Formuleren woordkeuze

Formuleren hoofdstuk 2 
Hoe schrijf je in aantrekkelijke taal? 



1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Formuleren hoofdstuk 2 
Hoe schrijf je in aantrekkelijke taal? 



Slide 1 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
1. Gebruik geen (te) lange woorden. 
2. Gebruik geen (te) moeilijke woorden als je de betekenis niet goed kent.
3. Vermijd deftige of formele woorden. 
4. Schrijf alleen afkortingen als je ze ook uitspreekt als afkorting. 
5. Zorg voor variatie met behulp van synoniemen en verwijswoorden. 

Slide 2 - Tekstslide

Tips zinsbouw 
1. Varieer in zinsopbouw. 
2. Varieer in zinslengte. 
3. Zet woorden en zinsdelen die bij elkaar horen zo dicht mogelijk bij elkaar (vermijd tang-constructies) 
4. Gebruik zoveel mogelijk actieve zinnen. 
5. Gebruik geen naamwoordstijl 
6. Zorg voor duidelijke verbanden tussen zinnen door middel van voegwoorden, verwijswoorden en signaalwoorden.

Slide 3 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
1. Gebruik geen (te) lange woorden. 
Niet: rookgasontzwavelingsinstallatie 
Maar wel: Installatie voor de ontzwaveling van rook en gas 

Niet: aankoopwaardegarantieverzekering 
Maar wel: Verzekering voor garantie op aankoopwaarde 

Slide 4 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
4. Schrijf alleen afkortingen als je ze ook uitspreekt als afkorting. 
Dus wel: 
cd 
tv 
cv-installatie 
Maar niet: etc. bijv. idd, min. kg 

Slide 5 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
2. Gebruik geen (te) moeilijke woorden als je de betekenis niet goed kent.
clementie: genade / welwillendheid 
contesteren: bestrijden / betwisten 
dichotoom: met twee mogelijkheden 

Slide 6 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
3. Vermijd deftige of formele woorden. 
bij dezen 
betreffende 
echter 
gelijken 
hetgeen 


Slide 7 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
5. Zorg voor variatie met behulp van synoniemen en verwijswoorden. 
Voorbeeld: 
Mevrouw Bouali, mijn cliënte, heeft op 20 maart jl. een bestelling bij u geplaatst. Deze bestelling zou op 3 april bij mevrouw Bouali bezorgd worden. Dat gebeurde helaas niet. Mevrouw Bouali heeft contact met u opgenomen, en u hebt mevrouw Bouali toen verteld dat de levering met 3 weken vertraagd was. Mevrouw Bouali had een vrije dag opgenomen voor de levering, en wil hier graag een tegemoetkoming voor.

Slide 8 - Tekstslide

Tips woordgebruik 
5. Zorg voor variatie met behulp van synoniemen en verwijswoorden. 

Mevrouw Bouali, mijn cliënte, heeft op 20 maart jl. een bestelling bij u geplaatst. Deze bestelling zou op 3 april bij haar bezorgd worden. Dat gebeurde helaas niet. Mijn cliënte heeft contact met u opgenomen, en u hebt haar toen verteld dat de levering met 3 weken vertraagd was. Mevrouw Bouali had een vrije dag opgenomen voor de levering, en wil hier graag een tegemoetkoming voor.

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag! 
Weektaak: opdrachten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 9 (formuleren) p. 185-194
spelling 16 t/m 24 p. 223 / 228
Maak deze les minimaal opdrachten 1 t/m 3 

Slide 10 - Tekstslide