Thema 8 les 2

doel:
Ik leer de vergrotende en de overtreffende trap.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

doel:
Ik leer de vergrotende en de overtreffende trap.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Regel: 
vergrotende trap: + er 
overtreffende trap: + st 

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling regels

Slide 4 - Tekstslide

Zijn jullie er klaar voor?!

Slide 5 - Tekstslide

Die weg is breed, maar deze weg is.......
A
breder
B
breeder
C
bredder
D
breedst

Slide 6 - Quizvraag

Mijn opa is oud, maar mijn oma is......
A
oudder
B
ouderst
C
oudst
D
ouder

Slide 7 - Quizvraag

Dit gebouw is hoog, maar dat gebouw is.......
A
hoogst
B
hoogste
C
hoger
D
hooger

Slide 8 - Quizvraag

Dit beest is gek, maar dat beest is nog.......
A
geker
B
Gekkur
C
gekker
D
gekst

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de vergrotende en overtreffende trap van streng?

Slide 10 - Open vraag

Wat is de vergrotende en overtreffende trap van klein?

Slide 11 - Open vraag

Wat is de vergrotende en overtreffende trap van groot?
Let op de jager afspraak!!!

Slide 12 - Open vraag

Wat is de vergrotende en overtreffende trap van dik?
Let op de bakker afspraak!!!

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide

GOED GEOEFEND!!!!

Slide 15 - Tekstslide

is de vergrotende en overtreffende trap van goed: goed - goeder - goedst
Nee
Ja

Slide 16 - Poll

wat is de vergrotende trap van goed?

Slide 17 - Woordweb

Andere voorbeelden van woorden die helemaal veranderen:

  • goed - beter - best 
  • veel - meer - meest
  • weinig - minder - minst 

Slide 18 - Tekstslide

Thema 8, week 1, les 2, spelling
In stilte aan de slag.

timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

Meestal hoef je alleen maar -er of -st achter een woord te zetten. Soms verandert er meer.
Dit vind ik:
Geen probleem.
Lastig.

Slide 20 - Poll