Les 1: Gouden handel/Amsterdam


De Gouden Eeuw in Nederland
Les 1: Gouden handel / Amsterdam





KGT - Hst 1
Pak je spullen + zitten op de eigen plek
timer
3:00
1 / 89
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 89 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les


De Gouden Eeuw in Nederland
Les 1: Gouden handel / Amsterdam





KGT - Hst 1
Pak je spullen + zitten op de eigen plek
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Les 1: Gouden Handel/Amsterdam

De Gouden Eeuw in Nederland
Les 1: Gouden handel / Amsterdam





KGT - Hst 1

Slide 2 - Tekstslide

Les 1: Gouden Handel/Amsterdam
Titel
Met afbeelding rechts
  • Opsomming
  • Opsomming
  • Opsomming
  • Opsomming

Slide 3 - Tekstslide

Ik krijg vaak de vraag van leraren: moeten scholen streng zijn of een plek waar leerlingen zich geaccepteerd voelen? De PISA-cijfers geven ons duidelijk antwoord: het gaat niet om kiezen tussen strengheid óf verbondenheid, maar om volledige inzet voor beide. Enkel leerlingen die zowel een strenge discipline ervaren als zich thuis voelen, presteren significant beter - zowel op taal als rekenen. Belangrijk daarom om de nadruk op deze warm-strenge aanpak te leggen. Scholen die hierop inzetten, doen dit door zowel strenge schooldiscipline te handhaven als het bevorderen van verbondenheid en het thuisvoelen van leerlingen, ondersteund door gedeelde afspraken en een doordacht schoolcurriculum. Een essentieel aspect hierbij is de erkenning en waardering van culturele, talige, religieuze en genderdiversiteit.
Startopdracht
Wanneer: begin van de les. 
Hoe lang: maximaal 5 minuten
Wat heb je nodig: wisbordje
Met wie: alleen of in tweetallen (staat bij de opdracht)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
periode 1600-1700

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht - werk alleen
Hieronder zie je een windroos.
Teken over op je wisbordje en schrijf er de windrichtingen bij.

timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

CVB vragen:
- Welke windrichting wijs ik aan? Schrijf de naam op je bordje.

Indien:
+2/3 goede antwoorden: uitleggen aan elkaar.
+1/2 goede antwoorden: goede antwoord herhalen door leerlingen, nog een CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden: uitleg geven en nog een CVB vraag. 

De windroos

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg windroos indien van toepassing.
Zie dia hiervoor.
Leerdoelen
Aan het eind van deze les...
...ken je de begrippen: compagnie, VOC, WIC, droogmakerij, Gouden Eeuw, grachtengordel, stapelmarkt. (R)
...kan je uitleggen waarom Nederland al een handelsland was voor 1600 en op welke manier Amsterdam daar een rol in speelde. (R/T1)
...kan je uitleggen waarom de VOC en WIC werden opgericht. (T1)
...kan je verschillende specerijen benoemen en twee redenen noemen waarvoor deze werden gebruikt. (T1)
...kan je noemen naar welk deel van de wereld de VOC/WIC voer en welke handelswaar ze mee terug namen. (T1)
...kan je benoemen waarom een droogmakerij een grote verandering was. (T2)
...oefen je met deze leerdoelen door het maken van de vragen die bij deze paragrafen horen. (R/T1/T2)

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen benoemen voor deze les. 
Tijd van regenten en vorsten

In dit hoofdstuk gaan we zien hoe de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw kon uitgroeien tot een rijk en machtig land. 
regent
Rijke burger en bestuurder van een gewest (provincie) of stad. 
vorst
Andere naam voor een koning.

Slide 9 - Tekstslide

Voorkennis: tijdvak van regenten en vorsten.
CVB vragen:
- Over welke eeuw gaan wij het hebben dit hoofdstuk?
- Welke jaartallen passen daarbij?
- Hoe heet het tijdvak van dit hoofdstuk?

Feedback:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen leggen het antwoord aan elkaar uit.
+1/2 goede antwoorden: goede antwoorden laten herhalen, zelf nogmaals noemen, nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: nogmaals uitleggen, daarna nog een CVB vraag stellen.
Hoe heet het tijdvak van de zeventiende eeuw?
A
Tijd van ontdekkers en hervormers
B
Tijd van regenten en vorsten
C
Tijd van pruiken en revoluties
D
Tijd van burgers en stoommachines

Slide 10 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Van wanneer tot wanneer duurt de tijd van regenten en vorsten?
A
1500-1600
B
1600-1700
C
1700-1800
D
1800-1900

Slide 11 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.

