Par. 4.2 Staatsvorming en centralisatie

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Programma 
  1. Terugblik (10 min.)
  2. Uitleg: centralisatie en staatsvorming (10 min.)
  3.  Opdracht 1 (15 min.)

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen 
1. Je kunt uitleggen hoe de staatvorming van Engeland, Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk plaatsvond en welke rol steden hierbij speelden.
2. Je kunt beschrijven hoe door staatsvorming de macht van de adel en het belang van het feodale stelsel afnam.
3. Je kunt uitleggen waarom de koning streefde naar centralisatie en waarom de edelen en de steden dat probeerden tegen te gaan.

Slide 3 - Tekstslide

Boer Kik ontdekt dat hij graan langer kan bewaren en daardoor sedentair kan gaan leven
Boer Caroline voelt zich aangetrokken tot het christendom. Helaas is het verboden en kan hij voor de leeuwen worden gegooid 
Boerin Jayla  moet dankzij de centralisatie zich aan dezelfde wetten houden als alle andere mensen en ook nog eens belasting betalen 
Boerin Lynette moet elke dag hard werken en moet de helft van haar producten geven aan de heer. In ruil daarvoor wordt ze wel beschermd. 
Boer Menno is vertrokken van het domein, omdat ze in de stad veel meer rechten kan hebben en kan gaan doen waar ze goed in is.
Boerin Hannah mag meebeslissen over alle belangrijken besluiten in zijn stadstaat 

Slide 4 - Sleepvraag

Horigen
Leenheer 
Politiek 
gemeen 
patriciërs 
Economie 
Stadsrechten 
Herendiensten 
Erfelijk 
Eed van trouw 
gilden 
Domein 

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld van een juist antwoord:
Feodale stelsel: Leenheer, Politiek, Erfelijk en eed van trouw 
Opkomst stedelijke burgerij: Stadsrechten, gilden, patriciërs, gemeen
Hofstelsel: Horigen, Economie, herendiensten, Domein 

Horigen
Leenheer 
Politiek 
gemeen 
patriciërs 
Economie 
Stadsrechten 
Herendiensten 
Erfelijk 
Eed van trouw 
gilden 
Domein 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 1 (10 min.)
  1. De linkerhelft van de klas kijkt naar het resultaat van de strijd tussen centralisatie en particularisme in Engeland (Lees kopjes 'Willem de veroveraar organiseert Engeland' en De Magna Carta')
  2. Het midden van de klas kijkt naar het resultaat van de strijd tussen centralisatie en particularisme in Frankrijk (Lees kopjes ' Filips II Augustus', 'De Honderdjarige Oorlog' en 'Nieuw Frankrijk ontstaat')
  3. De rechterhelft van de klas kijkt naar het resultaat van de strijd tussen centralisatie en particularisme in Duitsland (Lees kopjes: 'Stamvorsten worden Keurvorsten') 

Geef een samenvatting van de strijd en geef aan wie er wint: Edelen of de vorst? 

Slide 13 - Tekstslide

Resultaten: Centralisatie vs. Particularisme 
1. Engeland: Willem de Veroveraar succesvol in staatsvorming. Later onvrede onder edelen: Macht koning wordt ingeperkt met grondwet: Magna Carta.  Winnaar: Edelen 
2. Frankrijk: Koning introduceert belastingsysteem en ambtenaren. Krijg meer grip op bevolking en perkt macht edelen fors in. Winnaar: Koning 
3. Duitsland: Heilige Romeinse Rijk verdeeld in veel delen. Stamvorsten kiezen keizer. Keizer wil macht uitbreiden, maar verliest die strijd. 
Gouden Bul: Zeven belangrijkste keurvorsten kiezen keizer. Winnaar: edelen

Slide 14 - Tekstslide

Leg uit of de keurvorsten het lieft een zwakke of sterke keizer kiezen?

Slide 15 - Open vraag

Opdracht 2:
Maak opdracht 7 uit je werkboek op blz. 84. 

Overleggen mag fluisterend. Oortjes ook toegestaan. 

Klaar? Ga aan de slag met de voorbereiding van 4.3

Slide 16 - Tekstslide

Antwoorden opdracht 7
In de late Middeleeuwen kregen steden vaak (privileges) van de (koning) of van een (edelman).
Koningen streefden naar het verkrijgen van aaneengesloten grondgebied met een krachtig en stabiel bestuur (staatsvorming). Dat krachtige bestuur is nodig om (belasting) te kunnen heffen om (kastelen) te bouwen en (oorlogen) te voeren. Koningen organiseerden het bestuur (efficiënter) en verminderden daartoe de macht van de (adel) en de (steden). De koning gaf, geholpen door (ambtenaren), leiding aan belastinginning, bestuur en (rechtspraak). Vanuit één hoofdstad (centralisatie) probeerden zij overal in het land op (eenzelfde) manier het land te regeren (uniformering) met overal dezelfde (wetten), (belastingheffing) en rechtspraak. De edelen en de (steden) hielden echter vast aan hun privileges, die de koning juist wilde (afschaffen).

Slide 17 - Tekstslide

Lesdoelen check 
1. Je kunt uitleggen hoe de staatvorming van Engeland, Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk plaatsvond en welke rol steden hierbij speelden.
2. Je kunt beschrijven hoe door staatsvorming de macht van de adel en het belang van het feodale stelsel afnam.
3. Je kunt uitleggen waarom de koning streefde naar centralisatie en waarom de edelen en de steden dat probeerden tegen te gaan.

KA: 

Het begin van staatsvorming en centralisatie 

Slide 18 - Tekstslide