Les 6.2 - leerdoel 5

Lesplanning
  1. Klassikaal: scanning-tunneling microscope + halveringstijd
  2. Werken aan leerdoel 5
  3. Begrippenweb H14
  4. Afsluiting: de kat van Schödinger
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Lesplanning
  1. Klassikaal: scanning-tunneling microscope + halveringstijd
  2. Werken aan leerdoel 5
  3. Begrippenweb H14
  4. Afsluiting: de kat van Schödinger

Slide 1 - Tekstslide

minimaal in de contexten: Scanning Tunneling Microscope (STM), alfaverval
Tunneling.
Wat weet je nog?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De kans op tunneling hangt af van:
  • hoogte barrière 
  • breedte barrière 
  • energie deeltje
  • massa deeltje

Slide 3 - Tekstslide

Hoogte barriere 🡪 sterkte van het elektrisch veld
Breedte barriere 🡪 uitgebreidheid elektrisch veld (afstand waarover de kracht werkt)
Kleinere massa 🡪 grotere debrogliegolflengte, deze strekt zich daardoor verder uit buiten de barriere 

1

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

02:06
Door de afstand tussen de tip en het materiaal te verkleinen wordt de ... verkleind.
A
breedte van de barrière
B
hoogte van de barrière
C
energie van het deeltje
D
massa van het deeltje

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Scanning tunneling microscope

Slide 6 - Tekstslide

Stroomsterkte is afhankelijk van de afstand tussen het oppervlak en de naald (breedte van de barrière). De stroom wordt constant gehouden waardoor de positie van de naald het oppervlak van het materiaal in beeld brengt.

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De halveringstijd verklaren

alfaverval

Slide 8 - Tekstslide

Barriere: kernkracht (alleen op korte afstand; smalle put) wanneer het alfa deeltje in de kern zit. 
Buiten de barrière (helling) afstotende kracht (elektrische kracht).

Waar is de halveringstijd van afhankelijk? De energie van het alfadeeltje, zie binas; grotere energie alfadeeltje, kleinere halfwaardetijd.

Oefenopgave
Atoomkernen zwaarder dan lood-208 ondergaan alfaverval. Bij alfaverval breekt een heliumkern vrij van de atoomkern. In de onderstaande afbeelding zien we een vereenvoudigd model van de energiebarrière van de atoomkern.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit experimenteel onderzoek blijft dat de tunnelkans exponentieel toeneemt als de kinetische energie van het alfadeeltje groter wordt.
Geef een reden waardoor dit het geval is. Ga ervan uit dat het deeltje niet genoeg energie heeft om zonder tunneling de atoomkern te verlaten.

Slide 10 - Open vraag

Een alfadeeltje is een helium-4-kern, dus bestaat uit twee protonen en twee neutronen. De
massa is:
m = 4 x 1,66 x 10 -27 kg = 6,64 x 10 -27 kg

De kinetische energie van het deeltje vinden we in tabel 25. Dit is gelijk aan 8,776 MeV. In
joule wordt dit:
E kin = 8,776 x 10 6 x 1,6 x 10 -19 = 1,4 x 10 -18 J

λ = h / p
Met E k = p 2 /(2m) vinden we:
λ = h / √(2mE k )
 λ = 6,6 x 10 -34 / √(2 x 4 x 1,66 x 10 -27 x 1,4 x 10 -12 ) = 4,85 x 10 -15 m
Hiernaast zien we een alfadeeltje dat uit een Polonium-212 kern tunnelt. Bereken de debrogliegolflengte van het een alfadeeltje als het net ontsnapt is. Gebruik hiervoor BINAS tabel 25.

Slide 11 - Tekstslide

Een alfadeeltje is een helium-4-kern, dus bestaat uit twee protonen en twee neutronen. De
massa is:
m = 4 x 1,66 x 10 -27 kg = 6,64 x 10 -27 kg

De kinetische energie van het deeltje vinden we in tabel 25. Dit is gelijk aan 8,776 MeV. In
joule wordt dit:
E kin = 8,776 x 10 6 x 1,6 x 10 -19 = 1,4 x 10 -18 J

λ = h / p
Met E k = p 2 /(2m) vinden we:
λ = h / √(2mE k ) λ = 6,6 x 10 -34 / √(2 x 4 x 1,66 x 10 -27 x 1,4 x 10 -12 ) = 4,85 x 10 -12 m
Aan de slag
Werken aan leerdoel 5 - volgens de studiewijzer
Vandaag is het les 6.2
Bij aanvang van les 7.1 lever je de check van leerdoel 5 in.
timer
30:00

Slide 12 - Tekstslide

4, 
Begrippenweb H14
Werk in vietallen. Eén tweetal maakt de voorzijde en het andere tweetal de achterzijde. Wanneer jullie klaar zijn bespreken jullie het resultaat als groepje.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Elektronen door een dubbelspleet vormen een interferentiepatroon, maar elektronen door een enkele spleet niet. Leg uit hoe daaruit blijkt dat Schrödinger-kattentoestanden (superposities die niet in de ene of de andere toestand zijn, maar beide tegelijkertijd) bestaan ​​voor zeer kleine deeltjes.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

We zien golfverschijndelen bij elektronen maar niet bij een kat omdat...
A
elektronen sneller bewegen dan katten.
B
elektronen langzamer bewegen dan katten.
C
elektronen hebben een kleinere massa dan een kat.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan je zeggen over de cirkelbeweging van een elektron in de buurt van twee nabijgelegen atomen.
A
Het elektron draait rond het zwaardere atoom.
B
Het elektron draait rond het lichtere atoom.
C
Het elektron draait om één van de twee atomen maar je weet niet om welk atoom.
D
Het elektron draait om beide atomen tergelijkertijd.

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopgave herhaling
https://staff.fnwi.uva.nl/c.g.vanweert/Lesmateriaal/Quantumwereld_MathJax_W3/Text/voorbeeldtoetsopgave_blue.html

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies