Website maken

Website maken
De wereld wordt steeds digitaler. Met een website kun je een grote doelgroep bereiken. Een website is een verzameling webpagina’s met tekst, afbeeldingen, video’s.

Door het toevoegen van bewegende beelden en geluid kun je op een aantrekkelijke
manier de informatie doorgeven.

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
D&pMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Website maken
De wereld wordt steeds digitaler. Met een website kun je een grote doelgroep bereiken. Een website is een verzameling webpagina’s met tekst, afbeeldingen, video’s.

Door het toevoegen van bewegende beelden en geluid kun je op een aantrekkelijke
manier de informatie doorgeven.

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een website

Dit is een begrip op blz 175
A
Alles wat je kan vinden op het internet
B
Website waar goederen of diensten worden verkocht
C
Dit is een verzameling van verschillende webpagina’s.
D
Hier kun je zoeken op onderwerp om informatie te vinden.

Slide 2 - Quizvraag

Noteer 3 websites die je veel bezoekt.
Schrijf ook op waarom je die bezoekt.

Maak 4.01 op blz. 139

Slide 3 - Woordweb

Websites met verschillende doelen
Met een website wil je een boodschap overbrengen. Je gaat na wat voor boodschap je wilt overbrengen en aan welke doelgroep. Je stemt je ontwerp hierop af.

Het doel van een website kan verschillend zijn:
- Informeren Informatie staat centraal. Veel tekst op webpagina’s.
- Verkopen Webshop waar producten of diensten worden aangeboden.
- Informatie zoeken Informatie vindbaar maken: doorlinken naar andere websites.
- Verbinden Mensen met elkaar verbinden via platformen.
- Diensten aanbieden Diensten inplannen of tickets verkopen.

Lees de theorie op blz 141 tot 145

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een webshop?
Theorie Blz 142
A
Alles op het internet
B
Website waar goederen of diensten worden verkocht
C
Dit is een verzameling van verschillende webpagina’s
D
Hier kun je zoeken op onderwerp om informatie te vinden.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een zoekmachine?
A
Alles op het internet
B
Bedrijven die domeinen beschikbaar stellen.
C
Dit is een verzameling van verschillende webpagina’s
D
Hier kun je zoeken op onderwerp om informatie te vinden.

Slide 6 - Quizvraag

Opdracht 4.03      van bladzijde 141
Informatie over een bepaald onderwerp delen
Informatie zoeken met een zoekmachine
Iets verkopen via een webshop
Mensen in contact brengen met elkaar
Een dienst aanbieden
www.hetfinancieelavies.nl
www.facebook.nl
www.ah.nl
www.google.nl
www.nu.nl

Slide 7 - Sleepvraag

Webhosting en domeinnaam
Een website heeft een domein en dat vind je op het World Wide Web (www). 
Een domeinnaam is een naam die eindigt op .nl, .eu, .com, .net of een andere extensie. 

 

Een domeinnaam moet uniek zijn. De Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) controleert de domeinnamen. Op die manier komen er geen dubbele domeinnamen in omloop en blijft elke domeinnaam uniek.
Je koopt een domeinnaam bij een registrar. Een registrar is een bedrijf dat van SIDN een vergunning heeft gekregen om domeinnamen vast te leggen. Dit zijn vaak bedrijven die ook webhosting regelen. Webhosting is het huisvesten van een website.


Slide 8 - Tekstslide

Wat is een domein

Begrip blz 175
A
Het huisvesten van websites.
B
De informatieve tekst op een webpagina.
C
Apparaten waarmee bezoekers een website kunnen openen.
D
De plek waar de website vastligt.

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Wat is een extensie?

Begrip blz 175
A
Dit geeft aan wat voor website het is en waar deze geregistreerd is.
B
De informatieve tekst op een webpagina.
C
Apparaten waarmee bezoekers een website kunnen openen.
D
Het huisvesten van websites.

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een Webhosting?

