één of twee gezichten? les 3 thema 7

één of twee gezichten? les 3 thema 7
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

één of twee gezichten? les 3 thema 7

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

taalboek blz.21

Slide 3 - Tekstslide

Zoek 2 meervouden in de tekst.

Slide 4 - Open vraag

Meervouden
  • Worden niet altijd op dezelfde manier gevormd. 
  • Komt vaak een achtervoegsel bij: tafels    kunstwerken
  • Soms moet je verenkelen: week --> weken
  • Soms moet je verdubbelen: pak --> pakken
  • eindletter wordt anders: huis --> huizen
  • Sommige zijn gewoon echt moeilijk: kind --> kinderen   
  • stad --> steden

Slide 5 - Tekstslide

Het meervoud van: paard

Slide 6 - Open vraag

Het meervoud van: sleutel

Slide 7 - Open vraag

Het meervoud van: lied

Slide 8 - Open vraag

Het meervoud van: vis

Slide 9 - Open vraag

Het meervoud van: man

Slide 10 - Open vraag

Het meervoud van: maan

Slide 11 - Open vraag

Het meervoud van: taart

Slide 12 - Open vraag

Het meervoud van: vliegtuig

Slide 13 - Open vraag

Het meervoud van: laars

Slide 14 - Open vraag

Het meervoud van: oog

Slide 15 - Open vraag

Het meervoud van: toeschouwer

Slide 16 - Open vraag

Het meervoud van: tak

Slide 17 - Open vraag

Het meervoud van: glas

Slide 18 - Open vraag

Het meervoud van: aap

Slide 19 - Open vraag

Het meervoud van: reus

Slide 20 - Open vraag

Het meervoud van: bos

Slide 21 - Open vraag

Het meervoud van: kind

Slide 22 - Open vraag

Het meervoud van: vak

Slide 23 - Open vraag

Het meervoud van: brief

Slide 24 - Open vraag

Het meervoud van: ei

Slide 25 - Open vraag

Het meervoud van: schoen

Slide 26 - Open vraag

Het meervoud van: fiets

Slide 27 - Open vraag