Les 2 - Voorvoegsels

Les 2 - Voorvoegsels
Bekijk het filmpje en maak daarna het testje
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Les 2 - Voorvoegsels
Bekijk het filmpje en maak daarna het testje

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Voorvoegsel
Betekenis
Getal
milli (m)
centi (c)
deci (d)
deca (da)
hecto (h)
kilo (k)
Koppel de juiste betekenis en getal aan het voorvoegsel
duizendste       0,001
duizend             1000
honderdste       0,01
honderd             100
tiende                 0,1
tien                      10

Slide 5 - Sleepvraag

Stroomsterkte omrekenen
x1000
:1000

Slide 6 - Sleepvraag

Omrekenen, sleep naar de juiste plaats
80 cm
80 mm
8000 mm
0,8 cm
8 m
8 dm
8 cm
8 mm

Slide 7 - Sleepvraag

Omrekenen, sleep naar de juiste plaats
700000 cm
7 m
700 cm
7000 m
7 m
7 km
700 cm
7 km

Slide 8 - Sleepvraag

Omrekenen van ampere
10mA= ............A
A
1A
B
100A
C
0,010A
D
0,10A

Slide 9 - Quizvraag

Omrekenen van eenheden
Van welke grootheid zien we hiernaast het schema?
A
Liter
B
Inhoud
C
Lengte
D
Oppervlakte

Slide 10 - Quizvraag

Omrekenen:
7,5kN =
A
750 N
B
7500 N
C
0,0075 N
D
0,00075 N

Slide 11 - Quizvraag

Omrekenen:
100mA=
A
1A
B
100A
C
0,010A
D
0,10A

Slide 12 - Quizvraag

Omrekenen:
0,1 kA =
A
100 A
B
1000 A
C
10 A
D
0,0001

Slide 13 - Quizvraag

Massa omrekenen
Kies de goede volgorde van de eenheden van massa.
A
g - kg - mg - t
B
mg - g - kg - t
C
kg - t - mg - g
D
t - kg - mg - g

Slide 14 - Quizvraag

Omrekenen:
1 liter =
A
1 m³
B
1 dm³
C
10 dm³
D
10 m³

Slide 15 - Quizvraag

Afstand omrekenen
Kies de goede volgorde van de eenheden van afstand.
A
mm - cm - km - m - hm
B
mm - cm - m - km - hm
C
km - hm - m -cm -mm
D
km - cm - hm - cm - mm

Slide 16 - Quizvraag

Omrekenen:
5 mV =
A
0,005 V
B
0,05 V
C
0,5 V
D
5V

Slide 17 - Quizvraag

Omrekenen
7,289Mm = ................. Km
A
728 900 Km
B
7 289 Km
C
0,7289 Km
D
72,89 Km

Slide 18 - Quizvraag

Omrekenen:
350 ms =
A
3,5 s
B
35 s
C
0,35 s
D
0,035 s

Slide 19 - Quizvraag

Omrekenen 24 A =
A
0,24 mA
B
2400 mA
C
24000mA
D
2,4 mA

Slide 20 - Quizvraag

Omrekenen 24 g =
A
0,24 mg
B
2400 mg
C
24000mg
D
2,4 mg

Slide 21 - Quizvraag

Omrekenen 57 m =
A
0,57 mm
B
5700 mm
C
57000mm
D
5,7 mm

Slide 22 - Quizvraag

Omrekenen:
40 milliliter =
A
40 cm3
B
40 dm3
C
40000 cm3
D
4 m3

Slide 23 - Quizvraag

omrekenen
1cm=
A
0,1 m
B
100mm
C
100m
D
0,01 m

Slide 24 - Quizvraag

Omrekenen:
1000 liter =
A
1 m3
B
1 dm3
C
10 dm3
D
10 m3

Slide 25 - Quizvraag

omrekenen 1km=
A
100 m
B
100hm
C
1000m
D
100cm

Slide 26 - Quizvraag

Omrekenen:
240 liter =
A
0,240 m3
B
240 dm3
C
240000 cm3
D
24 m3

Slide 27 - Quizvraag

Omrekenen:
300 g =
A
30 kg
B
30 000 kg
C
0,3 kg
D
3 kg

Slide 28 - Quizvraag

Omrekenen: 5mA=......A
A
5000A
B
50A
C
0,005A
D
0,5A

Slide 29 - Quizvraag

Omrekenen:
7,5kN =
A
750 N
B
7500 N
C
0,0075 N
D
0,00075 N

Slide 30 - Quizvraag

Wie is deze natuurkundige?
A
Isaac Newton
B
Albert Einstein
C
Dat ben ikzelf
D
J.P. Emans

Slide 31 - Quizvraag

Omrekenen:
100mA=
A
1A
B
100A
C
0,010A
D
0,10A

Slide 32 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een natuurkundige grootheid
A
de kilogram
B
de stofeigenschappen
C
de massa
D
de geur

Slide 33 - Quizvraag

omrekenen
1cm=
A
0,1 m
B
100mm
C
100m
D
0,01 m

Slide 34 - Quizvraag

Omrekenen
1cm=
A
0,1 m
B
100mm
C
100m
D
0,01 m

Slide 35 - Quizvraag

Einde van les 2
Je hebt in deze les geleerd:
  • Dat je rekenen met eenheden je overal tegenkomt;
  • Je weet wat de meest gebruikte voorvoegsels zijn bij Natuurkunde;
  • Je weet dat in de Natuurkunde voor de meeste grootheden (behalve voor afstand en volume) stappen van 1000 worden gemaakt.

Slide 36 - Tekstslide

Ik beheers de leerdoelen die hiervoor zijn genoemd!
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll