AFP les 2 Het circulatiestelsel

In welke bloedvaten vindt de afgifte van voedingsstoffen en zuurstof plaats?
A
Aders
B
Slagaders
C
Haarvaten
1 / 46
volgende
Slide 1: Quizvraag
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

In welke bloedvaten vindt de afgifte van voedingsstoffen en zuurstof plaats?
A
Aders
B
Slagaders
C
Haarvaten

Slide 1 - Quizvraag

Het circulatiestelsel
Learnbeat: Anatomie fysiologie 2.6 het circulatiestelsel

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je benoemt de onderdelen van het circulatiestelsel en de bouw en de ligging van de onderdelen. 
  • Je legt uit wat de functies en de werking van de onderdelen van het circulatiestelsel zijn.

Slide 3 - Tekstslide

Welk begrip komt in je op bij het circulatiestelsel?

Slide 4 - Woordweb

Slide 5 - Video

Bloedvaten
🫀 1. Slagaders (arteriën)
  • Dikke, elastische wanden om de druk van het hart te weerstaan.
  • De aorta is de grootste slagader.
  • Takken zich steeds verder op in kleinere slagaders → slagadertjes (arteriolen) → haarvaten.
  • ➡️ Functie: bloed weg van het hart vervoeren.


💧 2. Aders (venen)
  • Draag het bloed terug naar het hart.
  • Hebben kleppen om te voorkomen dat bloed terugstroomt (belangrijk bij lage druk).
  • Wand is dunner dan bij slagaders.
  • ➡️ Functie: bloed naar het hart terugvoeren.
🌬️ 3. Haarvaten (capillairen)
  • Fijne vertakkingen die slagaders en aders verbinden.
  • Wand bestaat uit één laag cellen → stoffen kunnen gemakkelijk doorheen diffunderen.
  • ➡️ Functie: uitwisseling van stoffen tussen bloed en lichaamscellen.

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel liter bloed hebben wij in ons lichaam?

Slide 7 - Open vraag

Hoevaak slaat je hart normaal gesproken per minuut?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

Het hart: bestaat uit vier holtes (boezems en kamers), hartkleppen, en bloedvaten die het hart binnenkomen en verlaten.
  • 4 holtes (transport bloed door het hart)
- 2 boezems
- 2 kamers

  • Hartkleppen (voorkomen terugstroming van bloed)

💧 Belangrijke bloedvaten rond het hart
  • Aorta - Voert zuurstofrijk bloed van het hart naar het lichaam.
  • Longslagader - Voert zuurstofarm bloed van het hart naar de longen.
  • Longaders - Brengen zuurstofrijk bloed van de longen naar het hart.
  • Holle aders - Brengen zuurstofarm bloed uit het lichaam naar het hart.

Slide 10 - Tekstslide

3 lagen

1. Endocard: Binnenste laag van de hartwand.
Bekleedt de binnenkant van de hartkamers en hartkleppen. Zorgt voor een glad oppervlak zodat het bloed zonder wrijving kan stromen.

2. Myocard: Middelste en dikste laag van de hartwand 
Verantwoordelijk voor de contractie van het hart en dus het rondpompen van bloed.
Bestaat uit hartspierweefsel  De dikte varieert: 

3. Pericard: Buitenste laag, bestaande uit twee vliezen:
Binnenste laag van het pericard, direct op het myocard en buitenste laag, vormt een zak rond het hart.
Beschermt het hart en vermindert wrijving tijdens het kloppen.

Slide 11 - Tekstslide

Bloedvoorziening van het hart
  • Kransslagaders
  • Kransaders

Slide 12 - Tekstslide

Werking van het hart

Slide 13 - Tekstslide

Het prikkelgeleidingssysteem

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

De grote en kleine bloedsomloop
🔁 Grote bloedsomloop (systemische circulatie)
Doel: zuurstofrijk bloed naar het hele lichaam brengen en afvalstoffen afvoeren.

  • Linker ventrikel → aorta
  • Aorta → organen en weefsels
  • Organen → zuurstofarm bloed via aders
  • Vena cava → rechter atrium

🔄 Kleine bloedsomloop (pulmonale circulatie)
Doel: zuurstofarm bloed naar de longen brengen en zuurstofrijk bloed terug naar het hart.

Rechter ventrikel → longslagader
Longslagader → longen (zuurstofopname, koolstofdioxideafgifte)
Longaders → linker atrium



Slide 16 - Tekstslide

Mechanismen
  • Kleppen
  • Hartpomp
  • Adempomp
  • Spierpomp


Slide 17 - Tekstslide

ECG: (elektrocardiogram) is een grafische weergave van de elektrische activiteit van het hart. 
🔤 Belangrijke onderdelen van een ECG-golf:

P-golf: elektrische activiteit van de boezems (atria) → boezemcontractie.
QRS-complex: elektrische activiteit van de kamers (ventrikels) → kamercontractie.
T-golf: herstel  van de kamers.


