6. hoorcollege 3.1 en 3.2 ZW aan opdracht 1

De Middeleeuwen
Tijdvak 3 Tijd  van monniken en ridders
500-1000

3.1 - Leenheren, leenmannen en horigen
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De Middeleeuwen
Tijdvak 3 Tijd  van monniken en ridders
500-1000

3.1 - Leenheren, leenmannen en horigen

Slide 1 - Tekstslide

Tijd van monniken en ridders (500 - 1000)
In het wit zie je een helm, zoals ridders die droegen. Op de achtergrond zie je een deel van een klooster. Ridderschap en de christelijke kerk horen bij de Tijd van monniken en ridders.
Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 2 - Tekstslide

Kenmerkende aspecten
9. Het ontstaan en de verspreiding van de islam
10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
Leer ze uit je hoofd!

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen 3.1 (blz 61)
1. Je kunt beschrijven hoe West-Europa zich na de val van het Romeinse Rijk bestuurlijk ontwikkelde. 
2. Je weet wat feodale verhoudingen zijn en hoe ze ontstonden. 
3. Je kunt de oorzaken beschrijven van de verbrokkeling van de macht in de late negende en tiende eeuw.  
4. Je kunt beschrijven door welke oorzaken West-Europa in de vroege Middeleeuwen weer een landbouwsamenleving werd.

5. Je kunt het ontstaan van horigheid verklaren

6. Je kunt uitleggen dat domeinen via het hofstelsel zelfvoorzienend waren.

Kenmerkende aspecten:

10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Je kunt beschrijven hoe West-Europa zich na de val van het Romeinse Rijk bestuurlijk ontwikkelde
Je kunt het ontstaan van horigheid verklaren
Je weet wat feodale verhoudingen zijn en hoe ze ontstonden. 
Je kunt beschrijven door welke oorzaken West-Europa in de vroege Middeleeuwen weer een landbouwsamenleving werd.
Je kunt uitleggen dat domeinen via het hofstelsel zelfvoorzienend waren.
Je kunt de oorzaken beschrijven van de verbrokkeling van de macht in de late negende en tiende eeuw. 

Slide 6 - Sleepvraag

1. Je kunt beschrijven hoe West-Europa zich na de val van het Romeinse Rijk bestuurlijk ontwikkelde.

Slide 7 - Tekstslide

Het vroegmiddeleeuwse koningschap
  • Germaanse volken o.l.v. krijgsheren dringen het R.R. binnen.
  • Dappersten worden vaak koning .
  • koningschap wordt erfelijk. (rijk wordt soms verdeeld tussen verschillende zonen....kon er bloederig aan toe gaan....)
  • Romeins bestuursysteem was niet houdbaar en verdween.
  • Karel de Grote (keizer in 800) nam maatregelen om zijn grote rijk te kunnen besturen (paltsen).

Slide 8 - Tekstslide

2. Je weet wat feodale verhoudingen zijn en hoe ze ontstonden. 

Slide 9 - Tekstslide

2. Je weet wat feodale verhoudingen zijn en hoe ze ontstonden. 
  • Leenheer en leenman/vazal
  • Hoge adel - lage adel
  • ook de geestelijkheid pikte een graantje mee en kon leenheer en leenman zijn.
  • Vazallen: zijn trouw aan de leenheer 
Versterkt dit systeem de macht van de leenheer of verzwakt dit juist?

Slide 10 - Tekstslide

3. Je kunt de oorzaken beschrijven van de verbrokkeling van de macht in de late negende en tiende eeuw. 

Slide 11 - Tekstslide

Deling van het rijk
  • 843 - kleinzonen Karel de Grote verdelen het rijk.
  • Verbrokkeling van de macht
  • Leenmannen doen ook erfopvolging, dit was niet afgesproken! Mocht niet!
  •  Macht van koning neemt af ten gunste van de hertogen en graven.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

4. Je kunt beschrijven door welke oorzaken West-Europa in de vroege Middeleeuwen weer een landbouwsamenleving werd.

Slide 14 - Tekstslide

Landbouwsamenleving
  • Klassieke oudheid: landbouw-stedelijke samenleving (Agrarisch-Urbaan).
  • Middeleeuwen: Landbouwsamenleving, zelfvoorzienend (Autarkisch)
  • Oorlogsgeweld/epidemieën na val R.R. 
  • Handel nam af, onveilige wegen.