Slide 12 - Tekstslide

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Deelvraag
Waarom werden de VOC en WIC opgericht?

Slide 13 - Tekstslide

Hst 1.1 deelvraag.
Leerlingen schrijven het volgende op in hun schrift. (antwoord deelvraag aan eind paragraaf)
Hoofdstuk 1 De Gouden Eeuw
Hst 1.1 Gouden handel
Deelvraag: Waarom werden de VOC en WIC opgericht?

Slide 14 - Tekstslide

CVB:
- naar welke werelddelen werd door de Republiek gevaren?
- Wat zijn specerijen?
- Kan je een paar specerijen noemen en waar ze vandaan komen?

Instructie:
Bespreek a.d.h.v. de kaart welke specerijen/producten waar vandaan komen. 
Evt. stukje lezen in tekstboek en moeilijke woorden bevragen (ISK).
Welk product werd niet in Nederland gemaakt?
A
Stoffen
B
Wijn
C
Boter
D
Kaas

Slide 15 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Waar komt thee vandaan?
A
Nederland
B
Amerika
C
Afrika
D
Azië

Slide 16 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Welk product komt uit Zuid-Europa?
A
Olijfolie
B
Peper
C
Boter
D
Kaas

Slide 17 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Welk product komt uit Amerika?
A
Specerijen
B
Zijde
C
Suiker
D
Leer

Slide 18 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Nederland voor 1600
West-Nederland was erg nat en niet geschikt voor landbouw.
  • Het gevolg was dat boeren daar alleen aan veeteelt deden.
  • Het gevolg was dat er niet genoeg graan was om de bevolking te voeden.
gevolg
Iets dat gebeurd door iets anders.

Slide 19 - Tekstslide

Bespreek a.d.h.v. de kaart dat het westen van Nederland te nat was om graan te verbouwen. Door de groeiende bevolking was er een tekort aan graan, aangezien boeren in het westen vooral aan veeteelt deden. 
Schrijf over in je schrift
hst 1.1
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas

Slide 20 - Tekstslide

Aantekening die in het schrift overgenomen dient te worden. 
- leerling moet voldoende ruimte overlaten voor een schema ernaast.

Sleutelwoord:
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Wat is veeteelt?
A
Het houden van dieren.
B
Het verbouwen van graan.
C
Het houden van mensen op plantages.
D
Het verbouwen van mais.

Slide 21 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Vul de zin aan:
Een gevolg is...
A
iets wat er gebeurd door iets anders.
B
iets dat gebeurd is.
C
iets dat nog moet gebeuren.
D
iets dat in het nieuws komt.

Slide 22 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Wat was de oorzaak dat boeren in West-Nederland vooral aan veeteelt deden?
A
Boeren wisten niet hoe ze graan moesten verbouwen.
B
De landbouwgrond was te nat voor landbouw.
C
De landbouwgrond was te droog voor landbouw.
D
Boeren wisten niet hoe ze dieren moesten houden.

Slide 23 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Waarom was er te weinig graan in Nederland?

Slide 24 - Open vraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Handel in Europa
In Nederland was er veel kaas, boter en stoffen. Nederlanders voeren naar Noord-Europa om te handelen in graan, hout en leer. Hout en leer verkochten de Nederlanders in Zuid-Europa en kochten wijn en olijfolie. Deze producten verkochten ze dan weer in Nederland.
handel
Het kopen en verkopen van producten.

Slide 25 - Tekstslide

Bespreek a.d.h.v. de kaart welke producten waar te vinden zijn. Vertel dat Nederland al voor 1600 een echt handelsland was. Nederlandse handelaren voeren naar Noord- en Zuid-Europa. Vanuit ons land namen zij in schepen melk, boter en stoffen mee om te verkopen in andere Europese landen; vanuit Noord-Europa namen ze bijvoorbeeld hout en leer mee; en vanuit Zuid-Europa wijn en olie.

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie

Slide 26 - Tekstslide

Aantekening die in het schrift overgenomen dient te worden.
- leerling moet voldoende ruimte overlaten voor een schema ernaast.

