Gevaar!

Gevaar!

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Gevaar!

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheid

Je wilt je graag veilig voelen thuis, op school en op straat.

Deze slide heeft geen instructies

Doel




  • Ik weet wat veiligheid is.

  • Ik weet wanneer ik het fluitje mag gebruiken.


Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij het woord veiligheid?

Deze slide heeft geen instructies

Video Lisa

Veiligheid

Veiligheid is voor veel mensen belangrijk. Veiligheid betekent dat je niet in gevaar bent. 

Het verschilt per persoon waar en wanneer iemand zich veilig voelt. Sommige mensen voelen zich bijvoorbeeld veilig als ze veel mensen om zich heen hebben. Anderen voelen zich juist onveilig in een groep mensen. 

Deze slide heeft geen instructies

Op het TikTok-filmpje, dat ook door RTL Nieuws is bekeken, is te zien dat het slachtoffer tegen de grond wordt gewerkt en dat een meisje haar hard in haar rug trapt. Een ander meisje trekt aan haar haar. Er wordt gelachen en gescholden en zelfs een lok uit haar haar getrokken.

Deze slide heeft geen instructies

Noodfluitje

Het noodfluitje helpt je als je in gevaar bent. Je kan hier op blazen. Er komt een heel hard geluid uit. Dat kan andere mensen bewust maken dat er iemand in gevaar is. Zo kan er hulp komen.

Het fluitje is er niet voor de lol. Daarvoor is het geluid te hard. Het geluid kan zo hard zijn dat het slecht is voor de oren.

Bewaar het fluitje bv in de zak van je jas als je de straat op gaat met de fiets of met de bus.

Let op, dat het niet voor de lol wordt gebruikt.

Deze slide heeft geen instructies

Mag ik het fluitje gebruiken?

Je hebt ruzie met je zusje/broertje.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Mag je het fluitje gebruiken?

Iemand fietst achter je. Als je langzaam gaat, gaat degene achter je ook langzamer. Ga je sneller, dan gaat de ander ook sneller. Je voelt je niet veilig.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Mag je op het fluitje blazen?

Je wordt in de bus aangeraakt en degene stopt niet als je dat vraagt. Je kan of durft niet op te staan.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Mag je op het fluitje blazen?

Op het schoolplein heb je ruzie.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Mag je op het fluitje blazen?

In de klas zit je achterbuurman tegen je stoel te trappen.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Mag je op het fluitje blazen?

In een druk cafe staat iemand te dicht bij je. Degene raakt je ongewenst aan. Je zegt te stoppen, maar degene blijft te dichtbij staan. Degene drukt je wat in de hoek en het lukt je niet weg te gaan.

A

Ja

B

Nee

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Wat hebben we geleerd?

Deze slide heeft geen instructies