cross

1kgt/bk unit 4 lesson 1 *3 lessen

unit 4 lesson 1 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

unit 4 lesson 1 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waarom wil Eva spullen op eBay verkopen?

Slide 3 - Open vraag

Waarom wil ze de roze lamp niet verkopen?

Slide 4 - Open vraag

Wil ze haar oude tijdschriften verkopen? Waarom wel / niet?

Slide 5 - Open vraag

Verkoop jij wel eens dingen op internet? Waarom wel / niet?

Slide 6 - Open vraag

verzendkosten
artikel
te koop
openingsbod
aanbieding
   item 
shipping
starting bid
offer
 for sale  

Slide 7 - Sleepvraag

To do!         unit 4 lesson 1 
basis:  opdracht   3 + 4 +  5BC   +   6    +  7 

kgt:  opdracht  2  t/m 6


Als je klaar bent, kun je de woorden van lesson 1 leren. 

Slide 8 - Tekstslide

The Present Simple
Present Simple

Slide 9 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de Present Simple


Je gebruikt de present simple als iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.

Elke dag sta ik om 7 uur op. 
Het sneeuwt bijna nooit in Nederland. 
In de zomer ga ik vaak naar het strand. 

Slide 10 - Tekstslide

Hoe maak je de Present Simple?
to work =  hele werkwoord 

I work                     he works
you work               she works
we work                 it works
they work 
SHIT-regel:  bij He, SHe en It komt er een -S achter het werkwoord. 

Slide 11 - Tekstslide

To do!      unit 4 lesson 1 
basis:  * oefen de present simple (klik op de paarse hotspot)
                *  maken opd.   8  +   3 t/m 7 


kgt:     *  oefen de present simple (klik op de paarse hotspot)
             * maken opd.  7  +    2 t/m 6 


Slide 12 - Tekstslide

present simple 
Wat weet je nog van de vorige les? 

Slide 13 - Tekstslide

De present simple gebruik je
A
als iets vaak, nooit, regelmatig gebeurt.
B
als in het verleden gebeurd is.

Slide 14 - Quizvraag

Welke letter komt er bij he, she en it achter het werkwoord?

Slide 15 - Open vraag

Timmy
every Saturday.
They never
with oil.
That tree
very fast.
I always
chocolate ice cream.
Those boys
in class very often.
cook
grows
dances
shout
choose
chooses
shouts
grow

Slide 16 - Sleepvraag

He ______________ the bus to school
A
take
B
takes

Slide 17 - Quizvraag

We _____________ in the Netherlands.
A
live
B
lives

Slide 18 - Quizvraag

I ______________ Netflix every day.
A
read
B
reads

Slide 19 - Quizvraag

The dog always ____________
when the mailman comes.
A
bark
B
barks

Slide 20 - Quizvraag

The Present Simple
Vragen

Om een vraag te maken van een zin in de present simple, zet het werkwoord  do vooraan de zin. 

 I like ice cream.     becomes      Do I like ice cream?

Als he, she of it het onderwerp van de zin is, gebruik je:  does. Kijk wat er gebeurd met de -s in het werkwoord. 

Bob plays football.   becomes   Does Bob play      football?


Slide 21 - Tekstslide

Vragende zinnen
I work in a supermarket.             Do I work? 
You swim every day.                      Do you swim every day? 
He listens to a podcast.              Does he listen? 
She wears a pair of jeans.          Does she wear jeans? 
We go to the Jumbo after           Do we go to the Jumbo? 
                                           school. 

Slide 22 - Tekstslide

My dog likes meat.

Slide 23 - Open vraag

That tree looks 100 years old.

Slide 24 - Open vraag

The Queen of England
plays golf every evening.

Slide 25 - Open vraag

I never go to parties.

Slide 26 - Open vraag

Those girls always wear
the same dresses.

Slide 27 - Open vraag

The old man always sits in his chair.
the old man always
in his chair?
Turn the normal present simple sentence into a question
Do
Does
Is
sits
sit
sitting
Did

Slide 28 - Sleepvraag

My sister likes everything pink.
my sister
everything pink?
Do
Does
Is
Be
likes
like
Did

Slide 29 - Sleepvraag

Slide 30 - Video

The Present Simple
Ontkenningen

Ontkenning vertellen dat iets niet (not) gebeurd.  
Je ziet het woordje not in ontkenningen, maar bijna altijd wordt de kort vorm gebruikt:     n't, zoals in don't or doesn't.

An example of a negation is:

                             She doesn't see very well. 


Slide 31 - Tekstslide

The Present Simple
Negations

Je maakt dus een zin ontkennend door  don't or doesn't in de zin te zetten.  Think about the SHIT Rule!
So not like this:
                                        I like not cookies. 

But like this:
                                       I don't like cookies 


Slide 32 - Tekstslide

The Present Simple
Ontkenningen

Kijk wat er gebeurt met het werkwoord als er een ontkenning van de zin wordt gemaakt: 

                                 He plays video games every day.

                        He doesn't play video games every day.

De  +s  verdwijnt na  doesn't. (net als bij de vragende zinnen) 


Slide 33 - Tekstslide

They wear the same
dresses every Monday.

Slide 34 - Open vraag

The boy always cleans
his plate after dinner.

Slide 35 - Open vraag

They hand out flyers every morning.

Slide 36 - Open vraag

The sun shines very brightly.

Slide 37 - Open vraag

Minions like bananas very much.

Slide 38 - Open vraag

To do!      unit 4 lesson 1
basis:  *  oefenen met allesvoorengels 
                                      (klik op de hotspots)
                *  maak opdracht  9 + Practise More 

de kgt krijgt nog een grammatica-uitleg


Slide 39 - Tekstslide

Bijwoorden van tijd 
Bijwoorden van tijd geeven aan hoe vaak iets gebeurt.
Voorbeelden bij deze bijwoorden zijn; always, usually, never, often, never, sometimes
Deze woorden komen vóór het werkwoord te staan
George never plays tennis
Behalve als het werkwoord am,are,is,was,were (to be) is
We are always happy

Slide 40 - Tekstslide

Waar moet je ze zetten?
Bijwoorden van tijd komen op de volgende plekken:
In een zin met:
één werkwoord: voor het werkwoord
- I often go to school by bike.
- Daisy never walks to the store.

Slide 41 - Tekstslide

to be
In een zin met een vorm van to be, komt het bijwoord altijd na de vorm van to be:
He is never going to school by bike.
Anne and Peter are often late.
I am usually here by 8 o'clock.

Slide 42 - Tekstslide

twee werkwoorden? 

Na het eerste werkwoord:

Barbara has never seen an elephant.
They will always go to the zoo.

Slide 43 - Tekstslide

To do!      unit 4 lesson 1
basis:  *  oefenen met allesvoorengels 
                                      (klik op de hotspots)
                *  maak opdracht  9 + Practise More 

kgt:      * oefenen met allesvoorengels 
                                      (klik op de hotspots)
              *  maak opdracht  7 + 8  + Practise More


Slide 44 - Tekstslide