Startrekenen vooraf
Hoofdstuk 5; delen
les 1
Startrekenen vooraf
Hoofdstuk 5; delen
les 1
Wat weet je nog?
Om deelsommen te kunnen maken, is het belangrijk dat je de tafels 1 t/m 10 kent !
Doel van de les
- Je weet wat delen is,
- Je weet dat deelsommen omgekeerde keersommen zijn
Wat is delen?
Delen gebruik je om iets eerlijk te verdelen,
iedereen krijgt dan evenveel.
Bij delen gebruik je het deelteken :
Je spreekt : uit als gedeeld door
Delen is het omgekeerde van vermenigvuldigen.
Als je moet delen, dan kun je dus aan een keersom denken.
Stijn heeft 10 boterhammen. Voor een
tosti heeft hij 2 boterhammen nodig.
Hoeveel tosti's kan Stijn maken?
De deelsom is 10 : 2 = ...
de omgekeerde keersom is .. x 2 = 10
Verdeel 15 plantjes
over 5 bakken
Hoeveel krijgt
iedere bak?
De deelsom:
15 : 5 = ..
de omgekeerde rekensom is dan: .. x 5 = 15
Verdeel 18 broodjes
over 6 personen
Hoeveel krijgt ieder?
De deelsom:
18 : 6 = ..
omgekeerde rekensom is:
.. x 6 = 18
Verdeel 20 muntjes over 4 personen
De deelsom wordt:
20 : 4 = ..
De omgekeerde rekensom:
.. x 4 = 20
Verdeel 8 flesjes over 2 oma's:
De deelsom wordt:
8 : 2 = ..
De omgekeerde rekensom:
.. x 2 = 8
Frits verdeelt 24 kaarsen over 6 tafels.
Wat is de deelsom?
Hoeveel kaarsen staan er per tafel?
Verdeel 50 tulpen over 5 vazen . Wat wordt de deelsom?
John verdeelt 15 stukken vis over 5 borden. Hoeveel vis per bord? Wat is de deelsom?
Je hebt voor 18 personen friet nodig. 1 zak is voor 3 personen Hoeveel zakken heb je nodig? Wat is de deelsom?
Text
18 : 2 =
16 : 2 =
20 : 2 =
90 : 10 =
70 : 10 =
35 : 5 =
40 : 5 =
25 : 5 =
27 : 3 =
18 : 3 =
20 : 4 =
28 : 4 =
16 : 4 =
20 : 2 =
27 : 3 =
Opdracht!
Maken:
opdracht 1 t/m 6 op blz. 186 t/m 193
Het zijn allemaal opdrachten waarbij je de deelsom op moet lossen. Dat mag met hulp van de tafelkaart of met de hulp van de plaatjes in je boek.