Slide 15 - Tekstslide

5. Je kunt het ontstaan van horigheid verklaren

Slide 16 - Tekstslide

Boeren gebonden aan de grond.
  • Boeren waren gebonden aan de grond.
  • vrije boeren
  • als  een vrije boer kiest voor veiligheid en wordt een pachtboer/ horige.
  • lijfeigenen = slaven

Slide 17 - Tekstslide

6. Je kunt uitleggen dat domeinen via het hofstelsel zelfvoorzienend waren.

Slide 18 - Tekstslide

Het domein
  • Het landgoed van de leenheer / klooster, incl bos, weide, akkers ed.
  • hofstelsel: deel direct voor de heer /  deel bewerkt door pachters/horigen.
  • zelfvoorzienend / autarkisch, want er was weinig handel tussen domeinen onderling.
Vroonland
Land direct van de heer, werd meestal bewerkt door de lijfeigenen. Hierop staan ook de woning van de heer, de opslagruimten en plaatsen om de oogst te bewerken, molen, bakkerij etc.
De hof
De woning, vaak ommuurd of versterkt, waar de heer en zijn familie wonen.
Hoeven
De boerderijen van de horigen en de weinig vrije boeren.

Slide 19 - Tekstslide

De Middeleeuwen
Tijdvak 3 Tijd  van monniken en ridders
500-1000

3.2 Het christendom in Europa

Slide 20 - Tekstslide

Tijd van monniken en ridders (500 - 1000)
In het wit zie je een helm, zoals ridders die droegen. Op de achtergrond zie je een deel van een klooster. Ridderschap en de christelijke kerk horen bij de Tijd van monniken en ridders.
Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 21 - Tekstslide

Kenmerkende aspecten
9. Het ontstaan en de verspreiding van de islam
10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
Leer ze uit je hoofd!

Slide 22 - Tekstslide

3.2 Het christendom in Europa
3.2 Het christendom in Europa - les 1
1. Je kunt uitleggen waardoor het christendom na het einde van het west- Romeinse Rijk een terugval doormaakte.
2. Je kunt beschrijven hoe het christendom zich in de vroege middeleeuwen over Europa verspreidde.
3. Je kent het belang van de overgang van Clovis naar het christendom.
4. Je begrijpt het wederzijds belang dat geestelijken en vorsten hadden bij samenwerking.
5. Je kunt d erol van klooster beschrijven op het gebied van wetenschap en cultuur.
KA
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.

Slide 23 - Tekstslide

3.2 Het christendom in Europa
De bekering van de Franken
Ten tijde van het R.R. houden Germaanse stammen naast het christendom ook vast aan hun eigen religieuze gewoontes.

Het christendom verliest na de val van het R.R. terrein.

496 - Clovis koning der Franken laat zich dopen en sluit zich aan bij de belangrijkste stroming van het christendom, dit levert hem de steun op van veel machtige bisschoppen. Hij verovert heel Gallië en de Franken moeten verplicht christen worden.

Het christendom gaat zich nu verspreiden over Europa.

Slide 24 - Tekstslide

Christendom 300 - 500
Christendom rond 1300

Slide 25 - Tekstslide

Gegevens
  • 300:  
  • (10% van de bevolking)
  • 2.5 – 3 miljoen

  • 1300:
  • (80-90% van de bevolking)
  • 63 – 71 miljoen

Slide 26 - Tekstslide

3.2 Het christendom in Europa
De verspreiding van het christendom
De koningen beschermden de geestelijken en de geestelijk ondersteunden de koning.              win-win situatie:

- De koning beschermde de geestelijke met wetgeving en het zwaard, maar ze gaven ook grond en andere goederen aan kerken en kloosters.
- Geestelijken konden schrijven en waren nuttig bij het bestuur. De Kerk benadrukte dat koningen door God waren aangesteld. 

De kerk versterkte de machtspositie van de koning.

Missionarissen verspreidde het christendom verder door Europa, vaak onder bedreiging van geweld.

Slide 27 - Tekstslide

Koning en de kerk
  • Wat geeft koning:
    veiligheid en macht
  • Wat geeft kerk: 
    bureaucratische hulp
  • Legitimatie macht: koning aangesteld door God.

Slide 28 - Tekstslide

Bekering van Europa
  • Vanaf 600 missionarissen
  • Anders geweld
  • Hele bekende in Nederland: Bonifatius

Slide 29 - Tekstslide

3.2 Het christendom in Europa
Het kloosterleven
Monniken en nonnen zonderden zich af van de wereld om zich aan God te wijden. Vaak volgens een kloosterregel (leefregels).

Kloosters werden vaak rijk door alle giften die zij van koningen ontvingen, ze hadden uitgestrekte domeinen die bewerkt werden door horigen.

Door studie van de bijbel en boeken uit de oudheid vergaarden zij veel kennis.

Slide 30 - Tekstslide

Organisatie kerk
Kloosters:
  • Leven voor God 
  • Leven naar één regel
  • Vaak die van Benedictus
  • Kloosters werden een centrum van wetenschappen zoals filosofie en geschiedschrijving

Slide 31 - Tekstslide

Kenmerkende aspecten
9. Het ontstaan en de verspreiding van de islam
10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
noem ze nog eens!

Slide 32 - Tekstslide

Aan de slag

Werk aan opdracht 1 voor tijdvak 3, probeer zo ver mogelijk te komen.

Slide 33 - Tekstslide