H1.6 Eenheden van tijd
H1.6 Eenheden van tijd
Centrale vraag van de les: hoe reken je slim met tijd en hoe vergelijk je abonnementen over dezelfde periode? Open vanuit herkenbare situaties: uren omrekenen en kiezen welk abonnement goedkoper is.
Lesdoel
Ik kan rekenen met eenheden van tijd.
Deze slide heeft geen instructies
Kwartaal
Hoeveel maanden is een kwartaal?
En hoeveel weken is een kwartaal?
Deze slide heeft geen instructies
Belangrijke omrekeningen
1 eeuw = 100 jaar
1 jaar = 12 maanden
1 jaar = 4 kwartalen
1 jaar = 52 weken
1 jaar = 365 dagen
1 schrikkeljaar = 366 dagen
Grote eenheden
1 kwartaal = 3 maanden
1 kwartaal = 13 weken
1 week = 7 dagen
1 dag = 24 uur
1 uur = 60 minuten
1 minuut = 60 seconden
Kleinere eenheden
Laat leerlingen vooral de keten dag → uur → minuut → seconde en jaar → kwartaal → maand terugzien.
Handige jaaromrekeningen
1 jaar = 12 maanden
1 jaar = 4 kwartalen
1 jaar = 2 halfjaren
Koppel dit direct terug aan de tijdseenheden van eerder in de les.
Voorbeeld: jaren naar maanden
Hoeveel maanden zijn 5 jaar en 2 maanden?
1 jaar = 12 maanden
5 jaar = 5 × 12 = 60 maanden
60 + 2 = 62 maanden
Dit voorbeeld komt uit de theorie. Laat zien dat je eerst het grootste deel omrekent en daarna het losse deel erbij optelt.
Hoeveel weken zijn 2 jaar en 2 weken?
100
104
106
48
Deze slide heeft geen instructies
Hoeveel uren en minuten zitten er in 410 minuten?
berekening?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe pak je 75 uur naar dagen en uren aan?
Bespreek de aanpak: 155 uur delen door 24, uitkomen op 6 hele dagen en 11 uur rest. Let op dat leerlingen de rest noemen.
Voorbeeldopgaven tijd
Hoeveel dagen en uren zijn 155 uur?
Hoeveel seconden zijn 7 minuten en 15 seconden?
Hoeveel dagen en uren zijn 140 uur?
Werk steeds in stapjes.
Geen antwoorden op de slide. Mogelijke aanpak: eerst delen of vermenigvuldigen kiezen, daarna rest apart noteren.
Begintijd, eindtijd en tijdsduur
Bij rekenen met tijd gebruik je drie begrippen:
begintijd: wanneer iets start
eindtijd: wanneer iets klaar is
tijdsduur: hoelang iets duurt
Als je er twee weet, kun je de derde uitrekenen.
Gebruik steeds dezelfde woorden: begintijd, eindtijd, tijdsduur. Dat voorkomt verwarring bij de drie soorten sommen.
Tijdsduur berekenen
Je berekent de tijdsduur als je de begintijd en de eindtijd weet.
Voorbeeld:
begintijd: 11:55 uur
eindtijd: 12:20 uur
gevraagde tijdsduur: van 11:55 tot 12:20
Laat zien dat de tijdsduur niet hetzelfde is als het verschil in losse getallen; leerlingen moeten denken in stappen op de klok.
Voorbeeld: tijdsduur op school
Bert is op school van 08:15 uur tot 14:05 uur.
Handige aanpak:
08:15 → 13:15 = 5 uur
13:15 → 14:00 = 45 minuten
14:00 → 14:05 = 5 minuten
Totaal: 5 uur en 50 minuten
Dit voorbeeld laat zien dat je soms eerst uren telt en daarna minuten. Dat is vaak overzichtelijker dan alles meteen in één stap doen.
Slim kiezen van tussenstappen
Bij tijdsduur berekenen kies je tussenstappen die makkelijk zijn:
ga naar een heel uur
tel eerst de hele uren
tel daarna de overige minuten
Zo voorkom je fouten met minuten over het uur heen.
Veel leerlingen willen direct aftrekken. De tussenstappenmethode is hier de kern van het begrip.
Deze slide heeft geen instructies
Eindtijd berekenen
Je berekent de eindtijd als je de begintijd en de tijdsduur weet.
Voorbeeld:
begintijd: 18:45 uur
tijdsduur: 1 uur en 53 minuten
Maak duidelijk dat je nu vooruit rekent in de tijd: je telt duur op bij de begintijd.
Voorbeeld: film afgelopen
Een film begint om 18:45 uur en duurt 1 uur en 53 minuten.
Uitwerking:
18:45 + 1 uur = 19:45
19:45 + 15 minuten = 20:00
20:00 + 38 minuten = 20:38
De film is afgelopen om 20:38 uur.
Deze slide heeft geen instructies
Begintijd berekenen
Je berekent de begintijd als je de eindtijd en de tijdsduur weet.
Voorbeeld:
eindtijd: 08:45 uur
tijdsduur: 1 uur en 48 minuten
Maak duidelijk dat leerlingen nu terugrekenen in de tijd: ze trekken de duur af van de eindtijd.
Voorbeeld: op tijd vertrekken
Esther wil om 08:45 uur op haar werk zijn.
De reistijd is 1 uur en 48 minuten.
Uitwerking:
08:45 - 1 uur = 07:45
07:45 - 45 minuten = 07:00
07:00 - 3 minuten = 06:57
Ze moet vertrekken om 06:57 uur.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Je gaat maken
H1.6 Eenheden van tijd
Schrijf je berekening op
Deze slide heeft geen instructies
Begrippen
eeuw - 100 jaar
kwartaal - 3 maanden
halfjaar - 6 maanden
jaar - 365 dagen
schrikkeljaar - jaar met 366 dagen
Deze slide heeft geen instructies