Bron: Dossier geschiedenis: Nederland en de slavernij, NTR, 2011
Slide 16 - Tekstslide
instrument
hoofddeksel
verhalen
geloof
Slide 17 - Sleepvraag
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Video
Wat vind jij van deze standbeelden?
A
ze moeten verwijderd worden
B
ze moeten blijven staan
C
ze mogen blijven staan, maar met juiste informatie
D
ik heb een ander idee
Slide 20 - Quizvraag
timer
5:00
suiker
iPhone
nootmuskaat
chocolade
je eigen kleding
Slide 21 - Sleepvraag
iPhone – China
nootmuskaat – Indonesië
chocola (cacao) – West-Afrika
suiker – Brazilië
jouw kleding – Bangladesh
Slide 22 - Tekstslide
<div>‘Nee joh, ben je gek, ik eet geen chocolade. Als ik geld heb, dan geef ik dat uit aan eten dat mijn lichaam nodig heeft.’ </div><div>- Desiré Kamagaté, Ivoriaanse chauffeur. </div><div><br></div>
Waar komt chocola vandaan?
<div>‘Voor één reep chocola koop ik 7 kilo rijst of twee kippen’ </div><div>- Konan, de vertaler </div><div><br></div>
Slide 23 - Tekstslide
‘Een vriend van mijn vader bracht me naar de cacaoplantage van een man die hij kende. Daar ging ik aan het werk. Er waren nog veel meer kinderen.’
Bassirou uit Ivoorkust, 15 jaar (p. 121, 122, publicatie Tony)
Waarom werken kinderen op de cacaoplantage?
Slide 24 - Tekstslide
Welke gevaren zijn er voor kinderen op de cacaoplantage?
Slide 25 - Woordweb
Het is niet erg dat de arbeiders op cacaoplantages nooit een chocoladereep hebben gegeten.
A
eens
B
oneens
Slide 26 - Quizvraag
Als je iets koopt, ben je niet verantwoordelijk voor de omstandigheden waarin dat product wordt gemaakt.
A
eens
B
oneens
Slide 27 - Quizvraag
Als je iets te goedkoop koopt (bv. kleding, chocola) draag je bij aan oneerlijke handel.