CVB vragen:
- welke producten werden er in de Republiek gemaakt?
- welke producten werden vanuit de Republiek naar Noord-Europa gebracht? 
- welke producten werden vanuit Noord-Europa mee teruggebracht naar de Republiek?
- welke producten werden vanuit de Republiek naar Zuid-Europa gebracht?
- welke producten werden vanuit Zuid-Europa naar de Republiek gebracht?

Indien:
+2/3 goede antwoorden > goede antwoorden laten bespreken met elkaar.
+1/2 goede antwoorden > goede antwoorden klassikaal herhalen, nog een CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden > nog een keer uitleggen en wederom een CVB vraag. 
Welke producten werden in Nederland gemaakt?
A
Boter, kaas en leer
B
Boter, wijn en hout.
C
Boter, kaas en stoffen.
D
Boter, leer en olijfolie.

Slide 27 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Welke producten werden in Noord-Europa gekocht door Nederlandse handelaren?
A
Graan, hout en leer.
B
Graan, boter en wijn.
C
Graan, hout en olijfolie.
D
Graan, stoffen en leer.

Slide 28 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Welke producten werden in Zuid-Europa door de Nederlandse handelaren gekocht?
A
Boter en kaas.
B
Hout en leer.
C
Stoffen en graan.
D
Wijn en olijfolie.

Slide 29 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Specerijen
Rijke mensen hadden veel geld over voor specerijen:
  1. Om smaak te geven aan het eten.
  2. Als medicijn
specerijen
Dit zijn planten die een smaak en geur geven aan eten. Zoals: kaneel, peper, rozemarijn, safraan, anijs, paprika, cardemom, mosterd, vanille, gember, korriander, knoflook, rode pepers, venkel, oregano en nog veel meer. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke specerijen staan er thuis in de kast? 
Voorbeelden van specerijen.

Slide 31 - Tekstslide

CVB:
- welke specerijen ken je?
- welke specerijen gebruiken je ouders veel bij het koken?
- waar komen deze specerijen vandaan?
Noem twee specerijen die je thuis in de kast hebt staan.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor werden specerijen in de zeventiende eeuw (1600-1700) gebruikt?
A
Om het eten lekker te maken.
B
Om eten te ontdooien.
C
Als medicijn.
D
Om je haar te kleuren.

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen met handel

Slide 34 - Tekstslide

CVB vragen:
- Voor welke twee dingen gebruikten mensen in de 17e eeuw specerijen?
- Noem drie voorbeelden van specerijen.
- Waarom konden mensen veel geld verdienen met de handel in specerijen?

Indien:
+2/3 goede antwoorden > laten uitleggen aan elkaar.
+1/2 goede antwoorden > goede antwoorden herhalen, nog een CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden > nogmaals uitleggen en opnieuw dezelfde CVB vraag. 
Gevaren op zee
Voordat je in Indië was, moest je een schip kunnen betalen. Je had het volgende nodig:
- schip
- bemanning
- eten
- kaarten 
- etc. 
En je was dan nog niet zeker of het schip terug kwam, want:
- zware storm op zee
- piraterij

Slide 35 - Tekstslide

Instructie: gevaren op zee. 
Waarom was het gevaarlijk om met een schip op zee te varen?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten

Slide 37 - Tekstslide

CVB vragen:
- Welke risico's zijn er wanneer een schip specerijen gaat halen?
- Wat moet een schip allemaal bij hebben, voordat het kan gaan varen?

Indien:
+2/3 goede antwoorden > laten uitleggen aan elkaar.
+1/2 goede antwoorden > goede antwoorden herhalen, nog een CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden > nogmaals uitleggen en opnieuw dezelfde CVB vraag. 
Samen handelen
Oplossing = samenwerken in een handelsvereniging, een compagnie.
  1. Meer schepen sturen
  2. Delen in winst en verlies

Maar als je veel compagnieën opricht, krijg je concurrentie. Het gevolg daarvan is dat de prijzen dalen. 
Handelsvereniging
Samenwerking van handelaren.
Compagnie
Een handelsvereniging van veel handelaren die samenwerken.

Slide 38 - Tekstslide

Instructie: compagnieën en concurrentie.
Door welke twee redenen (oorzaken) werd een compagnie opgericht?
A
Ze vonden elkaar gezellig.
B
Zo konden ze meer schepen sturen.
C
Je deelde in de winst en verlies.
D
Er werd geen compagnie opgericht.

