Writing A2 (MBO niveau 3+4)

Writing (A2)
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Writing (A2)

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je krijgt alle informatie die je nodig hebt voor het schrijfexamen Engels
  • Je gaat aan de slag met een oefenopdracht

Slide 2 - Tekstslide

About the exam
  • A2 niveau
  • Duur: 1 uur
  • 3 tot 5 kleine en grote schrijfopdrachten (bijvoorbeeld: mail naar een hotel, briefje naar een vriend, etc.)
  • Het examen maak je online
  • Je mag een woordenboek gebruiken

Slide 3 - Tekstslide

Wat is A2 niveau?
  • Je kunt schrijven over familie, hobby's, werk, reizen en actuele gebeurtenissen.
  • De woordvolgorde en grammatica zijn meestal correct.
  • Je gebruikt een aantal verwijswoorden (and, but, if, him, mine, hers, etc).
  • Je maakt gebruik van een logisch begin, midden en eind.
  • De spelling is redelijk correct. Je mag nog fouten maken in moeilijkere woorden, zo lang je ze fonetisch goed schrijft.
  • Je kunt de meervoud goed schrijven (girls, children, houses, apples, etc.)
  • Je gebruikt hoofdletters, punten en vraagtekens. 


Slide 4 - Tekstslide

About the exam (in Dutch)

Beoordeling


  • Precondities (is 80% van de opdracht uitgevoerd, is het in het Engels geschreven, is het voldoende leesbaar?)
  • Coherentie
  • Woordenschat en woordgebruik
  • Grammaticale correctheid
  • Spelling en interpunctie


Slide 5 - Tekstslide

Tips & Tricks

Algemene tips en informatie


  • Maak altijd alle opdrachten
  • Lees alles eerst goed door
  • Houd je tijd goed in de gaten
  • Gebruik altijd Dear, en Best wishes,
  • Je mag een woordenboek gebruiken
  • Check aan het einde nog alle hoofdletters en punten


Slide 6 - Tekstslide

Examples
Nu volgen een aantal voorbeelden van schrijfopdrachten uit de examens van voorgaande jaren. Zo weet je ongeveer wat je kunt verwachten,

Slide 7 - Tekstslide

-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?

Slide 8 - Tekstslide

-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?

Slide 9 - Tekstslide

-Lees de opdracht eerst goed door.
-Naar wie schrijf je? (Dear .....,)
-Welke onderdelen moet je er in zetten?
-Hoe begin en eindig je deze mail?
-Waar moeten hoofdletters, komma's, punten en/of vraagtekens?

Slide 10 - Tekstslide

Refreshen your memory

Op A2 wordt van je verwacht dat je goede woordvolgorde gebruikt in Engelse zinnen, voldoende woordenschat hebt, zinnen aan elkaar kunt voegen en je kunt starten en afsluiten op de juiste manier. We gaan even oefenen met deze onderdelen.

  • Woordenschat en woordvolgorde
  • Signaalwoorden/voegwoorden
  • Aanhef/afsluiting



Slide 11 - Tekstslide

Vocabulary/synonyms

Gebruik niet steeds dezelfde woorden. Dit betekent dat je woordenschat onvoldoende is.


I like, what I like the most, I really like......

Gebruik niet steeds hetzelfde woord.


Gebruik ook andere vormen, zoals:

I am fond of, I fancy, I love, I prefer.....

Slide 12 - Tekstslide

Geef 3 andere Engelse woorden die aangeven dat je iets leuk/fijn/prettig vindt

Slide 13 - Woordweb

Geef 3 andere Engelse woorden die hetzelfde betekenen als het woord 'big'

Slide 14 - Woordweb

Word order

Basic word order (in short)

Wie Doet Wat Waar Wanneer






Slide 15 - Tekstslide

wie
doet
wat
waar
wanneer
Word Order
Carolyn
in summer
walking
on the beach
enjoys

Slide 16 - Sleepvraag

What is the correct word order?
We
looked up 
words 
in a dictionary 
last week

Slide 17 - Sleepvraag

Conjunctions

Voegwoorden gebruik je om zinnen aan elkaar te plakken.


Examples:

  • and, but, or, so, yet -> zinnen aan elkaar plakken
  • because, since, therefore, due to (vanwege) -> reden geven
  • first, next, finally, anyway -> concluderen, opvolgen


And many more....




Slide 18 - Tekstslide

Wat betekenen deze linking words?
eigenlijk, daadwerkelijk
als eerste, in de eerste plaats
omdat
sinds, aangezien
because
since
first
in fact

Slide 19 - Sleepvraag

Connect the linking words to the correct sentence.
I missed my train ... I left too late
I like my dress, ... I would prefer it in green.
I think small animals .... hamsters are cute
I studied very well, ... I had a good result.
Because
So
Such as
However

Slide 20 - Sleepvraag

Je wilt reageren op een e-mail van een vriend. Wat is een goede Engelse zin om mee te beginnen?

Slide 21 - Woordweb

Je wilt een reservering voor een hotel bevestigen. Wat is een goede Engelse zin om mee te beginnen?

Slide 22 - Woordweb

Je mailt een docent met een vraag over het huiswerk. Wat is een goede zin om mee te beginnen?

Slide 23 - Woordweb

Dear Sirs,
Dear Sir/Madam,
Dear Madams,
Dear Suzie,
Je schrijft een mail naar je goede vriendin Suzie.
Je schrijft een mail aan meerdere vrouwelijke docenten waarvan je de naam niet kent.
Je schrijft een mail naar iemand waarvan je de naam niet weet (bijvoorbeeld een hotelreservering).
Je schrijft een mail aan de directeur van een bedrijf en je weet niet of het een man of vrouw is. 
Je schrijft een mail aan twee mannelijke directeuren van wie je de naam niet kent.

Slide 24 - Sleepvraag

Which is the BEST way to start an e-mail or letter (brief)?
A
Hello Suzie,
B
Hi Suzie,
C
Yo Suzie,
D
Dear Suzie,

Slide 25 - Quizvraag

Which is the BEST way to close an e-mail or letter (brief)?
A
Greets,
B
Best wishes,
C
Bye,
D
Kind regards,

Slide 26 - Quizvraag

When you are writing to a company/business or someone you DON'T know, what is the best way to close it?
A
Yours sincerely,
B
Yours faithfully,
C
See you soon,
D
Love,

Slide 27 - Quizvraag

Get to work
  • Op de volgende dia ga je naar een website om te oefenen met A2 schrijven.
  • Je maakt eerst alle voorbereidende oefeningen. 
  • Ben je klaar? Maak de schrijfopdracht op ITSLearning > Tegel Engels > Writing A2


Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Link

Is voor jou helder wat op schrijven A2 van jou verwacht wordt en kun je zelfstandig vooruit met oefenen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Opdracht:
  1. Maak eerst de 3 oefeningen op website.
  2. Ga dan naar ITSLearning > Writing > Inlevermap Writing 15 januari en schrijf de e-mail terug.

Klaar? Klik onder de inlevermap op de oefeningen. Dit is handig voor je examen om goed te weten.

Slide 31 - Tekstslide