Redox V5 - H9.3 Energie uit redoxreacties (electrochemische cel)

H9 Redoxchemie
§9.3 Energie uit redoxreacties 
         NOVA 5VWO
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H9 Redoxchemie
§9.3 Energie uit redoxreacties 
         NOVA 5VWO

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je weet wat een electrochemische cel is en hoe deze is opgebouwd. 
  • Je kan uitrekenen hoeveel stroom een batterij of accu kan leveren voor hij op is.
  • Je kan de bouw en de werking van een brandstofcel beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Elektrochemische cel

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Onderdelen elektrochemische cel
1) twee gescheiden halfcellen (één voor
    oxidator en één voor reductor) met
    elektrolyt (elektrisch geleidende
    oplossing

2) een elektrode (elektrisch geleidend
    materiaal) in elke halfcel

3) verbinding (stroomdraad) tussen
     elektroden
4) zoutbrug (gevuld met zoutoplossing)
in plaats van een zoutbrug wordt ook wel een ion-
selectief semi-permeabel membraan gebruikt
vaak van een (edel)metaal of grafiet

Slide 5 - Tekstslide

Daniell cel
1836: verbetering van de 'zuil van Volta' (de eerste 'batterij') door John Frederic Daniell

Slide 6 - Tekstslide

Welk deeltje zal als reductor reageren in de redoxreactie die plaats vindt wanneer de Daniell cel stroom levert?
A
Zn
B
Cu
C
Zn2+
D
Cu2+

Slide 7 - Quizvraag

De halfcel van de reductor in de Daniell cel

Slide 8 - Tekstslide

Welk deeltje zal als oxidator reageren in de redoxreactie die plaats vindt wanneer de Daniell cel stroom levert?
A
H2O
B
SO42
C
Zn2+
D
Cu2+

Slide 9 - Quizvraag

De halfcel van de reductor én de halfcel van de oxidator in de Daniell cel

Slide 10 - Tekstslide

De reductor en oxidator zijn van elkaar gescheiden en kunnen dus niet direct elektronen aan elkaar elektronen overdragen. De halfcellen zijn met elkaar verbonden, waardoor de elektronen toch, via een omweg, indirect kunnen worden doorgegeven. De elektronen stromen dan...
A
via de zoutbrug van de Zn-elektrode naar de Cu-elektrode
B
via de zoutbrug van de Cu-elektrode naar de Zn-elektrode
C
via de stroomdraad van de Zn-elektrode naar de Cu-elektrode
D
via de stroomdraad van de Cu-elektrode naar de Zn-elektrode

Slide 11 - Quizvraag

Een batterij of elektrochemische cel heeft twee polen: een + pool en een - pool. Maar welke is de + pool en welke is de - pool in de Daniell cel? (2 antwoorden zijn juist)
A
de elektrode waar de reductor reageert is de + pool
B
de elektrode waar de oxidator reageert is de + pool
C
de Zn elektrode is de - pool
D
de Cu elektrode is de - pool

Slide 12 - Quizvraag

Elektronen stromen buitenom via stroomdraad van:

de - pool 
(waar de reductor reageert)

naar:

de + pool 
(waar de oxidator reageert)

Slide 13 - Tekstslide

Er loopt pas een stroom, als 
de stroomkring is gesloten!

(zie de paarse pijlen)

Slide 14 - Tekstslide

De ladingsverschuiving door de halfreacties moet worden gecompenseerd. Om de stroomkring te sluiten en een stroom te laten lopen, bewegen de...
A
elektronen via de zoutbrug van de rechter halfcel naar de linker halfcel
B
elektronen via de zoutbrug van de linker halfcel naar de rechter halfcel
C
ionen uit de ene halfcel stromen via de zoutbrug naar de andere halfcel
D
de + en - ionen uit de zoutbrug stromen elk naar een andere halfcel

Slide 15 - Quizvraag

De ionen uit de zoutbrug zorgen dus voor de compensatie van de ladingsverschuiving. Om de stroomkring te sluiten en een stroom te laten lopen, bewegen de... (2 antwoorden zijn juist)
A
natriumionen uit de zoutbrug naar de linker halfcel
B
natriumionen uit de zoutbrug naar de rechter halfcel
C
chloride-ionen uit de zoutbrug naar de linker halfcel
D
chloride-ionen uit de zoutbrug naar de rechter halfcel

Slide 16 - Quizvraag

Linker halfcel:
Door ontstaan van Zn2+ ionen, moeten Cl- ionen uit de zoutbrug naar links
(om de ontstane + lading te compenseren)