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten
compagnie
- Meer schepen sturen
- Deelt winst/verlies

Slide 40 - Tekstslide

CVB vragen:
- Hoe noemen we het bedrijf dat samenwerkt in de handel van specerijen?
- Wat is het nadeel als iedereen compagnieën gaat oprichten?

Indien:
+2/3 goede antwoorden > laten uitleggen aan elkaar.
+1/2 goede antwoorden > goede antwoorden herhalen, nog een CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden > nogmaals uitleggen en opnieuw dezelfde CVB vraag. 

Slide 41 - Video

Bekijk met de leerlingen de film. Stel de volgende CVB vragen:
- Omschrijf in twee zinnen waar de film over ging.
- In welk jaar is de VOC opgericht?
- Naar welk werelddeel voer de VOC?
- In welk jaar is de WIC opgericht?
- Naar welke werelddelen voor de WIC?
De VOC 
De regenten van de Republiek besloten (in 1602) dat alle kleine compagnieën moesten samenwerken in één compagnie: de Verenigde Oost-Indische Compagnie. 
Deze handelsvereniging handelde vooral in Zuidoost-Azië. 
De VOC
Afkorting van de: Verenigde Oost-Indische Compagnie. Een handelsvereniging van Nederland die handelde met Zuidoost-Azië.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat de afkorting VOC voor?
A
Verenigde Oost Compagnie
B
Vergadering of Club
C
Verenigde Oostindische Compagnie
D
Verenigde Oostdoofheids Club

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Naar welk werelddeel voeren de schepen van de VOC?
A
Naar Zuidoost-Azië
B
Naar Amerika
C
Naar Afrika
D
Naar Australië

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten
compagnie
- Meer schepen sturen
- Deelt winst/verlies
VOC
1602
Zuidoost-Azië
- Nederlands-Indië
- Japan

Slide 46 - Tekstslide

CVB vragen: 
- In welk jaar werd de VOC opgericht?
- Waar staan de letters V O C voor?
- Naar welk deel van de wereld voer de VOC?
- Welke specerijen konden zij daar halen?
- Wat betekend het woord compagnie?

Feedback:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen aan elkaar laten uitleggen.
+1/2 goede antwoorden: aantal leerlingen goede antwoord laten herhalen, vervolgens nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: zelf nog een keer uitleggen, daarna dezelfde CVB vraag stellen. 
De WIC
In 1621 werd de West-Indische Compagnie opgericht. Deze handelde met Afrika, waar het slaven haalde, en bracht deze 'handelswaar' naar Amerika. In Amerika werden cacaobonen, tabak en suiker verhandeld en naar Europa gebracht. We noemen dit de driehoekshandel.
De WIC
Afkorting van de: West-Indische Compagnie.<div>Handelsvereniging die handelde tussen Nederland, Afrika en Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied.</div>
Driehoekshandel
De handel tussen Nederland, Afrika en Amerika lijkt op een driehoek.&nbsp;

Slide 47 - Tekstslide

De G in het logo van de WIC staat voor 'geoctrooide', omdat het exclusief eigendom was van de Nederlandse staat. 

Vertel de leerlingen dat niet alleen Nederland handelde in 'slaven', maar ook Engeland, Frankrijk, Spanje en Denemarken dat deden. Nederland vervoerde in totaal ongeveer 1% van alle verhandelde slaven uit Afrika tijdens deze periode. 
Eventueel verduidelijken dat 'slavernij' geen nieuw concept was, maar al eeuwen daarvoor bestond (de Grieken en Romeinen hadden hun maatschappijen gebouwd op slavernij, ook in China en Afrika werd gedaan aan slavernij in de vorm van enuichen.)
Waarvoor staat de afkorting WIC?
A
Wel in Compagnie
B
West-Indische Compagnie
C
Water in Closet
D
West-Indonesische Compagnie

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Naar welk werelddeel voeren de schepen van de WIC?
A
Via Afrika naar Azië
B
Via Amerika naar Afrika
C
Via Europa naar Afrika
D
Via Afrika naar Amerika

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten
compagnie
- Meer schepen sturen
- Deelt winst/verlies
VOC
1602
Zuidoost-Azië
- Nederlands-Indië
- Japan
WIC
1621

Slide 50 - Tekstslide

CVB vragen: 
- In welk jaar werd de WIC opgericht?
- Waar staan de letters W I C voor?
- Naar welk deel van de wereld voer de WIC?
- In welke producten handelde de WIC?
- Wat betekend het woord compagnie?
- Wat is het verschil tussen de WIC en VOC?

