7.3 & 7.4 herhaling

3 MAVO
7.3 & 7.4 Herhaling
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

3 MAVO
7.3 & 7.4 Herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Collectieve en particuliere sector
collectieve sector
  • overheid en sociale zekerheidinstellingen
  • iedereen kan er gebruik van maken

particuliere sector
  • bedrijven
  • willen verkopen om winst te maken

Slide 2 - Tekstslide

Collectieve sector
  • De overheid en de instellingen voor de sociale verzekeringen vormen samen de collectieve sector.
  • Alle goederen en diensten die de collectieve sector levert, zijn voor iedereen bestemd.
  • De collectieve sector streeft niet naar winst, maar ze moet wel uitkomen met haar geld. Daarom maken deze instellingen elk jaar een begroting.

Slide 3 - Tekstslide

Particuliere sector
- De particuliere sector bestaat uit bedrijven en burgers.
- Bedrijven in de particuliere sector streven naar winst.
- Bedrijven concurreren met elkaar, wie is het goedkoopst/het beste? -> Dit noem je marktwerking


Slide 4 - Tekstslide

privatiseren
Activiteiten overhevelen van de collectieve sector naar de particuliere sector.

Voordelen:
Minder kosten en organisatie voor de overheid.
Prijzen kunnen lager worden door marktwerking.

Nadelen:
Overheid verliest inspraak.
Sommige activiteiten kunnen ophouden met bestaan.

Slide 5 - Tekstslide

Inkomsten Gemeente
Een gemeente heeft natuurlijk inkomsten nodig om de uitgaves te kunnen betalen. Die inkomsten komen van:
  • Het rijk (de overheid)

  • Gemeentelijke belastingen (bv OZB)

  • Geld van burgers (afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges)
Onroerendezaak belasting
Belasting voor eigenaren van woningen, bedrijfspanden en gebruikers van bedrijfspanden en garages
Leges
Een betaling aan de overheid waar je iets voor terug krijgt, bijv:
- voltrekken huwelijk
- aanvragen paspoort/rijbewijs
- beoordelen vergunningsaanvraag

Slide 6 - Tekstslide

Maken oefenopgaven:  - 19 t/m 21
                                           - 26 & 27                blz 214


Slide 7 - Tekstslide

7.4 Hoe komt het Rijk rond?

Slide 8 - Tekstslide

Staatsschuld
  • een begrotingstekort = toename staatsschuld

  • een begrotingsoverschot = afname staatschuld

Slide 9 - Tekstslide

Indirecte belastingen:

zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten.

Ze worden betaald aan de verkoper en hij draagt het geld af

aan de Belastingdienst.


= kostprijsverhogende belastingen
    (bijv. btw en accijns).

Slide 10 - Tekstslide

Directe belastingen:
worden direct aan de Belastingdienst betaald.

= belasting over inkomen, winst en vermogen
    (bijv. loonbelasting en vennootschapsbelasting).

Slide 11 - Tekstslide

----
Staatsloterij

Slide 12 - Tekstslide

DRAAGKRACHTBEGINSEL
De hoge inkomens betalen

in verhouding (in procenten)
meer belasting dan de lagere inkomens
(het stelsel van inkomstenbelasting)

Slide 13 - Tekstslide

PROFIJTBEGINSEL

Je betaalt aan de overheid als je

ergens gebruik van maakt

(bijv. parkeergeld, collegegeld, bibliotheekbijdrage)

Slide 14 - Tekstslide

maken oefenopgaven: 
31 t/m 34

blz 215

Slide 15 - Tekstslide

Maken rekenopgaven: 

2, 3a, 4, 6 & 10

blz 216

Slide 16 - Tekstslide