Taal woordsoorten les 1: lw en znw en bnw

Huiswerk en terugblik

Snelhechter en eventueel schriftje+ etui. Leg vast klaar op tafel.
Laptop dicht op tafel.

Oefentoets. 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Huiswerk en terugblik

Snelhechter en eventueel schriftje+ etui. Leg vast klaar op tafel.
Laptop dicht op tafel.

Oefentoets. 

Slide 1 - Tekstslide

Oriëntatie
Woordsoorten= soorten woorden.

Slide 2 - Tekstslide

Doelen van deze les
Jullie kunnen aan het einde van deze les:
-Uitleggen wat lidwoorden zijn en deze herkennen in een zin.

-Uitleggen wat zelfstandige naamwoorden zijn en hun kenmerken benoemen.

-Uitleggen wat bijvoeglijke naamwoorden zijn, deze in een zin herkennen
en ze toevoegen aan een zelfstandig naamwoord.

Slide 3 - Tekstslide

Instructie
Elize, Rosan
Vivian
Jurre K
Anna
Jurre L
Just
Sofia
Adam, Finn
Jelle
 Julia
Liz
Hanna
Bram

Zelfstandig werken (zie bord)
Liv
Janne?
Noah?
Sarah?
Kai
Lynn

Slide 4 - Tekstslide

Instructie
Maak aantekeningen!

Slide 5 - Tekstslide

Lidwoorden (lw)
de-het-een

Slide 6 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoorden (zn)
Een zelfstandig naamwoord (zn) is een woord voor een…
 mens: kapper, luilak, buurvrouw
 dier: mug, papegaai, bij
 plant: esdoorn, boterbloem
 ding: tafelpoot, rugzak, lucht

Een NAAM is ook een zelfstandig naamwoord: Niels, Feyenoord, de Maas, Oorlogswinter.



Slide 7 - Tekstslide

Kenmerken van zn
Je kunt er meestal een lidwoord voor zetten (de hond).



Je kunt er meestal een verkleinwoord van maken (het hondje).


Je kunt er meestal meervoud of enkelvoud van maken (de honden).


Slide 8 - Tekstslide

bijvoeglijk naamwoord (bn)
Het geeft een kenmerk of eigenschap van het zelfstandig naamwoord.
(voegt iets extra's bij het zelfstandig naamwoord).

 

Het staat voor óf achter een zelfstandig naamwoord.

De nieuwe auto.
De auto is nieuw.





Slide 9 - Tekstslide

Vragen over de instructie?
?

Slide 10 - Tekstslide

Even controleren
Welke lw, znw en bn staan er in deze zin:

In het drukke Amsterdam liepen wij een rondje om het oude Rijksmuseum.

Slide 11 - Tekstslide

In het drukke Amsterdam liepen Rick en Marleen een rondje

 om het oude Rijksmuseum.

3 lidwoorden (rood)
5 zelfstandig naamwoorden (blauw)
2 bijvoeglijk naamwoorden


Slide 12 - Tekstslide

Nog een keer
Welke lw, zn en bn staan er in deze zin:

In sporthal de Dillenburcht speelde Minerva de hele wedstrijd met een lekke volleybal en een geblesseerd teamlid.


Slide 13 - Tekstslide

In sporthal de Dillenburcht speelde Minerva de hele wedstrijd met een lekke volleybal en een geblesseerd teamlid.

4 lidwoorden (rood)
6 zelfstandige naamwoorden (blauw)
3 bijvoegelijke naamwoorden (geel)


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Waar sta je nu?
Samen even oefenen:
Begeleide inoefening.

Zelf aan de slag:
-Oefenen in Numo (nieuwe taak: woordsoorten): 4 oefeningen
-Oefenen in de studiewijzer (ta- mavo 1- woordsoorten t/m vz): oefen met lw, zn en bn.  Je mag ook vast met werkwoorden of het voorzetsel beginnen.

Slide 16 - Tekstslide

Oefenen
-opdrachten maken (minstens 4 af in Numo)

-15.50 lesafronding met exit ticket.

-Exit ticket nakijken en verbeteren.

-Pas inpakken als ik het zeg.

Slide 17 - Tekstslide

afronding
Duim omhoog, opzij, omlaag:

-in stilte werken.
-met fluisterstem overleggen.
-beheersen lesdoelen (lw, zn, bn).

Tot slot: exit-ticket

Slide 18 - Tekstslide

Antwoorden exit ticket: nakijken & verbeteren.
Wat zijn de lidwoorden?  de, het, een
Noem twee kenmerken van zelfstandig naamwoord:
1. er kan meestal een lidwoord voor.
2. je kan er meestal meervoud of enkelvoud van maken.
3. je kan er meestal een verkleinwoord van maken.
Voeg een bijvoeglijk naamwoord toe:
Het makkelijke, moeilijke, lastige, proefwerk. De auto is nieuw, rood, prachtig, snel....
Omcirkel het zn en onderstreep het bn.
4. De luie kat slaapt op de oude bank.
5. Onze nieuwe Opel is prachtig.
6. Isa en Ezra zitten in een nieuwe klas.




Slide 19 - Tekstslide