Begrip blz 175
A
Dit geeft aan wat voor website het is en waar deze geregistreerd is.
B
De informatieve tekst op een webpagina.
C
Apparaten waarmee bezoekers een website kunnen openen.
D
Het huisvesten van websites.

Slide 12 - Quizvraag

Wat zijn webhosts?

Begrip blz 175
A
Bedrijven die domeinen beschikbaar stellen.
B
De informatieve tekst op een webpagina.
C
Apparaten waarmee bezoekers een website kunnen openen.
D
Het huisvesten van websites.

Slide 13 - Quizvraag

www.vakcollege.nl
Domeinnaam
Extensie

Slide 14 - Sleepvraag

Lynn heeft een kledingwinkel. Ze verkoopt haar kleding alleen in Nederland. Haar winkel heet Fashion by Lynn.
Welke extensie kan Lynn het beste gebruiken?

Dit is vraag 4.10 op blz. 149
A
.nl
B
.org
C
.info
D
.net

Slide 15 - Quizvraag

De website www.fashionbylynn.nl en www.fashionbylynn.com zijn al vastgelegd. Bedenkt 2 andere domeinnamen

Dit is opdracht 4.10 op blz. 149

Slide 16 - Open vraag

Kosten website en webshop
De kosten van het bouwen van een website zijn afhankelijk van:
    - Vastleggen domeinnaam
    - Ontwerpen en bouwen website
    - Onderhouden website

Populaire domeinnamen zijn duurder dan minder populaire domeinnamen. Ook de extensie is van invloed op de prijs.
Het doel van de website heeft invloed op het ontwerp en het bouwen van een website. Hierdoor heeft dit ook veel invloed op de prijs. Een uitgebreide webshop zal duurder zijn dan een informatieve website. Daarnaast kun je ervoor kiezen om een website zelf te bouwen of door professionals te laten maken. Deze kosten kunnen ook veel verschillen.
Nadat een website online is gezet, zal hij onderhouden moeten worden. Nieuwe toepassingen toevoegen zal duurder zijn. Het is slim om in één keer een goede website te bouwen. Ook al is dit in het begin duurder, het onderhoud eenvoudiger en de mogelijkheden zijn hierdoor groter.
Bij onderhoudskosten behoren ook kosten op abonnementen, koppelingen en keurmerken. Dit biedt extra functionaliteiten of laat zien dat de website aan bepaalde eisen voldoet.





Slide 17 - Tekstslide

Hoe komt het dat extensie als .com duurder is dan een ander extensies?

Dit is vraag 4.12 van bladzijde 151
A
Omdat het cooler is
B
Deze extensie is populairder.
C
Deze extensie is internationaal
D
Deze extensie is ouder

Slide 18 - Quizvraag

Bedenk een voorbeeld van onderhoud aan een website

Slide 19 - Woordweb

Wat is het voordeel van een iDEAL-koppeling in de webshop.

Dit is opdracht 4.15 op blz. 154
A
Het garandeert dat alle producten binnen één dag worden bezorgd.
B
Het zorgt ervoor dat klanten alleen contant kunnen betalen bij aflevering.
C
Het maakt de webshop automatisch zichtbaar hoger in Google zonder andere inspanningen.
D
Dit is een betaalmethode die klanten kunnen gebruiken om eenvoudig af te rekenen in een webshop.

Slide 20 - Quizvraag

Waarom zou een webshop een keurmerk willen?

Dit is opdracht 4.15 op blz. 154
A
Omdat het logo zo mooi staat naast het winkelmandje.
B
Hiermee laat een website zien dat ze over bepaalde zaken hebben nagedacht. Dit schept vertrouwen bij de klanten.
C
Zodat de eigenaar tegen z’n moeder kan zeggen dat hij “officieel goedgekeurd is door het internet
D
Omdat klanten dol zijn op extra icoontjes om op te klikken zonder te weten wat ze betekenen.

Slide 21 - Quizvraag

Websites met verschillende doelen
Voordat je een website gaat ontwerpen moet je weten voor wat het hoofddoel is, welk budget er is en wie de doelgroep is. Ook kijk je welke devices er worden gebruikt voor het bezoeken van je website. De website moet namelijk rsponsive zijn.

 

Een website heeft meerdere webpagina’s met informatie. Dit zie je terug in een websitestructuur. Deze ontwerp je als eerste, omdat dit de basis is voor het maken van een website.

Het eerste wat mensen zien als ze op een website komen is de homepage.
De homepage is de toegangspagina van de website. Na de homepage ontwerp je overige webpagina’s. Ook wel subpagina’s genoemd.

Je stemt kleurgebruik, lettertype en achtergrond op elkaar af. Je zorgt ervoor dat elke webpagina overzichtelijk blijft.


Slide 22 - Tekstslide

Webpagina’s hebben meestal een volgende ontwerp: 
Lees de tekst op blz. 163

Slide 23 - Tekstslide

Sleep de plus naar de navigatie

Slide 24 - Sleepvraag

Wat is een website structuur?

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De pagina waar iedereen als eerste op terecht komt.
C
De manier hoe een website is opgebouwd. De combinatie van verschillende pagina’s.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 25 - Quizvraag

Wat is een Homepage

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De pagina waar iedereen als eerste op terecht komt.
C
De manier hoe een website is opgebouwd. De combinatie van verschillende pagina’s.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 26 - Quizvraag

Wat is een header

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
Kop of titel van de website.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een navigatiebalk

blz 176 begrip
A
Hier vind je de websitestructuur en naar welke pagina’s je kunt navigeren.
B
Kop of titel van de website.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 28 - Quizvraag

Wat is een section

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De belangrijkste tekst komt in de section te staan.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een heading

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De belangrijkste tekst komt in de section te staan.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 30 - Quizvraag

Wat is een Article

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De belangrijkste tekst komt in de section te staan.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 31 - Quizvraag

Wat is een Aside

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De informatie waar je niet door kunt klikken. Dit is vaak een afbeelding.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 32 - Quizvraag

Wat is een footer

blz 176 begrip
A
De informatieve tekst op een webpagina.
B
De informatie waar je niet door kunt klikken. Dit is vaak een afbeelding.
C
Hiermee kun je teksten in stukken opdelen. Dit vergroot de leesbaarheid.
D
Deze vind je onder aan de pagina. Hierin vind je eventueel links naar sociale media of adresgegevens.

Slide 33 - Quizvraag

Sleep de plus naar de navigatie.
Tekst
Dit is opdracht 4.24 op blz. 164

Slide 34 - Sleepvraag

Sleep de plus naar de header.
Tekst
Dit is opdracht 4.24 op blz. 164

Slide 35 - Sleepvraag

Waarom moet de huisstijl van een bedrijf terugkomen in de website?

Dit is vraag 4.23 op blz. 163
A
Zodat de website niet per ongeluk de huisstijl van de concurrent krijgt.
B
Omdat anders de kleuren zich eenzaam voelen zonder hun logo-vriendjes.
C
Om er zo voor te zorgen dat het herkenbaar is voor de gasten en klanten.
D
Zodat de printer op kantoor niet jaloers wordt op het internet.

Slide 36 - Quizvraag

Hoe zorg je bij het ontwerpen en bouwen voor een goede overzichtelijke website

Dit is vraag 4.23 op blz. 163
A
Zet alles op de homepage
B
Door een duidelijke paginastructuur aan te brengen en een duidelijke vlakverdeling.
C
Gebruik minimaal 12 verschillende lettertypes
D
Verstop het menu..

Slide 37 - Quizvraag

Website maken. Lees de tekst blz. 167
Er zijn verschillende stappen in het maken van een website. 




