In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 25 min
Onderdelen in deze les
Toets h12 grafieken
y
x
Slide 1 - Tekstslide
Welke formule hoort bij de grafiek hiernaast?
A
y= 6x +1
B
y= x +6
C
x = 6y +1
D
geen van de drie formules is goed
Slide 2 - Quizvraag
Welke lineaire formule hoort bij deze tabel?
A
Y = 3x +8
B
y= -3x+1
C
y= -3x -1
D
y=-3x +8
Slide 3 - Quizvraag
Waar kan deze grafiek over gaan?
A
Het aantal uren daglicht per dag gedurende een jaar.
B
Voor het gebruik van een zonnebank betaal je een bedrag per 15 minuten.
C
De verkoop van schaatsen gedurende een jaar.
D
Geen van de drie omschrijvingen is goed
Slide 4 - Quizvraag
Waar kan deze grafiek over gaan?
A
Het aantal uren daglicht per dag gedurende een jaar.
B
Voor het gebruik van een zonnebank betaal je een bedrag per 15 minuten.
C
De verkoop van schaatsen gedurende een jaar.
D
Geen van de drie omschrijvingen is goed
Slide 5 - Quizvraag
Waar kan deze grafiek over gaan?
A
Het aantal uren daglicht per dag gedurende een jaar.
B
Voor het gebruik van een zonnebank betaal je een bedrag per 15 minuten.
C
De verkoop van schaatsen gedurende een jaar.
D
Geen van de drie omschrijvingen is goed
Slide 6 - Quizvraag
Schrijf bij nummer 1 t/m 6 op, wat je op de assen kunt aflezen.
Slide 7 - Open vraag
Vul de somtabel op je werkblad in bij de grafieken A en B.
Slide 8 - Open vraag
Teken in het assenstelsel op het werkblad de somgrafiek.
Slide 9 - Open vraag
Slide 10 - Tekstslide
Bepaal de periode van de grafiek hiernaast?
Slide 11 - Open vraag
Bepaal de evenwichtsstand
Slide 12 - Open vraag
Bepaal de amplitude.
Slide 13 - Open vraag
Bereken de frequentie per uur.
Slide 14 - Open vraag
Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule b = 12 d +20 Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag. WAT IS DE FORMULE VOOR HET HUREN VAN DE VERFBRANDER?
Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag.
a. Wat moet Martijn betalen voor het huren van de steiger voor 5 dagen? b. Vul de tabel op je werkblad in. c. Welke formule hoort bij het huren van de verfbrander? d. Teken in één assenstelsel de drie grafieken die bij de tabel horen. e. Met welke formule kan Martijn het totaalbedrag berekenen? Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag.
a. Wat moet Martijn betalen voor het huren van de steiger voor 5 dagen? b. Vul de tabel op je werkblad in. c. Welke formule hoort bij het huren van de verfbrander? d. Teken in één assenstelsel de drie grafieken die bij de tabel horen. e. Met welke formule kan Martijn het totaalbedrag berekenen? Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag
Slide 15 - Open vraag
Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule : b = 12 d +20 Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag. GEEF DE SOM-FORMULE.
Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag.
a. Wat moet Martijn betalen voor het huren van de steiger voor 5 dagen? b. Vul de tabel op je werkblad in. c. Welke formule hoort bij het huren van de verfbrander? d. Teken in één assenstelsel de drie grafieken die bij de tabel horen. e. Met welke formule kan Martijn het totaalbedrag berekenen? Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag.
a. Wat moet Martijn betalen voor het huren van de steiger voor 5 dagen? b. Vul de tabel op je werkblad in. c. Welke formule hoort bij het huren van de verfbrander? d. Teken in één assenstelsel de drie grafieken die bij de tabel horen. e. Met welke formule kan Martijn het totaalbedrag berekenen? Voor het verven van zijn huis huurt Martijn een steiger en een verfbrander. De huur van de steiger wordt berekend met de formule . Hierin is b het bedrag in euro’s en d het aantal dagen dat de steiger gehuurd wordt.
Voor de verfbrander betaalt hij een vast bedrag van € 10,- en nog € 6,- per dag