Politiek Thema 3 Bestuur van Nederland

             POLITIEK  
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

             POLITIEK  

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel

  • Aan het einde van de les weten jullie de taken van de regering zijn
  • Jullie weten wat het kabinet is
  • Jullie weten wat ambtenaren zijn

Slide 2 - Tekstslide



Terugblik vorige les
Vooruitblik
Bestuur van Nederland
Uitleg Opdracht


Hoofdstuk 1 

1.1 Regering
1.2 Kabinet
1.3 Rijksoverheid

Slide 3 - Tekstslide

STEMMEN
Kiesrecht

Je mag stemmen tijdens verkiezingen.
  • 18 jaar en ouder
  • Nederlandse nationaliteit

Slide 4 - Tekstslide

Actief kiesrecht 



Zelf stem uitbrengen 

Passief kiesrecht



Jezelf verkiesbaar stellen

Slide 5 - Tekstslide

Zwevende kiezers


Kiezers die geen vaste voorkeur hebben voor een partij.

Slide 6 - Tekstslide

Regering



Taken:

1. Begroting opstellen en aanpassen


2.  Voorstellen van nieuwe wetten (en verantwoordelijk) voor het uitvoeren

Slide 7 - Tekstslide

Waar bestaat de regering uit?
A
Koning en de ministers
B
De ministers
C
De ministers en eerste kamer
D
De ministers en tweede kamer

Slide 8 - Quizvraag

Ministers

Alle ministers samen 
vormen de ministerraad.

Slide 9 - Tekstslide

Ministeriële verantwoordelijkheid


Niet de koning, maar de ministers zijn verantwoordelijk voor het bestuur van Nederland.

Slide 10 - Tekstslide

De 
minister-president

De minister-president (premier) is de voorzitter van de ministerraad en de leider van de regering.

Slide 11 - Tekstslide

Optrekje van onze premier...

Zijn werkkamer bevindt zich in ‘het torentje’ in Den Haag 

Slide 12 - Tekstslide

Kabinet

Het kabinet is het ‘dagelijks bestuur’ van Nederland. 

Zij zijn ervoor verantwoordelijk dat Nederland goed bestuurd wordt en dat problemen worden opgelost.

Slide 13 - Tekstslide

Waar bestaat het kabinet uit?
A
Ministers en Koning
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Alleen de ministers
D
Premier en Ministers

Slide 14 - Quizvraag

      De constitutionele monarchie

Constitutioneel: 
De overheid moet zich altijd aan de Grondwet houden.
Monarchie: 
De koning is het staatshoofd van Nederland.
Sinds 1848 is de macht van de koning in de nieuwe Grondwet beperkt.


Slide 15 - Tekstslide

Welke functie heeft onze koning niet?
A
Hij leest de troonrede voor op Prinsjesdag
B
Hij houdt een kersttoespraak houdt jaarlijks een kersttoespraak houdt jaarlijks een kersttoespraak
C
Hij doet een voorstel voor een nieuwe wet
D
Hij gaat op staatsbezoek

Slide 16 - Quizvraag


Elke minister is verantwoordelijk voor een onderwerp.



Slide 17 - Tekstslide

Noem een aantal politieke onderwerpen

Slide 18 - Woordweb

Rijksoverheid

De Rijksoverheid is de landelijke overheid
 in Nederland.

Slide 19 - Tekstslide


De Rijksoverheid bestaat uit de ministeries en verschillende organisaties die taken voor de regering uitvoeren.


Slide 20 - Tekstslide

Ambtenaren
Ambtenaren houden zich bezig met de voorbereiding en uitvoering van de plannen van de regering en voeren de plannen van het gemeente- en provinciebestuur uit.

Slide 21 - Tekstslide

Noem een aantal voorbeelden van ambtenaren

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Tekstslide

  Hoofdstuk 2    

Parlement

Slide 24 - Tekstslide



Terugblik vorige les
Vooruitblik
Opdracht 
Huiswerk

Hoofdstuk 2

2.1 Parlement
2.2 Nieuwe wetten
2.3 Regering controleren
2.4 Prinsjesdag

Slide 25 - Tekstslide

Parlement
A. Parlement wordt ook wel Staten-Generaal genoemd

B. De volksvertegenwoordigers van het land; de Eerste en Tweede Kamer samen.

Slide 26 - Tekstslide

Uit hoeveel leden bestaat het parlement?
A
75
B
150
C
225
D
200

Slide 27 - Quizvraag

De Tweede Kamer
Kenmerken:
- 150 leden
- direct gekozen door het volk
- controleren de regering
- stemmen over wetsvoorstellen

Slide 28 - Tekstslide

De Eerste Kamer
Kenmerken:
- 75 leden
- gekozen door de leden van de Provinciale Staten
- stemmen over wetsvoorstellen

Slide 29 - Tekstslide

 De Tweede Kamer debatteert erover en de meerderheid keurt het wetsvoorstel goed.

