Assertiviteit


Assertiviteit   
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Assertiviteit   

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we in deze 2 lessen doen?

  • Assertief
  • Sub assertief/passief
  • Agressief
  • Stellingen
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Doel van deze les
Aan het einde van de les...
  • Weet je wat de begrippen assertief, passief en agressief betekenen, welke manier van reageren daarbij past en wat het effect daarvan kan zijn.
  • Ben je bewust van de eigen manier van handelen
  • Ben je bewust van de mate waarin ze voor zichzelf op kunnen komen

Slide 3 - Tekstslide

Assertief communiceren

Slide 4 - Woordweb


Assertiviteit =

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Belangrijke begrippen
  • Sub-assertief: Mensen die aan deze kant van de schaal staan, vinden hun eigen belangen minder belangrijk dan de belangen van anderen. Ze zullen dus aan zichzelf voorbij gaan om anderen te kunnen helpen.

  • Assertief: Assertieve mensen houden rekening met zichzelf en met anderen. Ze zoeken naar een win-win situatie of een alternatief waar iedereen mee kan leven.

  • Agressief: In deze variant wordt er alleen rekening gehouden met het eigen belang en juist niet met de belangen van de ander. Er zal dan ook geprobeerd worden om de ander te beïnvloeden of te overheersen.
Agressie is in deze definitie dus een manier om je eigen doelen te bereiken. 

Slide 7 - Tekstslide

Gevolgen van assertief reageren
  • Voordelen voor jezelf en voor de ander: jij en zij weten waar jij voor staat en waar ze bij jou aan toe zijn
  • Geen dubbele gedachten, geen onverwachte uitbarstingen
  • Oplossend

Slide 8 - Tekstslide

Gevolgen van sub assertief/ passief reageren
  • werkt alleen op korte termijn, op lange termijn leidt het tot problemen
  • geen plezier, stress
  • melden problemen vaak pas als het te laat is

Voorbeeld: Je zit in een treincoupé en je ergert je rot aan mensen die in de stilte coupé luidruchtig praten maar je durft er niets van te zeggen. Je windt je innerlijk er heel erg over op en dit levert stress en een heleboel nare gedachten op. 

Slide 9 - Tekstslide

Gevolgen van agressief reageren
  • Je laat de ander ellendig voelen
  • Steeds vaker en erger agressief reageren
  • Je verliest grenzen uit het oog 

Slide 10 - Tekstslide

Wat is assertiviteit?
A
Streng zijn voor jezelf
B
Met respect voor jezelf opkomen
C
Anderen motiveren om goede dingen te doen
D
Verlegen zijn, niet zoveel durven te zeggen

Slide 11 - Quizvraag

Sub-assertief is:
A
Als je de ander te veel over je heen laat lopen.
B
Als je teveel aan je eigen belang denkt.
C
Als je de ander altijd gelijk geeft.
D
Als je de ander passeert.

Slide 12 - Quizvraag

Bij welk begrip hoort de volgende situatie: 'Annelot luistert niet wanneer zij feedback krijgt, ze lijkt overtuigd van haarzelf en beschuldigd de ander'.
A
Assertief gedrag
B
Sub assertief gedrag
C
Agressief gedrag

Slide 13 - Quizvraag

Als je agressief bent dan....
A
kwets je de ander niet
B
houd je rekening met de ander
C
ben je TE assertief, dus op een extreme manier
D
schreeuw je keihard

Slide 14 - Quizvraag


Wat lijkt het meest op jouw gedrag? Bij twijfel, kies dan het antwoord wat het meest bij je past.
A
Sub-assertief
B
Assertief
C
Agressief

Slide 15 - Quizvraag

Gedragenspel: Wie Ben Jij in Deze Situatie?
• Maak situatiekaarten (realistische beveiligingssituaties, bijv. bij de ingang van een club, tijdens een calamiteit, bij een conflict tussen bezoekers). 
• Eén student leest een situatie voor.
• De ander trekt een gedragskaart (zonder dat de rest weet welke).
• Die speelt de situatie volgens die stijl.
• De rest raadt: welk gedragstype zie je? en wat zijn de gevolgen?

Slide 16 - Tekstslide

Discussievragen
Niet door elkaar heen roepen, hand opsteken als je een antwoord wilt geven

Slide 17 - Tekstslide

Jij hebt haast en je wacht al een tijdje op je
beurt. Iemand probeert voor te dringen. Wat
doe je?

Slide 18 - Open vraag

Jullie hebben lang moeten wachten maar
eindelijk komt het eten. Je proeft en het is koud.
Je roept de bediening. Wat doe je?

Slide 19 - Open vraag

Je hebt een tussenuur. Dat komt goed uit want de opdracht die je dadelijk moet inleveren is nog niet af. Gisteren heb je er al aan gewerkt maar toen wist je niet goed hoe je het aan moest pakken. Nu wel het gaat echt lekker, als je opschiet krijg je het net af. Twee klasgenoten komen vragen of je hen wil helpen ze snappen de opdracht niet. Wat doe je?

Slide 20 - Open vraag

De docent heeft groepjes gemaakt en duidelijk gezegd dat dit definitief is en dat er niet geruild kan worden. Je hebt gisteren flink ruzie gehad met een van de groepsleden. Vandaag moeten jullie voor het eerst weer samenwerken. Wat doe je?

Slide 21 - Open vraag

Je hebt stagegelopen en een heel goede beoordeling gekregen.
De stagebegeleider van de afdeling waar je werkte was eigenlijk heel vervelend tegen je. Hij maakte allemaal stomme grapjes. Je voelde je daardoor ongemakkelijk. Met je mentor en deze stagebegeleider heb je een evaluatiegesprek. Wat doe je?

Slide 22 - Open vraag

Omdat je er niet zo goed voorstaat heb je met je mentor afgesproken dat je extra je best zou gaan doen. Dat heb je ook wel gedaan maar toch heb je een keer een onvoldoende gehaald en was je deze week twee keer te laat op school en had je ook nog eens je boeken vergeten. De mentor heeft gevraagd of je langs wil komen. Wat doe je?

Slide 23 - Open vraag

Tot slot
Zijn er nog vragen?

Tot volgende week!

Slide 24 - Tekstslide