Een website maak je met een software programma, een website builder, in het Nederlands website bouwer. Je kunt de website builders verdelen in twee groepen, online en offline programma’s. Beiden brengen verschillende voor- en nadelen met zich mee.
Wanneer je een offline werkt, wordt er vaak een programeertaal gebruikt. HTML is een programmeertaal of programmeercode.
In een editor kun je de tekst van de programmeertaal of programmeercode veranderen.
De meest eenvoudige manier is de online websitebuilder. Je hebt hierbij een back-end en front-end. Aan de back-end kun je aanpassingen doen en de front-end is hoe bezoekers de website zien.
Doordat een website aan een CMS wordt gekoppeld, kunnen bedrijven eenvoudige aanpassingen in de back-end zelf aanpassen. Hierdoor hebben zij invloed op de content van een website. Om aanpassingen te doen, moet een gebruiker eerst inloggen in een beheeromgeving.




Slide 38 - Tekstslide

Wat is een App?

Begrip op blz. 177
A
Inhoud die teksten, afbeeldingen en video’s bevat.
B
Het bouwen van een website. Vaak is dit een softwareprogramma.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De afkorting voor applicatie. Een programma voor op je mobiele telefoon.

Slide 39 - Quizvraag

Wat is content?

Begrip op blz. 177
A
Inhoud die teksten, afbeeldingen en video’s bevat.
B
Het bouwen van een website. Vaak is dit een softwareprogramma.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De afkorting voor applicatie. Een programma voor op je mobiele telefoon.

Slide 40 - Quizvraag

Wat is een website builder?

Begrip op blz. 177
A
Inhoud die teksten, afbeeldingen en video’s bevat.
B
Het bouwen van een website. Vaak is dit een softwareprogramma.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De afkorting voor applicatie. Een programma voor op je mobiele telefoon.

Slide 41 - Quizvraag

Wat is een online website builder?

Begrip op blz. 177
A
Inhoud die teksten, afbeeldingen en video’s bevat.
B
Het bouwen van een website. Vaak is dit een softwareprogramma.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De afkorting voor applicatie. Een programma voor op je mobiele telefoon.

Slide 42 - Quizvraag

Wat is een offline website builder?

Begrip op blz. 177
A
Programma’s voor het bouwen van een website die geen internet gebruiken.
B
Het internet
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
Het bouwen van een website. Vaak is dit een softwareprogramma.

Slide 43 - Quizvraag

Wat is HTML?

Begrip op blz. 177
A
De achterkant van de website. De plek waar alle gegevens zichtbaar zijn een aanpassingen gedaan kunenn worden.
B
Dit is een opmaaktaal, ook wel Hyper Tekst Markup Language.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De voorkant van de website die voor bezoekers zichtbaar is.

Slide 44 - Quizvraag

Wat is Back-End??

Begrip op blz. 177
A
De achterkant van de website. De plek waar alle gegevens zichtbaar zijn een aanpassingen gedaan kunnen worden.
B
Dit is een opmaaktaal, ook wel Hyper Tekst Markup Language.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De voorkant van de website die voor bezoekers zichtbaar is.

Slide 45 - Quizvraag

Wat is Front-end??

Begrip op blz. 177
A
De achterkant van de website. De plek waar alle gegevens zichtbaar zijn een aanpassingen gedaan kunnen worden.
B
Dit is een opmaaktaal, ook wel Hyper Tekst Markup Language.
C
Programma’s voor het bouwen van een website die internet gebruiken.
D
De voorkant van de website die voor bezoekers zichtbaar is.

Slide 46 - Quizvraag

Wat is CMS??

Begrip op blz. 177
A
De achterkant van de website. De plek waar alle gegevens zichtbaar zijn een aanpassingen gedaan kunnen worden.
B
Dit is een opmaaktaal, ook wel Hyper Tekst Markup Language.
C
Content Management System, waarbij je zelf de website kunt beheren en eenvoudige gegevens kunt aanpassen.
D
De voorkant van de website die voor bezoekers zichtbaar is.

Slide 47 - Quizvraag