De Eerste Kamer debatteert erover en de meerderheid keurt het wetsvoorstel goed.

De wet wordt ingevoerd.

Slide 30 - Tekstslide

Wie beslist of een wet ook echt een wetsvoorstel wordt?
A
De regering beslist
B
De tweede kamer beslist
C
De koning beslist
D
De tweede en de eerste kamer beslissen

Slide 31 - Quizvraag

Recht van initiatief

Niet alleen de ministers, maar ook Tweede Kamerleden mogen wetsvoorstellen indienen.

Recht van amendement


Tweede Kamerleden mogen wetsvoorstellen wijzigen.

Slide 32 - Tekstslide

Regering controleren

Vragenrecht
Eerste en Tweede Kamerleden mogen vragen 
stellen aan een minister of staatssecretaris.


Budgetrecht
Eerste en Tweede Kamerleden hebben het recht om de uitgaven en inkomsten van de Rijksoverheid te controleren.


Slide 33 - Tekstslide

Recht om moties in te dienen: 

Eerste en Tweede Kamerleden hebben het recht om met een motie de regering op te roepen bepaalde maatregelen te nemen.

Slide 34 - Tekstslide

Lees Artikel  Tweede Kamer wil opheldering over 
burgerdoden Irak
Tweede Kamerleden willen snel uitleg van het kabinet over de luchtaanval in 2015 in Irak waarbij zeker zeventig doden vielen, onder wie veel burgers. Ook willen ze weten waarom de Kamer hierover niet goed geïnformeerd is.

NOS NIEUWS • POLITIEK • 04-11-2019, 15:04

Slide 35 - Tekstslide

Van welk recht maakt de tweede kamer van deze situatie gebruik?
A
Vraagrecht
B
enquêterecht
C
Budgetrecht
D
onderzoeksrecht

Slide 36 - Quizvraag

Onderzoek- en enquêterecht:

 Het parlement kan een onderzoek instellen als een politieke kwestie heel grondig moet worden onderzocht.

Slide 37 - Tekstslide

Uitleg motie van wantrouwen en motie van afkeuring

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Recht om moties in te dienen

Motie: een middel om een discussiepunt in te brengen.
Motie van wantrouwen





Een Kamerlid zegt het vertrouwen in een minister of staatssecretaris op.


Slide 40 - Tekstslide

Nederland is een constitutionele monarchie wat wordt hiermee bedoeld?
A
De koning is het staatshoofd van Nederland.
B
De koning heeft alle rechten in Nederland
C
De koning hoeft zich niet aan de wet te houden
D
De overheid moet zich altijd aan de Grondwet houden.

Slide 41 - Quizvraag

De vertrouwensregel

Een ongeschreven rechtsregel die bepaalt dat de regering alleen mag regeren als ze de steun van de meerderheid van het parlement heeft.

Slide 42 - Tekstslide

Verdiepingskader


Waarom is de vertrouwensregel een belangrijke regel in de Nederlandse democratie? -> Omdat dit er uiteindelijk voor zorgt dat het parlement, dat door het volk gekozen is, kan bepalen of de regering haar werk goed genoeg doet.

Slide 43 - Tekstslide

Miljoenennota
Een toelichting op de Rijksbegroting.
Plan van de regering waarin staat waar de regering het komende jaar geld aan wil uitgeven en hoe de regering aan het geld komt.

Algemene Beschouwingen: Het debat in de Tweede Kamer over de rijksbegroting.

Slide 44 - Tekstslide

Welke dag en maand vindt de troonrede plaats?
A
Tweede dinsdag van september
B
Derde dinsdag van oktober
C
Derde dinsdag van september
D
Derde dinsdag van januari

Slide 45 - Quizvraag

Troonrede

Slide 46 - Tekstslide

Troonrede:

Een toespraak van de koning waarin hij vertelt hoe het met Nederland gaat en welke plannen de regering heeft.


Slide 47 - Tekstslide

Leerdoel
  • Aan het einde van de les weten jullie wat het parlement is
  • Wat de taken van het parlement zijn
  • Jullie weten  wat moties indienen betekenen

Slide 48 - Tekstslide

En nu? 
Opdracht Politieke Partij oprichten!


Verder met jullie opdracht over het opzetten van jullie eigen politieke partij!

Slide 49 - Tekstslide

(T)huiswerk
Maken:
Schokland online
Schokland (groen handboek) - Niveau 3-4 Politiek-juridische dimensie 
Oefeningen Thema 3 Bestuur van Nederland

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide