Diabetes

Les 7 Hormoonstelsel




Periode 2
Anatomie, fysiologie en pathologie
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Maatschappelijke zorgMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 7 Hormoonstelsel




Periode 2
Anatomie, fysiologie en pathologie

Slide 1 - Tekstslide

Programma van de les
-  Wie zijn jullie?
- Wie ben ik?
- Theorie: 
- Hypo en Hyper
- Complicaties

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
1. Je legt uit wat Diabetes Mellitus type 1 en Diabetes Mellitus type 2 is.

2. Je beschrijft wat hyperglykemie (hyper) en een hypo(glykemie) (hypo) is.

3. Je beschrijft de behandeling van Diabetes type 1 en Diabetes Mellitus type 2 is.

Slide 3 - Tekstslide

timer
0:30
Wat weet je al over Diabetes?

Slide 4 - Woordweb

Van veel snoepen krijg je diabetes?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Bij welke van onderstaande antwoorden spreken we van ouderdomsdiabetes?
A
Diabetes type 1
B
Diabetes type 2

Slide 6 - Quizvraag

Waar wordt glucose opgeslagen wanneer je dit tijdelijk niet nodig hebt?
A
alvleesklier
B
lever
C
alvleesklier en lever

Slide 7 - Quizvraag

Diabetes Mellitus
  • Er gaat iets mis met de bloedsuikerregulatie.
  • Glucose in het bloed wordt niet in de lichaamscellen opgenomen. 

Gevolg: Lichaam heeft onvoldoende brandstof. 
De suikers worden via urine uitgescheiden = honingzoete urine.

Slide 8 - Tekstslide

Hoeveel Nederlanders hebben diabetes?
A
600.000 mensen
B
900.000 mensen
C
1,2 miljoen mensen
D
1,4 miljoen mensen

Slide 9 - Quizvraag

Symptomen diabetes
  • Veel dorst
  • Veel plassen
  • Afvallen
  • Misselijk en moe
  • Wazig zien
  • Acetonadem 

Slide 10 - Tekstslide

2 soorten diabetes

Slide 11 - Tekstslide

Diabetes type 2 komt vaker voor dan Diabetes type 1
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Welk orgaan maakt insuline aan?
A
alvleesklier
B
milt
C
lever
D
galblaas

Slide 13 - Quizvraag

Diabetes type 1
  • Auto-immuunziekte
  • Eilandjes van Langerhans produceren geen insuline meer
  •  Je moet elke dag insuline spuiten of pompje en elke dag je bloedsuiker meten. 
  • Oorzaak nog niet duidelijk: erfelijkheid speelt rol, virus

Slide 14 - Tekstslide

Diabetes type 2
  • De cellen in het lichaam zijn niet meer gevoelig voor de aanwezige insuline
  • 1,1 miljoen mensen
  • Oorzaken: weinig beweging, overgewicht, ongezond eten, roken, ouder worden, erfelijkheid
  • Behandeling: gezonde leefstijl, medicijnen, soms ook insuline 

Slide 15 - Tekstslide

Wanneer maakt de alvleesklier helemaal geen insuline meer aan
A
diabetes type 1
B
diabetes type 2
C
bij beiden
D
bij geen van deze antwoorden

Slide 16 - Quizvraag

Diabetes type 2 krijg je alleen als je ouder dan 65 bent
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Beschrijf een verschil tussen diabetes type 1 en type 2

Slide 18 - Open vraag

Hyperglykemie vs. hypoglycemie
Meten is weten!
Normaal bloedglucose: 4-8 mmol/l

Hyper = bloedsuiker te hoog
Hypo =  bloedsuiker te laag

Slide 19 - Tekstslide

Hyper
Bloedglucose boven 10 mmol/l

- Moeheid
- Slaperigheid
- Vaak plassen
- Dorst
- Droge tong

Slide 20 - Tekstslide

Hypo
Bloedglucose onder 4 mmol/l

- zweten
- trillen
- duizelig zijn
- plotseling wisselend humeur 
- hoofdpijn
- moe zijn
- hongerig zijn

Slide 21 - Tekstslide

Complicaties op lange termijn
  • Afwijkingen hart- en bloedvaten
  • Nieren
  • Netvliesafwijkingen (kan zelfs blindheid)
  • Zenuwen (gevoelsstoornissen, verlamming)
  • Infecties
  • Ernstige problemen aan tenen en voeten 

Slide 22 - Tekstslide

Diabetische voet
  • Droge voeten en kloofjes
  • Minder gevoel / tintelingen
  • Vaak koude voeten
  • Wondjes/ verkleuringen
  • Gespecialiseerde pedicure 

Slide 23 - Tekstslide


Hoe is het gegaan?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 24 - Poll


Fijne Kerstvakantie!

Slide 25 - Tekstslide