Week 5_Oriënteren, situeren en lokaliseren

Oriënteren, situeren en lokaliseren
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Oriënteren, situeren en lokaliseren

Slide 1 - Tekstslide

Plaats het juiste hulpmiddel bij de zin.
Ik zoek een kaart over Europa - klimaat.  
Ik zoek een kaart over Denemarken en weet het niet liggen.  
Ik zoek de uitleg van 
een symbool. 
Algemene inhoud
Legende
Register/
Index

Slide 2 - Sleepvraag

Plaats het juiste hulpmiddel bij de zin.
Ik zoek een kaart over Italië en weet die liggen.  
Ik zoek de uitleg van een gekleurde lijn op de kaart. 
Ik zoek een kaart over België verkeer.  
Algemene inhoud
Legende
Bladwijzer

Slide 3 - Sleepvraag

        Sleep de juiste naam naar het juiste werelddeel.
Europa
Zuid-Amerika
Azië
Oceanië
Afrika
Noord-Amerika
Antarctica

Slide 4 - Sleepvraag

In welk werelddeel
ligt Japan?
A
Europa
B
Azië
C
Noord- Amerika
D
Oceanië

Slide 5 - Quizvraag

In welk werelddeel ligt België?
A
Afrika
B
Europa
C
Zuid-Amerika
D
Azië

Slide 6 - Quizvraag

In welk werelddeel ligt Brazilië?
A
Afrika
B
Zuid-Amerika
C
Oceanië
D
Azië

Slide 7 - Quizvraag

In welk werelddeel ligt Egypte?
A
Europa
B
Afrika
C
Azië
D
Zuid-Amerika

Slide 8 - Quizvraag

N
NO
O
ZO
Z
ZW
W
NW

Slide 9 - Sleepvraag

Sleep de windrichtingen naar de juiste plaats! 
noorden
oosten
zuiden
westen

Slide 10 - Sleepvraag

Situeren met windrichtingen
Ten opzichte van welke plaats wil je iets situeren? Dit is je standplaats.
STAP 1:
Leg een denkbeeldige windroos op je standplaats.
STAP 2:
Zoek op de kaart de plaats die je moet situeren.
STAP 3:
Bepaal de windrichting van de gezochte plaats ten opzicht van jouw standplaats.
Trek een pijl van het midden van de windroos naar de plaats die je moet situeren. 

De (tussen)windrichting waarheen je pijl wijst is het antwoord op je vraag.

Slide 11 - Tekstslide


A
Ik bevind mezelf ten noorden aquafin.
B
Ik bevind mezelf ten oosten van aquafin.
C
Ik bevind mezelf ten zuiden van aquafin.
D
Ik bevind mezelf ten westen van aquafin.

Slide 12 - Quizvraag


A
Ik bevind mezelf ten noorden van de AVIA.
B
Ik bevind mezelf ten oosten van de AVIA.
C
Ik bevind mezelf ten zuiden van de AVIA.
D
Ik bevind mezelf ten westen van de AVIA.

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide


A
A
B
B
C
C

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide