Van splintergroep naar staatsgodsdienst

 Rome, eeuwig imperium
5.5 Van splintergroep naar staatsgodsdienst
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Rome, eeuwig imperium
5.5 Van splintergroep naar staatsgodsdienst

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les....
  • Kun je het jodendom beschrijven.
  • Kun je beschrijven hoe het christendom ontstaan is.
  • Kun je de hoofdlijnen van het christendom uitleggen.
  • Kun je uitleggen hoe het christendom zich eerst in het Romeinse Rijk en later door Europa kon verspreiden.

Slide 2 - Tekstslide

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 3 - Tekstslide

Kenmerkende aspecten H5
  • De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
  • de ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

Slide 4 - Tekstslide

5.5.1
Het jodendom

Slide 5 - Tekstslide

Polytheïsme
Monotheïsme

Slide 6 - Tekstslide

Het jodendom
  • Het jodendom is een monotheïstische godsdienst. 
  • Het jodendom kent veel voorvaderen en profeten.
  • Tenach & Het Oude Testament. 
  • Romeinen veroverden het koninkrijk Israël en er werd veel verwoest.
  • Wachten op de Messias 
Monotheïsme= Godsdienst waarin maar één god wordt vereerd.
Profeten= Personen die boodschappen van God doorgeven.
Profeten & voorvaderen Jodendom
Abraham: aartsvader.
Jacob: trok met het joodse volk naar Egypte.
Mozes: leidt het volk weg naar het beloofde land.
Tenach= Het heilige boek van de joodse godsdienst
Oude Testament= het eerste onderdeel van het heilige boek van het christendom

Messias= De gezalfde, volgens de joden een persoon die door God gestuurd zal worden om hun bijzondere relatie met hem te herstellen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link

Hoe noem je het heilige boek van de Joden?
A
De Bijbel
B
Het Oude Testament
C
De Tenach
D
De Koran

Slide 9 - Quizvraag

''Het jodendom is een polytheïstische godsdienst''
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

5.5.2
Ontstaan van het Christendom

Slide 11 - Tekstslide

Wat weet jij eigenlijk
van het christendom?

Slide 12 - Woordweb


Jezus van Nazareth


  • Jezus is een Joodse man die rondreist en vertelt dat God goede mensen beloont en slechte mensen straft.
  • Jezus krijgt veel aanhangers. 
  • De Romeinen vinden hem daarom gevaarlijk. Ze nemen hem gevangen en kruisigen hem, de straf voor een opstandige slaaf.

Slide 13 - Tekstslide


Christenen

  • De volgelingen van Jezus noemen zichzelf christenen
  • Zij geloven in de woorden die Jezus (via zijn Apostelen) aan hen heeft gegeven: 'Iedereen is gelijk voor God en voor ieder goed mens is er een plek in de hemel'.          
  • De boodschap van Jezus wordt ook wel de Evangelie genoemd.
  • Nieuwe Testament
Apostelen= Leerlingen van Jezus die door hem zijn uitgezonden om zijn leer te verspreiden

Evangelie= Boodschap (van Jezus Christus) / Woord van Jezus
Nieuwe Testament= tweede onderdeel van het heilige boek van het christendom

Slide 14 - Tekstslide


Christenen in het Romeinse Rijk


  • Het Christendom verspreidt zich snel in het Romeinse Rijk. 
  • De goede wegen en de aantrekkingskracht van het geloof (gelijkheid in de hemel, mysterieus en interessant) zorgen ervoor dat veel mensen christen worden.


Christenen gebruikten zelden het kruis als symbool. Ze gebruikte liever het Chi Rho-teken: de eerste twee letters van de naam Christus in het Grieks. De twee letters naast het teken zijn de alpha (α) en de omega (Ω): de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. Hiermee gaven ze aan dat Jezus het begin en het einde was.

Slide 15 - Tekstslide

Waarom was het Christendom zo aantrekkelijk?

Slide 16 - Open vraag

''Leerlingen van Jezus heten Apostelen''
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 17 - Quizvraag

5.5.3
Vervolging en staatsgodsdienst

Slide 18 - Tekstslide


Christenvervolging


  • Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
  • Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, en dat is niet de Romeinse keizer!

  • De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Onder sommige Romeinse steden bevonden zich catacomben waarin christenen (maar ook Joden) hun doden begroeven.
Veel van deze catacomben zijn mooi versierd met christelijke muurschilderingen.
De catacomben werden soms ook gebruikt voor kerkdiensten, omdat het boven de grond te gevaarlijk was om openlijk voor je geloof uit te komen.

Slide 19 - Tekstslide


Christenvervolging


Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, 
en dat is niet de Romeinse keizer!

De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Voor de leeuwen gooien, was een gebruikelijk doodstraf voor christenen tijdens hun vervolgingen in het Romeinse Rijk.
Het moet een gruwelijk spektakel zijn geweest, maar wat vooral indruk op de toeschouwers maakte was dat de christenen soms niet gingen vechten met de leeuwen, maar bidden tot hun god. 
De toeschouwers waren verbijsterd, maar ook nieuwsgierig: als je toch zoveel vertrouwen in je god hebt, dan moet het wel een hele goede god zijn. 

Slide 20 - Tekstslide


Christenvervolging


Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, 
en dat is niet de Romeinse keizer!

De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Keizer Nero was één van de felste tegenstanders van de christenen. Hij gaf hen de schuld van de grote brand van Rome (die hij vermoedelijk zelf had laten stichten) en liet hen op de meest gruwelijke manieren aan hun eind komen.
Dit is een schilderij uit de 19e eeuw: Nero kijkt naar het lichaam van een christen die zojuist om het leven is gebracht.

Slide 21 - Tekstslide


Constantijn de Grote


  • Christenen zijn ruim 3 eeuwen vervolgd in het Romeinse Rijk. 
  • Door Constantijn de Grote komt daar een einde aan:  kort voor een veldslag zou hij in een visioen een teken hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de god van de christenen hem de zege belooft. 
  • Hij won de veldslag en werd christen...

Constantijn de Grote ziet een christelijk teken. Gravure uit de 17e eeuw.

Slide 22 - Tekstslide





  • ...vermoedelijk was de werkelijkheid iets anders: er braken steeds meer rellen uit tussen christenen en Romeinen. 

  • Constantijn bedacht de oplossing: godsdienstvrijheid voor de christenen. 
  • Hij werd zelf pas christen vlak vóór zijn dood.

Een standbeeld van Constantijn de Grote, of eigenlijk Flavius Valerius Aurelius Constantinus. De naam 'de Grote' heeft niets te maken met zijn lengte of het feit dat hij een goede keizer was. Het is een titel die de christelijke kerk aan hem heeft gegeven voor zijn bijdrage aan het christendom.

Slide 23 - Tekstslide


Staatsgodsdienst

  • In 380 gebeurt er iets bijzonders: keizer Theodosius verplicht iedereen om christen te worden. 
  • Het christendom wordt staatsgodsdienst en alle andere godsdiensten worden verboden. 
  • Iedereen die niet christen is wordt vervolgd en hij verbiedt de Olympische Spelen, omdat ze niet christelijk zijn.
Romeinse munt met het hoofd van Theodosius I de Grote

Slide 24 - Tekstslide

Welke gebeurtenis is het langst geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst.
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Slide 25 - Quizvraag

Welke gebeurtenis is het minst lang geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst.
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Slide 26 - Quizvraag

Huiswerk
Opdrachten van 5.5: 1 t/m 10

Slide 27 - Tekstslide