🩺 Wat kun je zien op een ECG?
  • Hartritme: regelmatig of onregelmatig.
  • Hartfrequentie: aantal slagen per minuut.
  • Geleidingsstoornissen: zoals AV-blok of bundeltakblok.
  • Hartritmestoornissen: zoals boezemfibrilleren, tachycardie, bradycardie.
  • Hartinfarct: afwijkingen in het ST-segment of Q-golven.

Slide 18 - Tekstslide

Slagaders vervoeren
A
Zuurstofrijk bloed
B
Zuurstofarm bloed

Slide 19 - Quizvraag

Aders noemen we ook wel
A
Arteriën
B
Venen

Slide 20 - Quizvraag

Wat doen capillairen?
A
Uitwisselen van stoffen tussen bloed en weefsel
B
Bloed opslaan

Slide 21 - Quizvraag

Het septum scheidt:
A
Linkerboezem en linkerkamer
B
Rechterboezem en rechterkamer
C
Linker kamer en rechterkamer

Slide 22 - Quizvraag

Wat wordt bedoeld met de ‘systole’?
A
het samentrekken van de kamers
B
het samentrekken van de boezems
C
de hoogste bloeddrukwaarde

Slide 23 - Quizvraag

Ader
Haarvaten

Slagader
Arterie
Vene
Capillair

Slide 24 - Sleepvraag

Slide 25 - Tekstslide

ALLE slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quizvraag

Wat is een normale bloeddrukwaarde?

Slide 27 - Woordweb

De bloeddruk
De bloeddruk is de kracht waarmee het bloed tegen de wanden van de bloedvaten drukt.

  • Systolische druk (bovendruk): de druk wanneer het hart samentrekt en bloed in de slagaders pompt.
  • Diastolische druk (onderdruk): de druk wanneer het hart ontspant tussen twee slagen.


Normaalwaarden:
120/80 mmHg

  • Hypotensie: lager is dan 90/60 mmHg
  • Hypertensie: hoger is dan 140/90 mmHg
De hoogte hangt af van de hoeveelheid en de plaats.
🧬 Factoren die bloeddruk beïnvloeden
  • Leeftijd
  • Stress
  • Lichaamsbeweging
  • Voeding (zout, alcohol)
  • Medicatie

Slide 28 - Tekstslide

  • Frequentie (normocardie, tachycardie, bradycardie)
  • Ritme
  • Kwaliteit (voelen)

Slide 29 - Tekstslide

Druk eens 5 seconden op je nagel..

Slide 30 - Woordweb

🩺 Wat is capillaire refill?
Het is de tijd die het kost voordat kleur terugkeert in de huid nadat er korte druk op is uitgeoefend. Meestal wordt dit getest op de nagelbedden of huid van het borstbeen.

De capillaire refill (ook wel capillaire hervullingstijd) is een eenvoudige en snelle observatietechniek die verzorgenden IG gebruiken om de doorbloeding en circulatie van een cliënt te beoordelen.

📊 Interpretatie
Normaal: < 2 seconden → goede perifere doorbloeding.
Vertraagd: > 2 seconden → mogelijk verminderde circulatie, shock, uitdroging of koude extremiteiten.

Slide 31 - Tekstslide

Polsslag meten
 De slagen zijn goed waar te nemen aan:

de polsslagader (a. radialis)
liesslagader (a. femoralis)
halsslagader (a. carotis).

Slide 32 - Tekstslide

Hoe meet je de pols bij een zorgvrager met beide armen in het gips?

Slide 33 - Woordweb

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Het septum scheidt:
A
Linkerboezem en linkerkamer
B
Rechterboezem en rechterkamer
C
Linker kamer en rechterkamer

Slide 36 - Quizvraag

Het hartritme wordt geregeld door een prikkelgeleidingssysteem. Waar bevindt zich de sinusknoop?
A
Rechter boezem
B
Linker boezem
C
Rechter kamer
D
Linker kamer

Slide 37 - Quizvraag

Hoe komt het dat het bloed uit de benen terug naar het hart kan stromen?

Slide 38 - Woordweb

Ader
Haarvaten

Slagader
Arterie
Vene
Capillair

Slide 39 - Sleepvraag

Vervoeren alle slagaders zuurstofrijk bloed?
A
Ja
B
Nee

Slide 40 - Quizvraag

Kamers noem je ook wel
A
Ventrikel
B
Atrium

Slide 41 - Quizvraag

Waarom is de hartspier links dikker dan rechts?

Slide 42 - Woordweb

Welke bloedsomloop voorziet de hersenen van bloed
A
De grote bloedsomloop
B
De kleine bloedsomloop

Slide 43 - Quizvraag

Bij mensen die ....... mobiel zijn bestaat het risico dat het bloed in een beenader stolt en een trombus vormt.
A
Veel
B
Weinig

Slide 44 - Quizvraag

In welke bloedvaten is
de bloeddruk laag?
A
In haarvaten en aders
B
alleen in slagaders
C
alleen in aders

Slide 45 - Quizvraag

Wanneer treedt er meer bloedverlies op- bij een slagaderlijke bloeding of bij een aderlijke bloeding?
A
Slagaderlijke bloeding
B
Aderlijke bloeding

Slide 46 - Quizvraag