Rekenbingo 1F

Rekenbingo!

We gaan een rekenbingo  spelen!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rekenbingo!

We gaan een rekenbingo  spelen!

Slide 1 - Tekstslide

HOE BEGIN JE?
1. Pak een papiertje en een pen/potlood/stift.
2. Maak een vierkant met 9 vakjes erin zoals hieronder.
3. Schrijf in die 9 vakjes zelfgekozen getallen tot en met 25 (dus getallen tussen de 0 en 25), bijvoorbeeld 7, 14, 22, enz.
4. pak nu een potlood/pen met een andere kleur

Slide 2 - Tekstslide

Om het getal voor de bingo te weten, moet je het sommetje op de slide uitrekenen... 

Je krijgt op de slides dus een som, het antwoord is het getal dat je mag kleuren op de bingokaart!

Slide 3 - Tekstslide

Heb je je bingokaart klaar en ingevuld?

Heb je een pen/potlood/stift?

Laten we dan beginnen!

Slide 4 - Tekstslide

Nummer 1: Optellen

13 + 8 =

Slide 5 - Tekstslide

Nummer 2: Aftrekken

98 - 79 =

Slide 6 - Tekstslide

Nummer 3: Vermenigvuldigen

3 x 8 =

Slide 7 - Tekstslide

Nummer 4: Delen

72: 9 =

Slide 8 - Tekstslide

Nummer 5: Breuken
3    5
5
5
+
=

Slide 9 - Tekstslide

Nummer 6: Decimale getallen

7,25 + 4,75 =

Slide 10 - Tekstslide

Nummer 7: Verhoudingen
11 bioscoopkaartjes kosten 176. Hoeveel kost 1 kaartje?
Bioscoopkaartje
11
1
Prijs
176

Slide 11 - Tekstslide

Nummer 8: verhouding en breuken
 van de 48 borden is afgewassen. 

Hoeveel borden zijn afgewassen
12
1

Slide 12 - Tekstslide

Nummer 9: procenten

3% van 400 =

Slide 13 - Tekstslide

Nummer 10: totaal %
Er zitten 16 kersensnoepjes in de zak en 4 citroensnoepjes. Hoeveel % van deze zak zijn citroensnoepjes? 

%
100
Snoepjes
20
4

Slide 14 - Tekstslide

Nummer 11: toename %
Er zitten normaal 12 ijsjes in de doos. Er zit nu 25% meer in. Hoeveel ijsjes zitten er nu meer in de doos? 
%
100
25
ijs
12

Slide 15 - Tekstslide

Nummer 12: basisfiguren
Hoeveel rechthoeken tel je (niet overlappend)

Slide 16 - Tekstslide

Nummer 13: Lengte
Een muur is 6000 mm hoog. 
Hoeveel meter is de deur in hoogte? 

Slide 17 - Tekstslide

Nummer 14: oppervlakte
Wat is de oppervlakte in cm
3

Slide 18 - Tekstslide

Nummer 15: inhoud
Een zak aardappelen is 5000 gram. 
Hoeveel kilo is dat?

Slide 19 - Tekstslide

Nummer 16: tijd

Het is 10 uur in de avond. Als ik 12 uur van deze tijd afhaal dan is het .. uur in de ochtend.

Slide 20 - Tekstslide

Nummer 17: schaal

De schaal is 1:100
900 cm in het echt is ... cm op de kaart

Slide 21 - Tekstslide

Nummer 18: tabellen
Een pak met chocoladekoekjes bevat 28 gram vet per 100 gram
Een koekje is 50 gram. Hoeveel gram vet bevat een koekje? 

Slide 22 - Tekstslide

Nummer 19: diagrammen
Hoeveel % van de 
leerlingen helpt
afwassen?

Slide 23 - Tekstslide

Nummer 20: patronen
Na hoeveel uur heeft 
de monteur 310 euro 
verdiend?

Slide 24 - Tekstslide