Feedback:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen aan elkaar laten uitleggen.
+1/2 goede antwoorden: aantal leerlingen goede antwoord laten herhalen, vervolgens nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: zelf nog een keer uitleggen, daarna dezelfde CVB vraag stellen. 

Slide 51 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Kort benoemen (komt nog eens terug in hst 2.4).
Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten
compagnie
- Meer schepen sturen
- Deelt winst/verlies
VOC
1602
Zuidoost-Azië
- Nederlands-Indië
- Japan
WIC
1621
AM
AF
EU

Slide 53 - Tekstslide

CVB vragen: 
- In welk jaar werd de WIC opgericht?
- Waar staan de letters W I C voor?
- Naar welk deel van de wereld voer de WIC?
- In welke producten handelde de WIC?
- Wat betekend het woord compagnie?
- Wat is het verschil tussen de WIC en VOC?

Feedback:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen aan elkaar laten uitleggen.
+1/2 goede antwoorden: aantal leerlingen goede antwoord laten herhalen, vervolgens nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: zelf nog een keer uitleggen, daarna dezelfde CVB vraag stellen. 
Aantekening Hst 1.1
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
Westen te nat > weiland > melk, boter, kaas
Noord-Europa
Zuid-Europa
boter, kaas, stoffen
graan, hout, leer
hout, leer
wijn, olijfolie
Specerijen:
- eten lekker maken
- medicijn
+ geld verdienen handel NL-Indië
Risico's
- duur
- vergaan op zee
- piraten
compagnie
- Meer schepen sturen
- Deelt winst/verlies
VOC
1602
Zuidoost-Azië
- Nederlands-Indië
- Japan
WIC
1621
AM
AF
EU

Slide 54 - Tekstslide

Aantekening van Hoofdstuk 1.1.

Leerling die de les heeft gemist schrijft dit zelfstandig over in zijn/haar schrift. 
Deelvraag
Waarom werden de VOC en WIC opgericht?

Voor 1600 handelde de Republiek al veel met Noord- en Zuid-Europa. Daar haalden wij ons graan. Omdat we ook specerijen wilden gingen we een zeeroute vinden naar Zuidoost-Azië. Met een schip alleen zo'n reis maken is veel te kostbaar en gevaarlijk. Daarom gingen handelaren samenwerken in compagnieën. Doordat iedereen in een compagnie ging varen, kwam er veel concurrentie waardoor de prijs van specerijen daalde. 
Als reactie hierop werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht in 1602. Vooral met de handel in Azië. Twintig jaar later (in 1621) werd ook de tegenhanger opgericht: de West-Indische Compagnie (WIC). Speciaal voor de handel met Afrika (slaven) en Amerika (suiker, tabak, cacao).

Slide 55 - Tekstslide

Leerlingen schrijven het antwoord op de deelvraag over in hun schrift. 
Deelvraag
Hoe werd ons land rijk in de zeventiende eeuw?

Slide 56 - Tekstslide

Hst 1.1 deelvraag.
Leerlingen schrijven het volgende op in hun schrift. (antwoord deelvraag aan eind paragraaf)
Hoofdstuk 1 De Gouden Eeuw
Hst 1.1 Gouden handel
Deelvraag: Waarom werden de VOC en WIC opgericht?
De stapelmarkt
Amsterdam en Antwerpen lagen precies halverwege deze handelsroute. Ook kon je vanuit daar makkelijk producten (via rivieren) vervoeren naar Duitsland.
Amsterdam was dus ideaal als stapelmarkt. 
stapelmarkt
Plaats waar handelswaar tijdelijk wordt opgeslagen, om van daaruit verder te worden verhandeld.&nbsp;

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een stapelmarkt?

