La question en français

La question en français 🇫🇷
1. La question avec intonation
2. La question avec est-ce que

Interactief leerpad voor klassikale instructie (12-jarigen / A1)
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

La question en français 🇫🇷
1. La question avec intonation
2. La question avec est-ce que

Interactief leerpad voor klassikale instructie (12-jarigen / A1)

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van deze les
De leerlingen kunnen zelfstandig een intonatievraag en een est-ce que-vraag herkennen en vormen, zowel met als zonder vraagwoord (où, quand, pourquoi, comment).

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij al over
Schrijf hier het onderwerp.
Dit is een woordweb.

Slide 3 - Woordweb

Spionnenwerk
Hoe stel je de juiste vragen in het Frans?


Als een echte Franse detective gaan we vandaag op onderzoek uit. We ontrafelen samen de geheimen van de Franse vraagstelling. Ben jij klaar om de codes te kraken en als een ware spion de juiste vragen te stellen?

Missie van vandaag: Word een meester in de Franse vraag!

Slide 4 - Tekstslide

La fête nationale française, c’est le 14 juillet ?
A
Oui, c'est le 14 juillet.
B
Non, c'est le 1 avril.
C
Non, c'est le 14 février.
D
Non, c'est le 21 juillet.

Slide 5 - Quizvraag

Quand est-ce qu’on dine en France ?
A
Le matin
B
Le soir
C
À midi
D
À 16 heures

Slide 6 - Quizvraag

La tour Eiffel fait 124 mètres de haut ?
A
Non, c'est 300 mètres.
B
Non, c'est 200 mètres.
C
Oui, c'est 124 mètres.
D
Non, c'est 150 mètres.

Slide 7 - Quizvraag

Est-ce que Le Tour de France a plus de 100 ans ?
A
Oui, le Tour a 123 ans.
B
Non, le Tour a 50 ans.
C
Non, le Tour a 75 ans.
D
Non, le Tour a 90 ans.

Slide 8 - Quizvraag

On joue à la pétanque comment ?
A
On joue avec une raquette
B
Il faut lancer des boules
C
On utilise des clubs de golf
D
Il faut marquer des buts avec un ballon.

Slide 9 - Quizvraag

On fait le champagne où?
A
Partout en France.
B
À Paris
C
Dans une région spécifique.
D
Près de la mer.

Slide 10 - Quizvraag

Wat valt op?
Vragen met een antwoord JA / NEE hebben geen vraagwoord.
Vragen met een ander antwoord hebben een vraagwoord.

Slide 11 - Tekstslide

Les mots interrogatifs

Slide 12 - Tekstslide

La question avec intonation

Slide 13 - Tekstslide

Maak een correcte vraag met volgende woorden:
habites / tu / où / ?

Slide 14 - Open vraag

Maak een correcte vraag met volgende woorden:
année / es / deuxième / en / tu / ?

Slide 15 - Open vraag

Maak een correcte vraag met volgende woorden:
quelle / tu / heure / dormir / à / vas / ?

Slide 16 - Open vraag

La question avec est-ce que

Slide 17 - Tekstslide

Pose une question correcte avec les mots suivants:
quel / fais / est­-ce que / sport / tu / ?

Slide 18 - Open vraag

Pose une question correcte:
joues / tennis / est­-ce que / tu / au / où / ?

Slide 19 - Open vraag

Maak een est-ce que vraag:
Tu joues beaucoup dans le jardin ?

Slide 20 - Open vraag

Maak een est-ce que vraag:
Vous partez en vacances où ?

Slide 21 - Open vraag

Pose une question avec intonation:
Est-ce que toutes les filles aiment danser ?

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Video

Pose une question avec intonation:
Combien d’heures par jour est-­ce que tu regardes ton téléphone ?

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Video

Meer leren?
LessonUp Academie
Bekijk onze lesplannen hier om LessonUp beter te leren gebruiken.
Artikelen
Lees de antwoorden op de meest gestelde vragen hier.
Chat
Onze chat staat altijd rechtsonderin paraat om je te helpen.

Slide 26 - Tekstslide