Alles herhalen: Nederlands
Alles herhalen: Nederlands
Wat zijn signaalwoorden?
Signaalwoorden geven verbanden aan tussen zinnen of stukken tekst. Zoals 'maar', 'want', 'dus', 'omdat'.
Het regende hard, daarom ging de voetbalwedstrijd niet door.
Hij oefende veel, waardoor hij een hoog cijfer haalde.
Hoewel hij ziek was, ging hij toch naar school.
Tekstsoorten herkennen
Activerend: laten doen. Amuserend: vermaken. Informerend: informatie geven. Overtuigend: ergens van overtuigen.
Wat wil de schrijver bereiken?
Let op wat de schrijver wil: je informeren, vermaken, overtuigen of aanzetten tot actie.
Bijen spelen een belangrijke rol in de natuur. Ze bestuiven bloemen en planten, waardoor fruit en groenten kunnen groeien. Zonder bijen zouden veel gewassen minder goed groeien. Daarom zijn bijen belangrijk voor mens en natuur.
Wat is dit voor tekstsoort?
Activerend
Amuserend
Informerend
Overtuigend
Tekst 1
Doe mee aan de Duurzame Week! Bestel deze week niets online, tenzij het echt nodig is. Moet je toch iets bestellen? Kies dan voor een gezamenlijke bezorging. Vertel ook een vriend of familielid over deze actie. Samen zorgen we voor minder vervuiling!
Tekst 2
Steeds meer mensen bestellen producten online. Daardoor rijden er meer bestelbusjes en wordt meer CO₂ uitgestoten. Daarom is online winkelen slechter voor het milieu dan veel mensen denken. We zouden minder vaak online moeten bestellen.
Welke tekst is activerend?
Welke tekst is overtuigend?
De hoofdgedachte bepalen
De hoofdgedachte is het belangrijkste wat de schrijver wil zeggen in één zin. Zoek naar de kern van de tekst.
Woorden om te onthouden
Moeilijke woorden
Laconiek: zonder emotie
Zelfvertrouwen: in jezelf geloven
Behendig: iets handig doen
Ambities: dromen/wensen
Het voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord geeft aan dat iets al gebeurt of gedaan is.
Bijvoorbeeld: gespeeld, gewerkt, gefietst.
Bijvoeglijk naamwoord van voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord: de gekookte aardappels, het geschreven boek.
Verkleinwoorden
Een verkleinwoord maak je met -je, -tje, -pje, of -etje. Bijvoorbeeld: boompje, stoeltje, hondje.
Woorden om te onthouden
Moeilijke woorden
Vastbesloten: zeker weten wat je wil
Aanmoedigen: support geven
Flexibel: makkelijk aanpassen
Beïnvloeden: invloed uitoefenen
Reflectie: wat heb je geleerd?
Heb je iets aan deze les gehad?
Waren er dingen die je niet meer wist?