Zenuwstelsel: sympaticus en parasympaticus

Zenuwstelsel
welkom
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Zenuwstelsel
welkom

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je nog van twee weken geleden?

Slide 2 - Woordweb

leerdoelen:
> aan het einde van deze les kun je het verschil benoemen tussen het autonome/vegetatieve en somatische/animale zenuwstelsel

> aan het einde van deze les kun je het verschil benoemen tussen het sympathische en parasympatische systeem

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Woordweb

Neuronen, of zenuwcellen, zijn de gespecialiseerde bouwstenen en communicatiecellen van het zenuwstelsel en de hersenen (ca. 86-100 miljard). 

Ze verwerken en verzenden informatie via elektrische en chemische signalen (neurotransmitters).

 Neuronen maken denken, voelen, bewegen en lichaamsfuncties mogelijk door verbindingen te vormen via uitlopers: dendrieten (ontvangen) en axonen (versturen). 

Slide 6 - Tekstslide

Wat gebeurd er als we ons branden?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

waar denk je aan bij een autonoom/vegetatief zenuwstelsel?

Slide 9 - Woordweb

autonoom/vegetatief zenuwstelsel :
Onwillekeurig, stuurt inwendige organen, bloeddruk en ademhaling aan. Werkt automatisch en onbewust.

Slide 10 - Tekstslide

Het autonome zenuwstelsel regelt onbewuste lichaamsfuncties (hartslag, spijsvertering), terwijl het somatische of wel animale stelsel bewuste acties en spierbewegingen aanstuurt. Binnen het autonome stelsel fungeert het sympathische deel als 'gaspedaal' voor stress/actie, en het parasympathische deel als 'rem' voor rust en herstel

Slide 11 - Tekstslide

waar denk je bij een somatisch/animale zenuwstelsel aan?

Slide 12 - Woordweb

somatisch zenuwstelsel
Willekeurig, stuurt bewuste spierbewegingen en motoriek aan. Ook betrokken bij waarneming via zintuigen

Slide 13 - Tekstslide

Zet de woorden in het juiste vakken
Grote hersenen
(Cerebrum)
Hersenstam
(Truncus cerebri)


Kleine hersenen
(Cerebellum) 
Ruggenmerg
(Medulla spinalis)

Slide 14 - Sleepvraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?

Slide 17 - Open vraag

Hoe verloopt de prikkel van ontvangst naar actie?
Sensorische zenuwcel ontvangt informatie via zintuigen.
'Informatie' ofwel impuls gaat via de zenuwen naar de hersenen
De hersenen verwerken de impulsen. 
De reactie verloopt via motorische neuronen
Een 'actie' wordt uitgevoerd
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5

Slide 18 - Sleepvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

5 minuten plaspauze
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Autonoom zenuwstelsel
Stuurt automatische lichaamsfuncties aan

Het autonoom zenuwstelsel bestaat uit 2 delen:
  • Parasympathisch zenuwstelsel
  • Sympathisch zenuwstelsel

Slide 22 - Tekstslide

Parasympathisch zenuwstelsel
  • Actief als je rust
  • Lichaam werkt aan herstel en opbouw, bijv: opslaan van energie, assimilatie
  • Spijsvertering actief
  • Prikkeloverdracht o.i.v. de neurotransmitter acetylcholine


Slide 23 - Tekstslide

Sympatisch zenuwstelsel
  • Bevordert verbranding (dissimilatie) en zorgt voor activiteit: versnelde hartslag, bloedsomloop en ademhaling, betere spierwerking
  • Remt de spijsvertering
  • Prikkeloverdracht o.i.v. neurotransmitter adrenaline


Slide 24 - Tekstslide

Beide systemen werken samen om het lichaam in evenwicht (homeostase) te houden

Slide 25 - Tekstslide

Is het effect van adrenaline gelijk aan die van het sympatisch of parasympatisch zenuwstelsel?
A
Sympatisch
B
Parasympatisch

Slide 26 - Quizvraag

Sympatsich zenuwstelsel
parasympatisch 
zenuwstelsel
Activerend
hartfunctie
Activerend spijsvertering
organen
activerend op de skeletspieren
activerend enzymen
activerend op bloed naar de spieren
remmend op hartfunctie
remmend op bloed naar de spieren
remmend op spijsverteringsorganen

Slide 27 - Sleepvraag

Slide 28 - Tekstslide

Parasympatisch zenuwstelsel
Sympatisch zenuwstelsel

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Het autonome ZS bestaat uit het parasympatisch en sympatisch zenuwstelsel
A
Onjuist
B
Juist

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Het vegetatieve zenuwstelsel is hetzelfde als
A
het willekeurige zenuwstelsel
B
het onwillekeurige zenuwstelsel

Slide 34 - Quizvraag

Op welk(e) zenuwstelsel(s) heb je zelf GEEN invloed?
A
Autonome zenuwstelsel
B
Animale zenuwstelsel
C
Willekeurige zenuwstelsel
D
Vegetatieve zenuwstelsel

Slide 35 - Quizvraag

Het animale zenuwstelsel regelt:
A
vooral je bewuste reacties
B
vooral je onbewuste reacties
C
al je reacties
D
helemaal geen reacties

Slide 36 - Quizvraag

Wat hoort bij het animale zenuwstelsel?
A
Het innerveren van de darmen
B
het innerveren van de skelet en mimische spieren
C
het regelen van de hormoonhuishouding
D
het regelen van de hartslag en ademhaling

Slide 37 - Quizvraag

Combineer het begrip met de juiste uitleg
is actief als het lichaam actief is
is actief als het lichaam in rust is
willekeurige zenuwstelsel
onwillekeurige zenuwstelsel
animale zenuwstelsel
vegetatieve zenuwstelsel
sympatische zenuwstelsel
parasympatische zenuwstelsel

Slide 38 - Sleepvraag

                indeling zenuwstelsel
perifeer zenuwstels
centraal zenuwstelsel
autonoom zenuwstelsel
somatisch zenuwstelsel
sympatisch zenuwstelsel (actie)
parasympatisch zenuwselsel (rust)

Slide 39 - Sleepvraag

wat heb je geleerd?

Slide 40 - Woordweb

deze les was voor mij leerzaam
😒🙁😐🙂😃

Slide 41 - Poll