Zorgplan en zorgleefplan

Methodisch werken
Door te werken met een zorgplan en een zorgleefplan
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Methodisch werken
Door te werken met een zorgplan en een zorgleefplan

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
-  Leerdoelen bespreken 
-Zorgleefplan 
-Methodisch werken
-Opdracht over de levensdomeinen
-Verschil tussen zorgplan en zorgleefplan
-De POG methode 
-  Opdracht
- SMART doel formuleren 
- Annamnese gesprek 



- Rollenspel
- Korte quiz
- Leerdoelen bespreken
- Afsluiting spelletje

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel voor vandaag 
Ik kan vertellen wat er in een zorgplan moet 
Ik weet wat hoe ik een anamnese gesprek moet doen

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je al over het zorgleefplan/zorgplan?

Slide 4 - Woordweb

Wat is een zorgleefplan

Een zorgleefplan is het document waarin je alle belangrijke informatie over het leven, de wensen en de zorgbehoeften van een cliënt vastlegt.

Hierin leg je de ondersteuningsvragen, behoeften of doelen van de cliënt vast.





Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Methodisch werken betekent
  • Doorlopen van vaste stappen
  • Evalueren
  • Bijstellen

Doel: planmatig en gestructureerd werken voorkomen dat je niet zomaar iets probeert

Slide 7 - Tekstslide

Stappenplan methodisch werken

1. Verzamelen van gegevens
2. Vastellen van de behoefte en het probleem
3. Vaststellen doelen 
4. Vaststellen van en plannen zorgactiviteit
5. Uitvoeren van de verzorgende interventies
6. Het evalueren van de zorg


Slide 8 - Tekstslide

Het zorgplan in de VT (verpleegtechnische handelingen) bevat de volgende vier levensdomeinen:

1. Mentaal welbevinden ( hoe iemand zich voelt)
2. Lichamelijk welbevinden ( fysieke gezondheid)
3. Woon- en leefomstandigheden (omgeving waarin iemand leeft)
4.  Participatie (meedoen in de maatschappij en sociaalcontact met anderen)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Tijd voor een opdracht 


Pak je pen 

Slide 11 - Tekstslide

Verschil tussen zorplan en zorgleefplan 
Het zorgleefplan beschrijft het hele leven van de cliënt.
Het gaat over wat iemand belangrijk vindt, hoe iemand wil leven en welke ondersteuning daarbij past. 

Het zorgplan beschrijft de concrete zorg die nodig is.
Hier werk je zorgproblemen uit met de POG‑methode

Slide 12 - Tekstslide

Hoe ze samen werken
Het zorgleefplan geeft het totaalbeeld van de cliënt.

Het zorgplan werkt de zorgproblemen uit die je in dat totaalbeeld hebt gevonden.

Samen zorgen ze voor persoonlijke en passende zorg.

Slide 13 - Tekstslide

Wat is de POG methode?

Deze methode helpt je om problemen van een client helder, logisch en observeerbaar te formuleren.  



Slide 14 - Tekstslide

POG - Methode 
P = Probleem, wat is er aan de hand?
O = Oorzaak, waardoor komt dit probleem?
G = Gevolg, wat gebeurt er door dit probleem?

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeeld (heel kort)

Probleem: Meneer X eet slecht.
Oorzaak: Hij heeft weinig eetlust door somberheid.
Gevolg: Hij valt af en voelt zich zwak

Slide 16 - Tekstslide

Meneer De Jong (87) heeft COPD en zit in een rolstoel omdat hij te weinig energie heeft om te
lopen. Op zijn stuit heeft meneer een rode plek.  De huisarts constateerde dat meneer ondervoed is. Meneer is nu opgenomen in het verpleeghuis.

Formuleer de POG voor meneer de Jong.

Slide 17 - Tekstslide

Maken POG:
Meneer De Jong (87) heeft COPD en zit in een rolstoel omdat hij te weinig energie heeft om te
lopen. Op zijn stuit heeft meneer een rode plek. De huisarts constateerde dat meneer ondervoed is. Meneer is nu opgenomen in het verpleeghuis.

Slide 18 - Open vraag

P - Probleem 

- Meneer de Jong heeft een rode plek op de stuit. 

Dit is een concrete, observeerbare zorgprobleem dat jij als zorgverlener ziet. 

Slide 19 - Tekstslide

0 - Oorzaak 
- De rode plek ontstaat door een combinatie van:

Langdurig zitten in de rolstoel
Verminderde mobiliteit door COPD
Weinig energie, waardoor hij niet kan lopen
Ondervoeding, waardoor de huid kwetsbaarder is


Slide 20 - Tekstslide

G - Gevolg / symptomen 
Door dit probleem zien we:

Risico op decubitus (Beschadiging van je huid door langdurig druk.)
Kwetsbare huid
Pijn of ongemak bij zitten of bewegen
Beperkingen in mobiliteit (hij blijft veel zitten → druk op stuit blijft bestaan)

Slide 21 - Tekstslide

Tommie eet elke dag witbrood, patat en drinkt dagelijks cola. Hij heeft één keer in de week ontlasting. Hij heeft een vervelend gevoel in zijn buik. Hij zou meer vezels, groente en water moeten nemen. Welke zin hoort bij de letter O van de afkorting POG?
A
Hij heeft een vervelend gevoel in zijn buik
B
Hij heeft één keer in de week ontlasting
C
Hij eet dagelijks witbrood, patat en cola
D
Meer groente, vezels en water moeten drinken

Slide 22 - Quizvraag

Stappen van het Zorgleefplan?

Stap 1: Wat is het zorgprobleem of ondersteuningsvraag? 

Stap 2: Wat is het doel voor de zorgvrager?

Stap 3: Welke interventies worden ingezet?

Stap 4: Evaluatie

 



Slide 23 - Tekstslide

1. Wat is het zorgprobleem?
Het zorgprobleem of ondersteuningsvraag waar jij als Verzorgende iets mee kan!

P = Probleem (verpleegkundige diagnose/probleem)
O = Oorzaak van het probleem
G=  Gevolgen van het probleem



Slide 24 - Tekstslide

2. Maken van een doel 

Formuleer het SMART

Slide 25 - Tekstslide

2. Maken van een doel

= specifiek
= meetbaar
= acceptabel
= Realistisch
= tijdgebonden

Slide 26 - Tekstslide

Casus 

Meneer Janssen (72) drinkt te weinig water op een dag. Hij krijgt daardoor vaak hoofdpijn en voelt zich duizelig als hij opstaat. Hij zegt dat hij “gewoon vergeet te drinken”.

Slide 27 - Tekstslide

Meneer Janssen drinkt de komende 2 weken elke dag minimaal 4 glazen water, verdeeld over de ochtend en middag, om zijn duizeligheid te verminderen.

Slide 28 - Open vraag

3. Interventies
Wat ga je doen om het doel te behalen?
Dit kunnen meerdere acties zijn door meerdere personen.

Slide 29 - Tekstslide

Annamnese gesprek 
Een gesprek waarin je informatie verzamelt van de client om later een zorgplan of zorgleefplan te maken.





Slide 30 - Tekstslide

Wat is blijven hangen van de vorige les?

Slide 31 - Woordweb

Poster over anamnese gesprek 
- Wat is een anamnese gesprek ? 
- waarom voer je een anamnese gesprek ? 
- welke onderwerpen bespreek je?
- Bedenk per levensdomein voorbeeldvragen 
- Hoe helpt het bij het invullen van het zorgleefplan?
- Waarom worden gegevens verzameld?



Slide 32 - Tekstslide

Het doel van een Annamnese gesprek 
Doel is inzicht krijgen in problemen, wensen en behoeften

je vraagt door op lichamelijk, psychisch, sociaal en dagelijks functioneren
je gebruikt open vragen
je luistert actief en vat samen
je oordeelt niet, maar onderzoekt

Slide 33 - Tekstslide

Wat voor vragen kun je stellen?
Start van het gesprek 
- Hoe gaat het met u/ waar zou u het vandaag over willen hebben?

Levensdomein: Woon- en leefomstandigheden
- Zijn er dingen thuis die lastig gaan of waar u hulp bij nodig heeft?

Levensdomein: Lichamelijk welbevinden & gezondheid
- Hoe gaat het met eten, drinken en slapen?



Slide 34 - Tekstslide

Wat voor vragen kun je stellen?
Levensdomein: Participatie (sociaal leven)
- Zijn er dingen die u mist in uw sociale leven?

Wensen, doelen en behoeften
- Wat is voor u op dit moment het belangrijkste doel?

Afronding en samenvatting 
- Heb ik alles goed samengevat?       - Wat spreken we vanaf hier af?

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Zelf oefenen
Student A = zorgverlener 
Student B = Client (krijgt een casuskaartje)

Slide 38 - Tekstslide

Welke duo komt er naar voren 


:)

Slide 39 - Tekstslide

Welk hulpmiddel gebruik je om een zorgdoel te formuleren
A
RUMBA
B
PES
C
SMART
D
SOAP

Slide 40 - Quizvraag

wat betekent SMART ?

Slide 41 - Woordweb

Waarvoor staat de R in SMART
A
Resultaat
B
Relevant
C
Richtinggevend
D
Realistisch

Slide 42 - Quizvraag

Het in kaart brengen van wensen, behoeften,mogelijkheden en zorgvraag beschrijven we in het?...
A
zorgplan
B
zorgleefplan
C
ondersteuningsplan
D
A,B,C

Slide 43 - Quizvraag

Wie is verantwoordelijk voor het opstellen van het zorgplan?
A
Patiënt
B
Zorgverlener/ zorgverantwoordelijke
C
Geneesheer-directeur
D
Onafhankelijk psychiater

Slide 44 - Quizvraag

Mini lesjes maken 
5 groepjes → elk groepje één thema
Presentaties van 4-5 minuten
Je legt uit wat het is
Waarom het belangrijk is 
Wanneer het wordt gebruikt
De stappen die je neemt 



Zorgleefplan

Zorgplan

POG‑methode

SMART‑methode

Methodisch werken

Slide 45 - Tekstslide

Leerdoel van vandaag 
Ik kan vertellen wat er in een zorgplan moet
Ik weet wat hoe ik een anamnese gesprek moet doen

Slide 46 - Tekstslide

Spelletje 


Heeft dit met gezondheid te maken?”

“Is dit iets wat in een plan staat?”

“Is dit een onderdeel van de levensdomeinen?

Slide 47 - Tekstslide

Wat vonden jullie van de les?

Slide 48 - Woordweb