1.3 Burgerlijk Wetboek, 1.4 Wetboek van Strafrecht 1.5 Wetboek van Strafvordering
Het Burgerlijke Wetboek,
Het Wetboek van Strafrecht
& Het Wetboek van Strafvordering
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeveiligingMBOStudiejaar 3
In deze les zitten 22 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 90 min
Onderdelen in deze les
Het Burgerlijke Wetboek,
Het Wetboek van Strafrecht
& Het Wetboek van Strafvordering
Slide 1 - Tekstslide
Opbouw
Terugblik
Vooruitblik
Theorie
Opdracht
Afsluiting
Slide 2 - Tekstslide
UAVG?
Slide 3 - Woordweb
Waarom kennis van het Burgerlijk Wetboek?
aansprakelijkheid voor de daden van de beveiliger, de opdrachtgever en de organisatie
regels die gelden als het gaat om gevonden voorwerpen
Onder welk soort recht valt het Burgerlijk Wetboek?
Slide 4 - Tekstslide
Wat moet er gebeuren met een gevonden voorwerp?
zo snel mogelijk aangifte doen en in bewaring geven (bewijs?) (artikel 5:5)
anders zelf zorgvuldig bewaren (verantwoordelijkheid!!)
na een jaar wordt de vinder eigenaar (artikel 5:6)
(De burgemeester mag zaken die niet verplicht bij de gemeente afgegeven hoeven te worden én die minder waarde hebben dan 450 euro mogen na 3 maanden verkopen, weggeven of vernietigen)
Welke zaken moeten bij de gemeente / overheid worden ingeleverd?
Slide 5 - Tekstslide
Welke beloning / vergoeding mag je verwachten?
De vinder heeft recht op een redelijke (?) beloning (artikel 5:10)
Een redelijke vergoeding voor onderhoud / bewaren van het artikel
Een redelijke vergoeding voor het opsporen van de eigenaar
Slide 6 - Tekstslide
Honden en bananen
Wat zou de burgemeester kunnen besluiten als er een dier gevonden is? (aanmelden bij Stichting Amivedi -> verkopen / weggeven -> na 2 weken -> afmaken)
Wat zou de burgemeester kunnen besluiten als er bederfelijke goederen gevonden zijn? (verkopen / weggeven / vernietigen)
Slide 7 - Tekstslide
Revindicatie en Retentierecht
Als het niet is aangegeven, dan mag de eigenaar het goed nog 20 jaar komen opeisen (=revindicatie)
Als de vinder kosten heeft gemaakt, krijgt de eigenaar het goed pas terug als deze vergoed zijn (=retentierecht)
opeisbare vordering
voldoende samenhang
feitelijke macht over de zaak
Slide 8 - Tekstslide
Aansprakelijkheid
Werkgevers zijn in beginsel mede aansprakelijk voor de rechtmatige en de onrechtmatige daden van de werknemers, voor zover het daden betreft die in de sfeer van het werk vallen
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Aansprakelijkheid voor de werkgever (artikel 6:170)
De werkgever is aansprakelijk voor schade die een werknemer toebrengt tijdens de uitvoering van zijn werk;
- er moet een duidelijk verband (?) zijn tussen de schade en de werkzaamheden
- geldt voor werknemers, stagiairs en leerlingen van school
Slide 11 - Tekstslide
Het verhalen (?) van schade
'De schadevergoeding komt volledig voor rekening van de werkgever, tenzij de medewerker door zijn opzet of bewuste roekeloosheid de schade heeft veroorzaakt'
Slide 12 - Tekstslide
Op wie wordt de schade verhaald?
als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid -> de werknemer
als schriftelijk vastgelegd tussen werkgever en beveiliger -> de werknemer
als schade door gedrag van de beveiliger tijdens het werk ontstaat -> de werkgever
Hoe kan de Beveiliger N3 voorkomen dat schade op de werkgever wordt verhaald?
Slide 13 - Tekstslide
Wetboek van Strafvordering
Als er vermoedelijk een strafbaar feit wordt gepleegd, geeft het WvSv een aantal mogelijkheden om op te kunnen treden.
Slide 14 - Tekstslide
Opsporingsonderzoek
vermoeden van een gepleegd misdrijf
onder leiding van een opsporingsambtenaar
verzamelen van feiten voor vervolging of opsporing
Bevoegdheden: oa Aanhouden en Staande houden van verdachten
Aan welke voorwaarden moet een persoon voldoen verdachte te zijn? (1) Een redelijk vermoeden van schuld (2) Feiten of omstandigheden (3) Strafbaar feit
Twee situaties waarin iemand een verdachte kan zijn? (1) Voordat de vervolging is begonnen en (2) Tegen wie de vervolging is gericht
Slide 16 - Tekstslide
Beveiligers
Bevoegdheden: Aanhouden op heterdaad
Aan welke voorwaarden moet een persoon voldoen verdachte te zijn? (1) Een redelijk vermoeden van schuld (2) Feiten of omstandigheden (3) Strafbaar feit (4) Heterdaad
Drie verschillende situaties voor heterdaad: (1) je ziet dat er een feit gepleegd is (2) je ziet dat iemand een feit pleegt (3) je komt ter plaatse net nadat het feit gepleegd is
Slide 17 - Tekstslide
Wetboek van Strafrecht
Welke strafbare gedragingen kunnen leiden tot een vervolging of aanhouding?
Welke rollen kan een dader hebben als hij deelneemt aan een strafbaar feit?
Slide 18 - Tekstslide
Herhaling: Daderomschrijvingen
Pleger
Medepleger
Doen-pleger (materiële dader en intellectuele dader)
Uitlokker (materiële dader en intellectuele dader)