4v-209 (2.6)

Welkom
Bij de hand houden:
Pen of potlood
Natuurkunde boek
Natuurkunde schrift
BiNaS
Rekenmachine
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom
Bij de hand houden:
Pen of potlood
Natuurkunde boek
Natuurkunde schrift
BiNaS
Rekenmachine

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

  • Herhaling: Opdrachtenkaart
  • 2.6: Rendement
  • Opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Opdrachtenkaart
1) Je begint links bovenin en eindigt rechts onderin.

2) Je mag alleen naar rechts of onder, niet schuin.

3) Heb je een route compleet? Dan komt de docent het checken.


timer
15:00

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Vermogen
Betekenis 

Symbool

Eenheid

Formule

Vermogen zegt iets over hoe snel een apparaat energie verbruikt.
P
Watt (W)
P=UI
UIP
E=Pt
PtE

Slide 14 - Tekstslide

Joule en kilowattuur
Een elektrische CV ketel met een vermogen van 25000 W staat 's ochtend  30 minuten aan om het huis te verwarmen. 
Bereken hoeveel energie de ketel hiervoor verbruikt.

Slide 15 - Tekstslide

Joule en kilowattuur
Een elektrische CV ketel met een vermogen van 25000 W staat 's ochtend  30 minuten aan om het huis te verwarmen. 
Bereken hoeveel energie de ketel hiervoor verbruikt.
E=Pt
E=25kW0,5h
E=12,5kWh
E=13kWh

Slide 16 - Tekstslide

Joule en kilowattuur
Een elektrische CV ketel met een vermogen van 25000 W staat 's ochtend  30 minuten aan om het huis te verwarmen. 
Bereken hoeveel energie de ketel hiervoor verbruikt.
E=Pt
E=Pt
E=25kW0,5h
E=12,5kWh
E=13kWh
E=25000W(3060)s
E=45000000J
E=4,5107J

Slide 17 - Tekstslide

Oefenopdracht: waterkoker
We bekijken een waterkoker met een vermogen van 2200 W. Een volle waterkoker heeft 2 minuten nodig om het water te koken.

a) Bereken hoeveel energie in Joule de waterkoker verbruikt?

De prijs per kWh bedraagt 0,30 euro. 

b) Bereken hoeveel het kost als je de waterkoker 10 keer water laat koken.

Slide 18 - Tekstslide

Tip:
Om de eenheden van energie om te rekenen kan je de volgende verhouding gebruiken:

1 kWh = 
3,6106J

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Rendement
Rendement geeft aan welk deel van de gebruikte energie wordt omgezet in nuttige energie.
η=EinEnut

Slide 21 - Tekstslide

Rendement
Rendement geeft aan welk deel van de gebruikte energie wordt omgezet in nuttige energie.
η=EinEnut
=PinPnut

Slide 22 - Tekstslide

Rendement
Rendement geeft aan welk deel van de gebruikte energie wordt omgezet in nuttige energie.
η=EinEnut
=PinPnut
(x 100%)

Slide 23 - Tekstslide

Voorbeeld 12a
Een waterkoker warmt een hoeveelheid water in 1,5 minuten op. Voor het opwarmen van het water is 150 kJ nodig. Op het typeplaatje van de waterkoker staat 1850 W.

Bereken het rendement van de waterkoker.

Slide 24 - Tekstslide

Voorbeeld 12b
Een elektromotor met een rendement van 75% is aangesloten op een batterij van 9,0 V en levert een nuttig vermogen van 2,4 W.

Bereken de stroomsterkte die de batterij moet leveren.

Slide 25 - Tekstslide

Planning
Vorige les
Start 2.6
Deze les 
2.6 afmaken
Maandag 11 oktober
Oefententamen
Woensdag 13 oktober
Bespreking tentamen (+2.5)
Vakantie
Vakantie
Maandag 25
Laatste vragen en oefening
Tentamen: woensdag 27 oktober

Slide 26 - Tekstslide

Aan het werk
Maken en aftekenen:

261 en 262
timer
10:00
maak 253
Gemengde opdrachten

Slide 27 - Tekstslide