NI Red 1 unit 2 - 2.1 +rangtelwoorden

WELCOME
Phones in the phonebag, please!
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

WELCOME
Phones in the phonebag, please!

Slide 1 - Tekstslide

- Words 2.1 + 2.2
- First Dates ;-)

Phrases



Slide 2 - Tekstslide

What do you know already?
Open your laptop

Go to LessonUp.app

Slide 3 - Tekstslide

each

really

gig  

example 

take

cousin

something 
too
elke
echt
optreden
voorbeeld
brengen
neef/nicht
iets
te

Slide 4 - Sleepvraag

Words 2.1
Page 59 -> Words 2.1

I will repeat after you!

Page 61 -> Do exercise 7 + 8

Slide 5 - Tekstslide

Rangtelwoorden
Maar eerst...
Ga nog even terug naar pagina 22
(Tellen met gewone cijfers....)

Maar wat als je wilt vertellen dat je 1ste bent geworden in een wedstrijd of dat je op de 15e jarig bent?
Dan gebruik je RANGTELWOORDEN  

Slide 6 - Tekstslide

Lesson:
rangtelwoorden

Slide 7 - Tekstslide

Wanneer gebruik je rangtelwoorden?
Om een volgorde aan te geven
Wanneer gebruik je rangtelwoorden?
  • Wanneer je de VOLGORDE van een rij wilt bepalen.


Denk bijvoorbeeld aan de eindstand in een wedstrijd.
  • Om DATUMS uit te spreken.

Slide 8 - Tekstslide

Testje
Maak af:
Eerste - 1e / First - ___?
A
1e
B
1nd
C
1st
D
1th

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

We zetten het even op een rijtje:
Nederlands:
1 -> één - 1e - eerste
2 -> twee - 2e - tweede 
3 -> drie - 3e - derde
4 -> vier - 4e - vierde

Etc.
Engels:
1 -> one - 1st - first
2 -> two - 2nd - second 
3 -> three - 3rd - third 
4 -> four - 4th - fourth 
6 -> six - 6th - sixth

Bijna alle getallen krijgen: -TH 

Slide 11 - Tekstslide

De Oplettertjes...
Nederlands:
5 -> vijf - 5th - vijfde
8 -> acht - 8ste - achtste
9 -> negen - 9e - negende
12 -> twaalf - 12e - twaalfde

Etc.
Engels:
5 -> five - 5th - fifth
8 -> eight - 8th - eighth
9 -> nine - 9th - ninth
12 -> twelve - 12th - twelfth
20 -> twenty - 20th - twentieth
21 -> twenty-one - 21st - twenty-first 
22 -> twenty-two - 22nd - twenty-second

Slide 12 - Tekstslide

Rangtelwoorden
Page 62 -> Rangtelwoorden

Page 62 + 63 -> Do exercise 9 + 10

Slide 13 - Tekstslide

Geef een rangtelwoord
(voluit geschreven)

Slide 14 - Woordweb

Rangtelwoorden
Telwoorden
one
second
fifth
thirty
fourteenth
twenty-seven

Slide 15 - Sleepvraag

Write down the days of the week.
In English, of course.

Slide 16 - Open vraag

Met een HOOFDLETTER!!!
days of the week

Slide 17 - Tekstslide

Write down the months of the year
In English, of course.
(write what you know)

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Video

Days of the week
HOOFDLETTER
Months of the year
HOOFDLETTER

Slide 20 - Tekstslide

What DAY is it today?
You know the days !

Today is  ....... (day)  
Today is Wednesday

Slide 21 - Tekstslide

What DATE is it today?
You know the days and the months, so now it's time for a DATE!

Today is  ....... (day)  the ....th (rangtelwoord) of  ........ (month).

Today is  Wednesday the eighth of December.

Slide 22 - Tekstslide

When's Christmas Day?
date + month

Slide 23 - Open vraag

When is your birthday?
date + month

Slide 24 - Open vraag

Phrases
Listen and repeat after me
Copy the phrases in your notebook.....

Slide 25 - Tekstslide

Homework 

  • LEARN: Grammar Dates
  • LEARN: Phrases p.69
  • DO:Schrijf de verjaardagen van je familieleden op! (gebruik Grammar Dates)
  • DO: Exercise 20a again!
  • Repeat: Words 2.1 + 2.2
  • Repeat: Grammar First, Second

Slide 26 - Tekstslide

before reading a text

Slide 27 - Woordweb

Before reading:
- prepare for a text: exploring
- look at the title, picture and possible info at the bottom
- what do you already know about the text's topic?
- what type of text is it?
- read the questions, and possible instructions
- try to figure out what the text will be about.
--> We call this  SKIMMING (reading globally)

Slide 28 - Tekstslide

Why is it important to know which type of text you are reading?

Slide 29 - Open vraag

Text purposes:
- to inform
- to entertain
- to convince
- to activate
- to instruct

Slide 30 - Tekstslide

While reading:
- Look for specific information in the text
- Look for distinct words such as numbers, capital letters
- Find proof in the text for the answer to the question
- Pay attention to keywords: because, however, but, and, still, moreover, therefore, ...
- What is the text structure?
--> We call this SCANNING (reading intently)

Slide 31 - Tekstslide

A text usually consists of different paragraphs. How do they usually make up a text's structure?

Slide 32 - Open vraag

After reading
- check whether you have found proof in the text for every answer
- think about how you can link this text to your daily life
- how did it go? do you need to bring a dictionary next time?

Slide 33 - Tekstslide

Let's practice!
Reading skills

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

What is the purpose of this text?
A
to inform
B
to entertain
C
to convice
D
to activate

Slide 36 - Quizvraag