Les 4 Toonhoogte en frequentie_H2A

DEZE LES
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

DEZE LES

Slide 1 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Muziekinstrumenten kunnen we indelen in verschillende groepen:
  1. snaar 
  2. blaas
  3. slag
  4. elektronisch

Slide 2 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
1: snaar instrumenten 
Als je de snaar in trilling brengt krijg je een toon.
De toon hangt af van:
  • dikte: hoe dunner, des te hoger de toon
  • lengte: hoe korter, des te hoger de toon
  • spanning: hoe strakker, des te hoger de toon

Slide 3 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
2: blaas instrumenten 
Als je de lucht in de buis in trilling wordt gebracht door erop te blazen.
De toon hangt af van:
  • lengte: hoe korter de buis, hoe hoger de toon

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Trillingen kun je zichtbaar laten maken met een oscilloscoop.

Slide 6 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
trillingstijd T = tijd die nodig is                                    voor één                                                volledige trilling
Eenheden van trillingstijd.
  • 1 s = 1000 ms
  • 1 ms = 1000       (microseconde)
  • Hoe kleinder trillingstijd,         hoe hoger de toon.
μs
T=f1

Slide 7 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
frequentie = aantal trillingen per seconde
  • meet je in Hertz (Hz)
  • f = 1 Hz
  • f = 2 Hz
  • f = 3 Hz
  • Hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon. 
f=T1

Slide 8 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
toename frequentie
afname trillingstijd

Slide 9 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Octaaf

Slide 10 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
  • mens: 20 Hz t/m 20.000 Hz (kHz)
Frequentiebereik: geluid dat je kunt horen

Slide 11 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
  • infrasoon: geluiden onder de 20 Hz
  • ultrasoon: geluiden boven de 20.000Hz

Slide 12 - Tekstslide

DB 6.2 opdr 1 t/m 10
BESPREKEN

Slide 13 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
vraag 4
  • De snaar trilt met een te hoge frequentie.
  • Hij moet de snaar dus minder strak spannen.
Leg uit wat de pianostemmer moet doen, als de snaar een toon geeft van 445 Hz.

Slide 14 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
vraag 5
  • Het hoogste geluid is het geluid met de meeste trillingen per seconde.
  • Omdat de mug het hoogste geluid maakt, bewegen de vleugels van de mug dus ook het snelst.
Het gezoem van een mug klinkt veel hoger dan het gezoem van een bij.

Bij welk insect bewegen de vleugels per seconde het vaakst op en neer? Leg uit

Slide 15 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 6b
T=f1=801=0,0125s
  • aantal trillingen = 12
  • dus T = 12 x 0,0125 = 0,15 s

Slide 16 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 6b
T=f1=801=0,0125s

Slide 17 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 6c
t = 12 x 0,0125 = 0,15 s
6,3 cm = 0,063 m

Slide 18 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 6c
t = 12 x 0,0125 = 0,15 s
v=ts=0,0,150,063=0,42s
6,3 cm = 0,063 m

Slide 19 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 7

Slide 20 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 7

Slide 21 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Stappenplan: trillingstijd en de frequentie
  1. Tel het aantal hokjes van 1 volledige trilling.
  2. Vermenigvuldig dit met de tijd/div onder de afbeelding
  3. Reken de tijd om in seconde, je hebt dan de trillingstijd T. 
  4. Bereken de frequentie:
berekenen.

Slide 22 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Stappenplan: trillingstijd en de frequentie
  1. Tel het aantal hokjes van 1 volledige trilling.
  2. Vermenigvuldig dit met de tijd/div onder de afbeelding
  3. Reken de tijd om in seconde, je hebt dan de trillingstijd T. 
  4. Bereken de frequentie:
f=T1
berekenen.

Slide 23 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • aantal hokje = 10
  • T = 10 x 0,5 = 5 ms = 0,005 s 

Slide 24 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • aantal hokje = 10
  • T = 10 x 0,5 = 5 ms = 0,005 s 
f=T1

Slide 25 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
aantal hokje = 10
T = 10 x 0,5 = 5 ms = 0,005 s 
f=T1=0,0051=200Hz

Slide 26 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • aantal hokje = 5
  • T = 5 x 2 = 10 ms = 0,01 s 

Slide 27 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • aantal hokje = 5
  • T = 5 x 2 = 10 ms = 0,01 s 
f=T1

Slide 28 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
aantal hokje = 5
T = 5x 2 = 10 ms = 0,01 s 
f=T1=0,011=100Hz

Slide 29 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • 10 hokjes = 3 Trillingen
  • 1 Trilling = 10/3 = 3,33 hokjes
  • T = 3,33 x 0,1 = 0,333 ms                                          = 0,000333 s 

Slide 30 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 8
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • 10 hokjes = 3 Trillingen
  • 1 Trilling = 10/3 = 3,33 hokjes
  • T = 3,33 x 0,1 = 0,333 ms                                          = 0,000333 s 
f=T1=0,0003331=3003Hz

Slide 31 - Tekstslide

6.2 Toonhoogte en frequentie
Vraag 9
Bereken de trillingstijd en de frequentie.
  • 2 trillingen = 0,2 ms/div 
  • Hoeveel trillingen zie je als de tijdsbasis 1 ms/div is? 
  • 1 / 0,2 = 5x
  • Dus 5 x 2 = 10 trilingen

Slide 32 - Tekstslide

AFSLUITING

Slide 33 - Tekstslide