Slide 58 - Open vraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
De 80-jarige oorlog
Onder leiding van Willem van Oranje werden de Noordelijke Nederlanden onafhankelijk.
onafhankelijk
Dat een land niet meer bestuurd wordt door een ander land. Het land kan zelf beslissen over het eigen land.&nbsp;
80-jarige oorlog
In de zestiende eeuw hoorde Nederland bij Spanje. Toen Nederland niet meer bestuurd wilde worden door Spanje, kwam er een opstand tegen die koning (Filips II). In 1581 werd Nederland onafhankelijk. Toch duurde het tot 1648 tot Spanje Nederland erkende als zelfstandig land.&nbsp;<div><a href="https://schooltv.nl/video/80-jaar-oorlog-in-80-seconden-de-tachtigjarige-oorlog-in-het-kort/#q=80%20jarige%20oorlog">Filmpje met meer uitleg.</a></div>

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van Spanje
De Republiek

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 80-jarige oorlog
Het zuiden van Nederland lag in Spaans gebied. Antwerpen was in die tijd een belangrijke havenstad. De rivier de Schelde liep vanuit de Republiek naar deze stad. Door deze rivier (de Schelde) af te sluiten moesten schepen nu wel naar Amsterdam varen.  
handelsstad
Een stad waar mensen voornamelijk leven van de handel.

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke rivier werd door de Republiek afgesloten?
A
De Amstel
B
De Schelde
C
De IJssel
D
De AA

Slide 62 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Schrijf over in je schrift
hst 1.2
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
= stapelmarkt
Amsterdam
Antwerpen
afsluiting van de Schelde (1587)
Mensen verhuisden:
 godsdienstvrijheid 
+ 
kennis

Slide 63 - Tekstslide

CVB vragen:
- Welke rivier werd afgesloten door de Republiek?
- Welke stad werd hierdoor geblokkeerd?

Indien:
+2/3 goede antwoorden: laten uitleggen aan elkaar.
+1/2 goede antwoorden: herhalen door leerlingen, nogmaals CVB vraag.
-1/2 goede antwoorden: nogmaals uitleggen en CVB vraag stellen. 
Wat zijn 2 gevolgen van de afluiting van de Schelde?
A
Veel handelaren verhuisden naar Amsterdam.
B
Veel handelaren verhuisden naar Antwerpen.
C
Antwerpen werd de grootste stapelmarkt van Europa.
D
Amsterdam werd de grootste stapelmarkt van Europa.

Slide 64 - Quizvraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
De grachtengordel
Door al die nieuwe mensen (migranten) werd het druk in Amsterdam. Daarom werd de stad Amsterdam uitgebreid met drie brede grachten, de grachtengordel. Deze werden de Keizersgracht, de Prinsengracht en de Herengracht.
gracht
Dat is een aangelegde waterweg dat om of door een stad kan gaan.&nbsp;
Grachtengordel
De grachten die in de zeventiende eeuw rondom het centrum van Amsterdam zijn gelegd.
migrant
Iemand die uit een ander gebied of land in Amsterdam komt wonen.

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 66 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 67 - Video

Extra oefening voor de leerlingen. 
Een grote verandering
Jan Adriaanszoon Leeghwater bedacht hoe hij 
meren kon droogleggen. Dit noemen we een droogmakerij of polder.
droogleggen
Het droogleggen van meren betekent dat je het water uit het meer haalt. Het meer wordt dus droog.
Droogmakerij
Polder: een land dat vroeger een meer of ondiep deel van de zee was en dat is drooggelegd.
Jan Adriaanszoon Leeghwater
Hij was de zoon van een timmerman. Hij bedacht een ander soort molen, die veel beter was. Ook bedacht hij hoe je meren kon droogleggen, waardoor er meer grond kwam voor landbouw en woningen.
Gouden Eeuw
Naam voor de zeventiende eeuw (1600-1700), toen het economisch heel goed ging met Nederland.

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 69 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom was een droogmakerij een 'grote verandering'?

Slide 70 - Open vraag

Herhalingsopdracht thuis/hw.
Schrijf over in je schrift
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
= stapelmarkt
Amsterdam
Antwerpen
afsluiting van de Schelde (1587)
Mensen verhuisden:
 godsdienstvrijheid 
+ 
kennis
Grachtengordel (HKP) en grachtenpanden
Droogmakerij/polder
meer woningen
meer voedsel

Slide 71 - Tekstslide

CVB vragen:
- Noem drie gevolgen van deze afsluiting?

Indien:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen aan elkaar laten uitleggen.
+1/2 goede antwoorden: laten herhalen en nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: nogmaals uitleggen en daarna een CVB vraag stellen.
Aantekening Hst 1.2
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1588-1795
= stapelmarkt
Amsterdam
Antwerpen
afsluiting van de Schelde (1587)
Mensen verhuisden:
 godsdienstvrijheid 
+ 
kennis
Grachtengordel (HKP) en grachtenpanden
Droogmakerij/polder
meer woningen
meer voedsel

Slide 72 - Tekstslide

CVB vragen:
- Noem drie gevolgen van deze afsluiting?

