouwen en afmaken

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

 In je eigen woorden
Bekijk het filmpje
Klik hier voor video 

Slide 6 - Tekstslide

  In deze les oefen je
  met het maken van een       
  inhoudsopgave en het schrijven 
  van een tekst in je eigen woorden.

Slide 7 - Tekstslide

   Dit ga je doen:
   1.  een voorlopige inhoudsopgave maken.
   2. het synoniemenspel spelen. 
   3. informatie in je eigen woorden opschrijven.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

 Speel het spel!

Slide 10 - Tekstslide


Wat is een synoniem voor rijwiel?
A
Boemel
B
Rijtuig
C
Fiets
D
Slee

Slide 11 - Quizvraag


Wat is een synoniem voor kalm?
A
Levendig
B
Moeiteloos
C
Rustig
D
Vochtig

Slide 12 - Quizvraag


Wat is een synoniem voor wijs?
A
Absurd
B
Bezwaarlijk
C
Onberaden
D
Verstandig

Slide 13 - Quizvraag


Wat is een synoniem voor treffer?
A
Ambitie
B
Doelpunt
C
Ontmoeting
D
Plan

Slide 14 - Quizvraag

Uitslag

Slide 15 - Woordweb

Geschiedenis

Slide 16 - Woordweb

Op een onderzeeboot gaat het leven dag en nacht door. Daarom is de bemanning ingedeeld in ploegen. Een ploeg werkt zes uur. Daarna heeft deze ploeg zes uur de tijd om te slapen, te eten, een spelletje te doen of te sporten.




Bron: Junior informatieboekje 235, De onderzeeboot.

Slide 17 - Tekstslide

Op een onderzeeboot gaat het leven dag en nacht door. Daarom is de bemanning ingedeeld in ploegen. Een ploeg werkt zes uur. Daarna heeft deze ploeg zes uur de tijd om te slapen, te eten, een spelletje te doen of te sporten.




Bron: Junior informatieboekje 235, De onderzeeboot.

Slide 18 - Tekstslide

Het leven op een onderzeeboot gaat altijd door. Daarom is de bemanning is daarom verdeeld in ploegen. Een ploeg werkt zes uur en is daarna zes uur vrij. Dan kunnen ze doen waar ze zin in hebben.




Bron: Junior informatieboekje 235, De onderzeeboot.

Slide 19 - Tekstslide

Wat we nu kunnen:
 - een voorlopige inhoudsopgave maken
 - sleutelwoorden herkennen en 
   synoniemen bedenken.
 

Slide 20 - Tekstslide

Maak opdracht 5 als weektaak. 

Slide 21 - Tekstslide

Geef met een afbeelding aan wat je van deze les vond

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Tekstslide