Invalles klas 3 NaSk

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

H2 Licht

Slide 2 - Tekstslide

Voor vandaag
  • 15 min in stilte lezen
  • 2.1 t/m 2.3 bij langs met LessonUp 
  • Samenvatting maken
  • Lesafsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Boek lezen 
timer
15:00

Slide 4 - Tekstslide

H2 Licht en beeld
2.1 Licht en schaduw
2.2 Licht en schaduw
2.3 Lenzen
2.4 Lenen
2.5 Licht en kleuren zien
2.1 t/m 2.3 bij langs met LessonUp vragen

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen 2.1 Licht en schaduw

  • Je leert hoe licht kan veranderen van richting
  • Je leert hoe een schaduw ontstaat
  • Je leert te voorspellen hoe groot de schaduw is
  • Je leert waarom schaduwen niet scherp zijn 
  • Je leert hoe een zonsverduistering ontstaat

Slide 6 - Tekstslide

In een convergente lichtbundel
A
weerkaatsen de lichtstralen
B
gaan de lichtstralen naar binnen toe
C
gaan de lichtstalen naar buiten toe
D
lopen de licht recht ofwel evenwijdig aan elkaar

Slide 7 - Quizvraag

Wat voor soort lichtbundel is dit?
A
Divergente lichtbundel
B
Evenwijdige lichtbundel
C
Convergente lichtbundel

Slide 8 - Quizvraag

Wat voor soort lichtbundel is het licht van de zon?
A
Evenwijdig
B
Divergent
C
Convergent

Slide 9 - Quizvraag

Schaduw is:
A
het ontbreken van zonlicht.
B
een plek waar het licht door een voorwerp wordt tegengehouden.
C
iets wat je krijgt als je lichtbron uitvalt.
D
een plek achter een doorzichtige plastic fles.

Slide 10 - Quizvraag

Hoe heten de
rode pijlen?
A
Zichtlijnen
B
Randstralen
C
Kijklijnen
D
Randpijlen

Slide 11 - Quizvraag

De schaduw word groter als
A
als de lamp meer licht geeft
B
als je naar de lamp toe loopt.
C
als je van de lamp weg loopt.

Slide 12 - Quizvraag

In halfschaduw komt meer licht dan in kernschaduw
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Bij een zonsverduistering heb je:
A
Alleen maar kernschaduw
B
Alleen maar halfschaduw
C
Zowel kern- als halfschaduw

Slide 14 - Quizvraag

Bij een maansverduistering staat de maan
A
achter de aarde
B
tussen de zon en de aarde
C
achter de zon

Slide 15 - Quizvraag

Leervragen bij 2.2 spiegels
Hoe wordt licht teruggekaatst?
Hoe ziet een spiegelbeeld eruit?
Hoe werkt een reflector?
Wat is het gezichtsveld?
Wat is een ‘dode’ hoek?

Slide 16 - Tekstslide

Een spiegel weerkaatst het licht in 1 richting.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Wat voor weerkaatsing
zie je hier?
A
glanzende weerkaatsing
B
diffuse weerkaatsing
C
spiegelende weerkaatsing
D
indirecte weerkaatsing

Slide 18 - Quizvraag

Je gaat een nieuwe rugzak kopen. Je staat voor een spiegel. in welke figuur is het spiegelbeeld goed getekend. 
juist

Slide 19 - Sleepvraag

Wat is de spiegelwet?
A
"Letters die je in een spiegelbeeld ziet zijn omgekeerd"
B
"Hoek van inval is gelijk aan hoek van terugkaatsing"
C
"Bolle spiegels zijn groter dan holle spiegels"
D
"Een spiegel is altijd vlak"

Slide 20 - Quizvraag

welke tekening geeft de spiegelwet juist weer?
A
.
B
.
C
.
D
.

Slide 21 - Quizvraag

hoe ziet je spiegelbeeld eruit in een gewone spiegel
A
even groot als jezelf
B
groter dan jezelf
C
kleiner dan jezelf

Slide 22 - Quizvraag

Op welke foto ligt de geodriehoek goed om een spiegelbeeld te maken van de vierhoek?
A
foto 1
B
foto 2
C
foto 3
D
geen foto

Slide 23 - Quizvraag

Welk van de nummers geven het gezichtsveld aan?
A
1 en 2
B
2 en 3
C
1 en 4
D
3 en 4

Slide 24 - Quizvraag

Een reflector geeft licht.
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Leervragen 2.3
Je leert wat lichtbreking is
Je leert hoe een lens werkt
Je leert hoe je een beeld maakt met een bolle lens
Je leert een beeld te tekenen bij een lens
Je leert de vergroting te bepalen van een lens 



Slide 26 - Tekstslide

een bolle lens is
A
een positieve lens
B
een negatieve lens
C
een neutrale lens
D
geen lens

Slide 27 - Quizvraag

Welke lenzen zijn positief en welke negatief? Sleep de lenzen naar het juiste vak.
+
-

Slide 28 - Sleepvraag

Een holle lens maakt van een evenwijdige licht bundel een
A
Divergente lichtbundel
B
Convergente lichtbundel
C
Evenwijdige lichtbundel

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een brandpunt?
A
Plek waar lichtstralen vandaan komen.
B
Afstand tussen voorwerp en lens.
C
Afstand tussen beeld en lens.
D
Punt waar lichtstralen samen komen.

Slide 30 - Quizvraag

Welke letter hoort bij de brandpunt?
A
f
B
F
C
b
D
B

Slide 31 - Quizvraag

Als de brandpunt afstand groot is, betekent het dat...
A
... het een sterke lens is
B
... het een zwakke lens is

Slide 32 - Quizvraag

Hoeveel brandpunten heeft een lens?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 33 - Quizvraag

In de figuur hiernaast zie je een bundel licht die door een lens gaat.

Welk cijfer geeft het brandpunt aan?
A
1
B
2
C
3

Slide 34 - Quizvraag

Welke lens heeft een kleinere brandpuntsafstand?
(lens 1 boven en lens 2 beneden)
A
lens 1
B
lens 2
C
dat kun je niet zeggen
D
natuurkunde rulez!

Slide 35 - Quizvraag

Sleep de begrippen  naar de juiste plek.
beeldgrootte (B)
voorwerpgrootte (V)
voorwerpafstand (v)
beeldafstand (b)

Slide 36 - Sleepvraag

Met welke formule bereken je
de vergroting bij een lens
A
N = AB/A*B*
B
N = v/b
C
N = b/v
D
N = A*B*/ v

Slide 37 - Quizvraag

Beeldafstand is 20 cm en voorwerpafstand is 3 m. Wat is de vergroting?
A
6,67 x
B
0,15 x
C
0,067 x
D
15 x

Slide 38 - Quizvraag

Samenvatting maken op papier!
Huiswerk heel H2 af, dan mag deze op de toets. 
Ook tekeningen erbij doen!

Slide 39 - Tekstslide

Aan de slag
  • Wat: samenvatting maken op papier van 2.1 t/m 2.3
  • Hoe: alleen in stilte 
  • Klaar: Lezen of voor ander vak 


timer
15:00

Slide 40 - Tekstslide

Volgende les gaat over lenzen, brillen. Alvast een filmpje hierover!

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Einde les 
Volgende les verder met 2.4

Slide 43 - Tekstslide