Rechter halfcel:
Door verdwijnen van Cu2+ ionen, moeten Na+ ionen uit de zoutbrug naar rechts
(om de verdwenen + lading te compenseren)
Sluiten van stroomkring

Slide 17 - Tekstslide

Halfcel van reductor
Halfcel van oxidator
- pool
+ pool
e- stroomt hierheen
e- stroomt hier weg
+ ionen stromen hierheen
- ionen stromen hierheen
Cu elektrode in Daniell cel
Zn elektrode in Daniell cel
elektrode neemt e- op
elektrode geeft e- af

Slide 18 - Sleepvraag

Bronspanning of celspanning is spanning die cel (batterij) levert.

Te berekenen m.b.v. standaard elektrodepotentialen U0 (V)
uit Binas 48 (meest rechter kolom).




Cel levert alleen stroom wanneer celspanning (∆U )> 0,3
Bronspanning

Slide 19 - Tekstslide

De bronspanning van de Daniell cel is
A
+0,42 V
B
-0,42 V
C
+1,10 V
D
-1,10 V

Slide 20 - Quizvraag

Rekenen aan elektrochemische cellen
De zink electrode wordt steeds kleiner. De koper elektrode wordt juist steeds zwaarder.

Kan je uitrekenen hoeveel zink verbruikt is als de cel gedurende 1,0 uur een stroom van 250 mA heeft geleverd?

Slide 21 - Tekstslide


Stroomsterkte I in ampere =

 hoeveelheid lading in coulomb die per seconde een punt in de stroomkring passeert.

(1 A = 1 C/s )

PLAN
stroomsterkte en tijd 

hoeveelheid lading die is getransporteerd in de stroomkring

aantal mol elektronen dat is getransporteerd

aantal mol Zn dat heeft gereageerd
BiNaS tabel 
  • 37D (stroomsterkte)
  • 35D1 (stroomsterkte)
Constante van Faraday (F) 
  • BiNaS tabel 7A  (9,648.... . 104 C . mol-1 )
  • BiNaS tabel 37D hele formule 
Dus 

Slide 22 - Tekstslide







Als de cel gedurende 1,0 uur een stroom van 250 mA heeft geleverd is dus getransporteerd:

Q = I * t
    = 250 * 10-3 * 60 * 60 = 900 C

Slide 23 - Tekstslide







Als de cel gedurende 1,0 uur een stroom van 250 mA heeft geleverd is dus getransporteerd:

Q = I * t
    = 250 * 10-3 * 60 * 60 = 900 C




ne = Q / F 
       = 900 / 9,648 * 104
       = 0,0094 mol elektronen

molverhouding Zn : e = 1  : 2
dus 0,0047 mol Zn heeft gereageerd.
Dat is 0,0047 * 65,38 = 0,31 g zink

Slide 24 - Tekstslide

brandstofcel
  • in een brandstofcel reageert een brandstof met zuurstof
  • oxidator is altijd zuurstof
  • reductor is altijd brandstof voorbeelden van brandstof zijn:
  1. waterstof
  2. methaan
  3. glucose
  4. methanol

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Brandstofcel
Doorstroomcel waarbij de brandstof (bv H2 of CH4) reageert als reductor en zuurstof als oxidator

Slide 28 - Tekstslide

3 manieren om een cel te tekenen:
Onthoud: De elektrode waar e- worden afgegeven, is de min-pool. (wanneer er stroom geleverd wordt, is dat dus de elektrode waar de RED reageert)

Slide 29 - Tekstslide

Electrochemische cel - onthoud dit

Slide 30 - Tekstslide

Electrochemische cel - nog twee begrippen

Slide 31 - Tekstslide

Terugkomen op de leerdoelen
  • Je weet wat een electrochemische cel is en hoe deze is opgebouwd. 
  • Je kan uitrekenen hoeveel stroom een batterij of accu kan leveren voor hij op is.
  • Je kan de bouw en de werking van een brandstofcel beschrijven.

Slide 32 - Tekstslide

Dan kun je nu het volgende oplossen

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Maak opgave 20
timer
10:00

Slide 36 - Tekstslide

Nakijken opgave 20

Slide 37 - Tekstslide

Maak opgave 22
timer
10:00

Slide 38 - Tekstslide

Maak opgave 22

Slide 39 - Tekstslide

Maak opgave 24
timer
10:00

Slide 40 - Tekstslide

Maak opgave 24

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide