Herhalen PWW

Planning
- Herhalen lezen H1 t/m H6
- Aan de slag
- Woensdag: quiz of leren?
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Planning
- Herhalen lezen H1 t/m H6
- Aan de slag
- Woensdag: quiz of leren?

Slide 1 - Tekstslide

Het onderwerp van een tekst geef je aan met:
A
1 tot 4 woorden
B
een zin
C
maximaal 10 woorden
D
alle kernzinnen bij elkaar

Slide 2 - Quizvraag

De tekst samengevat in één zin heet:
A
onderwerp
B
deelonderwerp
C
kernzin
D
hoofdgedachte

Slide 3 - Quizvraag

Lezen H2-3: tekstverbanden
Vorig jaar:
chronologisch, opsommend, tegenstellend en toelichtend verband
H2:
concluderend, redengevend en oorzakelijk verband
H3:
doel-middel, samenvattend en vergelijkend verband

Verbanden herken je aan signaalwoorden of groepjes signaalwoorden.  

Slide 4 - Tekstslide

Welk tekstverband zie je hier?
Pinkpop wordt al sinds 1970 georganiseerd en is daarmee het langstlopende popfestival.
A
chronologisch verband
B
tegenstellend verband
C
voorwaardelijk verband
D
toelichtend verband

Slide 5 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
In Nederland worden vele festivals georganiseerd met verschillende soorten muziek. Evenementen met hardstyle, techno en dance; festivals met vooral rock en pop; voorstellingen met klassieke muziek enzovoorts. Met andere woorden: veel verschillende feesten met veel verschillende stijlen muziek.
A
Tegenstellend verband
B
Vergelijkend verband
C
Oorzakelijk verband
D
Samenvattend verband

Slide 6 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Solar programmeert veel jonge, hippe artiesten, terwijl Bospop juist vaak bands boekt die in het verleden heel populair waren. Er zullen dus meer oudere mensen naar Bospop gaan.
A
Samenvattend verband
B
concluderend verband
C
vergelijkend verband
D
doel-middelverband

Slide 7 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Veel festivals, zoals Lowlands, zijn populair.
A
vergelijkend verband
B
opsommend verband
C
toelichtend verband
D
samenvattend verband

Slide 8 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Hoewel ik altijd graag naar festivals ga, heb ik daar dit jaar geen geld voor.
A
tegenstellend verband
B
oorzakelijk verband
C
opsommend verband
D
toegevend verband

Slide 9 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Hij wilde dolgraag zijn favoriete band live zien spelen, daarom kocht hij een ticket.
A
redengevend verband
B
oorzakelijk verband
C
doel-middelverband
D
toelichtend verband

Slide 10 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Het festival kampte met een tegenvallende kaartverkoop. Door middel van kortingsacties probeerden ze extra tickets te verkopen.
A
chronologisch verband
B
doel-middelverband
C
vergelijkend verband
D
oorzakelijk verband

Slide 11 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Op het Best Kept Secret festival is veel aandacht voor een creatieve aankleding van het terrein, net als op Solar Festival.
A
voorwaardelijk verband
B
samenvattend verband
C
tegenstellend verband
D
vergelijkend verband

Slide 12 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Als je zeker wilt zijn van Pinkpoptickets, dan moet je op tijd opstaan.
A
vergelijkend verband
B
doel-middelverband
C
voorwaardelijk verband
D
concluderend verband

Slide 13 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je in deze zinnen:
Bospop is een festival dat in Limburg wordt georganiseerd. Ook Solar en Pinkpop zijn grote festivals in Limburg.
A
Redengevend verband
B
Oorzakelijk verband
C
Opsommend verband
D
Toegevend verband

Slide 14 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je hier?
Pinkpop weet regelmatig grote headliners te strikken. Daardoor zijn de tickets vaak snel uitverkocht.
A
Concluderend verband
B
Oorzakelijk verband
C
Redengevend verband
D
Voorwaardelijk verband

Slide 15 - Quizvraag

Welk tekstverband zie je?
Ik vind rockmuziek te gek, maar van techno moet ik niet zo veel hebben.
A
Tegenstellend verband
B
Voorwaardelijk verband
C
Vergelijkend verband
D
Samenvattend verband

Slide 16 - Quizvraag

Feit
  • Uitspraak over iets wat waar of niet waar is 
  • Een feit kan je controleren.

Voorbeeld: 'De helft van de veertienjarigen in Nederland krijgt 50 euro kleedgeld per maand.'

Slide 17 - Tekstslide

Mening (standpunt)
  • Wat iemand ergens van vindt
  • Het is niet controleerbaar
  • Je kunt het eens of oneens ermee zijn

Voorbeeld: 'Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen'

Slide 18 - Tekstslide

Feit of mening?
Hij praat heel snel.
A
feit
B
mening

Slide 19 - Quizvraag

Feit of mening?
Vandaag is het donderdag.
A
feit
B
mening

Slide 20 - Quizvraag

Feit of mening?
De bladeren zijn nat.
A
feit
B
mening

Slide 21 - Quizvraag

Feit of mening?
Rotterdam telt 220.000 inwoners.
A
feit
B
mening

Slide 22 - Quizvraag

Waaraan kun je zien voor welk publiek een tekst geschreven is?

Slide 23 - Open vraag

Aan de slag

Twee opties:
1. Afmaken planning bij Nieuw Nederlands online
2. Oefentoets maken

Slide 24 - Tekstslide