Indien:
+2/3 goede antwoorden: leerlingen aan elkaar laten uitleggen.
+1/2 goede antwoorden: laten herhalen en nog een CVB vraag stellen.
-1/2 goede antwoorden: nogmaals uitleggen en daarna een CVB vraag stellen.
Deelvraag
Hoe werd ons land (Nederland) rijk in de zeventiende eeuw?
Voor de handel van de Republiek in Noord- en Zuid-Europa, lag Amsterdam op een zeer handige plek: precies in het midden van de handelsroute. Om alle producten van handelaren op doorreis op te kunnen slaan (er werd op aanbod verkocht), werden pakhuizen gebouwd. Zo werd Amsterdam een stapelmarkt. 
Door de oorlog met Spanje was het zuidelijke deel van de Nederlanden in handen van de Spaanse bezetter. Antwerpen lag net iets meer ten zuiden en was daar een belangrijke handelsstad. De Nederlanders wilden de Spanjaarden dwars zitten en blokkeerden de rivier de Schelde. Hierdoor moesten schepen wel naar Amsterdam. Het gevolg was dat Amsterdam de belangrijkste stad werd, veel nieuwe inwoners kreeg (godsdienstvrijheid en kennis). Amsterdam breidde zich uit met de grachtengordel. Even later werd de eerste droogmakerij gemaakt, voor meer landbouw (=voedsel).

Slide 73 - Tekstslide

Leerlingen meenemen in het beantwoorden van de deelvraag. Over laten schrijven in het schrift. 
Begrippen uit deze les
compagnie
Verenigde Oostindische Compagnie
West-Indische Compagnie
droogmakerij
Gouden Eeuw
grachtengordel
stapelmarkt

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personen uit deze les
Jan Adriaanszoon Leeghwater 
(1575-1650)

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling hst 1.1 en 1.2
herhaling leerdoelen en begrippen

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
plaats waar handelswaar tijdelijk wordt opgeslagen, om van daaruit verder te worden verhandeld.
A
droogmakerij
B
compagnie
C
Gouden Eeuw
D
stapelmarkt

Slide 77 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
Handelsvereniging
A
compagnie
B
droogmakerij
C
grachtengordel
D
stapelmarkt

Slide 78 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
Polder: land dat vroeger een meer of ondiep deel van de zee was en dat is drooggelegd.
A
stapelmarkt
B
droogmakerij
C
compagnie
D
grachtengordel

Slide 79 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
Naam voor de zeventiende eeuw, toen het economisch goed ging met Nederland.
A
Zilveren Eeuw
B
Bronzen Eeuw
C
Gouden Eeuw
D
Geen Eeuw

Slide 80 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
Handelsvereniging voor de handel met Zuidoost-Azië
A
VOC
B
VOV
C
COV
D
VOA

Slide 81 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
Handelsvereniging voor de handel met Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied.
A
WIA
B
WIB
C
WIC
D
WID

Slide 82 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip?
De grachten die in de zeventiende eeuw rondom het centrum van Amsterdam zijn aangelegd.
A
Bosgordel
B
Veegordel
C
Grachtengordel
D
Stapelmarkt

Slide 83 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom Nederland voor 1600 al een echt handelsland was en waarom Amsterdam een goede plek was voor de handel.

Slide 84 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werden de VOC en WIC opgericht?

Slide 85 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Naar welk werelddeel voer de VOC?

Naar welk werelddeel voer de WIC?

Slide 86 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem drie verschillende specerijen.
Geef twee redenen waarvoor specerijen in de zeventiende eeuw werden gebruikt.

Slide 87 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom was de droogmakerij een grote verandering.

Slide 88 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwerking van lesstof
Lees in je leerboek hst 1.1 en bekijk de bronnen.
Maak alle vragen van hst 1.1 in je werkboek. 

Lees in je leerboek hst 1.2 en bekijk de bronnen.
Maak alle vragen van hst 1.2 in je werkboek. 

Bekijk in LessonUp nog een keer deze les en maak als extra oefening daar de opdrachten. 

Slide 89 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen