Anatomie les 3: Het skelet, gewrichten en functies

 les 3: Het skelet, gewrichten en functies
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
AnatomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

 les 3: Het skelet, gewrichten en functies

Slide 1 - Tekstslide

Klassen-regels
1. Respectvol zijn naar elkaar.
2. Tijdens uitleg telefoon weg in je tas (wegsturen indien niet doen)
3. Niet door elkaar praten (elkaar uit laten praten)
4. Ruim je eigen troep op
5. Elkaar aanspreken op respectvolle manier (opruimen)
6. Elkaar niet uitlachen
7. Samenwerken door goede taakverdeling.

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les H3.2 Opbouw van het lichaam
  • Filmpje het skelet en H3.3 Het skelet
  • Maken opdracht 5.
  • Opdracht nabespreken
  • Filmpje gewrichten en H3.4 Gewrichten en functies
  • Klassikale opdracht gewrichten
  • Maken Opdracht 6,7,8 & 9
  • Les evaluatie, leerdoelen check en huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Welke functie heet het skelet NIET?
A
Bescherming van organen
B
Stevigheid en vorm geven
C
Beweging mogelijk maken
D
Vertering van voedsel

Slide 4 - Quizvraag

De funties van het Skelet
🦴 1. Stevigheid en vorm geven
Je skelet geeft je lichaam vorm. Het zorgt ervoor dat je rechtop kunt staan en niet in elkaar zakt.

🛡️ 2. Bescherming van organen
Je botten beschermen belangrijke delen van je lichaam:
  • Je schedel beschermt je hersenen.
  • Je ribben beschermen je hart en longen.
  • Je wervelkolom beschermt je ruggenmerg.

Slide 5 - Tekstslide

🏃 3. Beweging mogelijk maken
Je skelet werkt samen met je spieren en gewrichten. Spieren zitten vast aan botten en trekken eraan. Zo kun je lopen, rennen en bewegen.

🩸 4. Aanmaak van bloedcellen
In sommige botten zit beenmerg. Daar worden bloedcellen gemaakt, zoals rode en witte bloedcellen.

🧲 5. Opslag van mineralen
Botten bewaren mineralen, zoals calcium en fosfaat. Die stoffen zijn belangrijk voor je lichaam, bijvoorbeeld voor sterke botten en tanden.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een belangrijkste taak van spieren in het menselijk lichaam?
A
Ze zorgen voor de aanmaak van bloed
B
Ze regelen de spijsvertering
C
Ze zorgen voor beweging van het lichaam
D
Ze maken de botten hard

Slide 7 - Quizvraag

Als je loopt, werken je spieren en botten samen. Ze zorgen ervoor dat je kunt bewegen, rechtop blijft staan en geen pijn krijgt. Hieronder zie je vier dingen die je spieren doen als je loopt:

🦵 1. Bewegen
Je spieren trekken samen. Daardoor gaan je benen naar voren en achteren. Zo kun je stappen zetten.
➡️ Zonder spieren kun je niet lopen!

⚖️ 2. Balans houden
Spieren in je buik, rug en benen zorgen dat je niet omvalt. Ze houden je lichaam rechtop.
➡️ Denk aan een touwtje-loper: zonder sterke spieren val je om!
De taken van de spieren.

Slide 8 - Tekstslide

De taken van de spieren
🤝 3. Samenwerken
Spieren werken in groepjes. Als de ene spier samentrekt, ontspant de andere.
➡️ Zo beweeg je soepel en zonder schokken.

🛡️ 4. Klappen opvangen
Als je voet op de grond komt, vangen je spieren de schok op.
➡️ Zo beschermen ze je botten en gewrichten tegen schade.

🧠 Wist je dat?
  • Je hebt meer dan 600 spieren in je lichaam.
  • Spieren werken altijd samen met je hersenen.
  • Als je moe bent, werken je spieren minder goed.


Slide 9 - Tekstslide

Wat voel je met de huid als je loopt?
A
Of je moe bent
B
Of de grond hard, zacht of glad is
C
Of je spieren werken
D
Of je goed ademhaalt

Slide 10 - Quizvraag

👀👂👃✋ Wat doen je zintuigen als je loopt?
Als je loopt, gebruiken je hersenen informatie van je zintuigen om te zorgen dat je goed beweegt, niet struikelt en veilig blijft. Je zintuigen werken dus samen met je spieren en botten!

👀 Zien
Je ogen kijken waar je loopt.
➡️ Ze zorgen dat je obstakels ziet, zoals een stoep of een trap.

✋ Voelen
Je huid voelt de grond onder je voeten.
➡️ Zo weet je of je op iets zachts, hards of glads loopt.

Slide 11 - Tekstslide

👀👂👃✋ Wat doen je zintuigen als je loopt?
👂 Horen
Je oren horen wat er om je heen gebeurt.
➡️ Bijvoorbeeld een fietsbel of iemand die roept: “Pas op!”

⚖️ Evenwicht (binnenoor)
In je oren zit een speciaal zintuig voor balans.
➡️ Dit zorgt dat je niet omvalt als je beweegt.

🧠 Wist je dat?
  • 👀Als je ogen dicht zijn, is lopen veel moeilijker!
  • 👂Mensen met evenwichtsproblemen kunnen sneller vallen.
  • ✋Zintuigen zijn superbelangrijk bij revalidatie en ouderenzorg.

Slide 12 - Tekstslide

Wat doen je hersenen als je wilt gaan lopen?
A
Ze geven een seintje aan je spieren om te bewegen
B
Ze ontspannen je spieren
C
Ze stoppen met werken
D
Ze zorgen dat je sneller denkt

Slide 13 - Quizvraag

🧠🚶‍♀️ Wat doen je hersenen als je loopt?
Je hersenen zijn de centrale regiepost van je lichaam. Als je loopt, zorgen ze ervoor dat alles goed samenwerkt: je spieren, je zintuigen en je evenwicht.
🧠 1. Beweging aansturen
Je hersenen geven een seintje aan je spieren: “Zet je been naar voren!”
➡️ Zonder hersenen kun je niet bewegen.

👀👂✋ 2. Zintuigen verwerken
Je hersenen krijgen informatie van je ogen, oren, huid en evenwichtsorgaan.
➡️ Ze zorgen dat je weet waar je loopt en of het veilig is.

Slide 14 - Tekstslide

🧠🚶‍♀️ Wat doen je hersenen als je loopt?
⚖️ 3. Balans houden
Je hersenen gebruiken informatie uit je oren en spieren om je rechtop te houden.
➡️ Zo val je niet om.

🚨 4. Reageren op gevaar
Als je hersenen iets gevaarlijks opmerken (bijv. een gladde stoep), sturen ze je spieren aan om te stoppen of uit te wijken.
➡️ Ze beschermen je tegen vallen of botsen.


Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Het skelet

🧠 Wist je dat...?
  • Het skelet ook wel geraamte wordt genoemd?
  • Bij geboorte meer dan 270 botten naarmate je groeit uiteindelijk 206 botten
  • Bij ouderen komt botontkalking/osteoporose voor.

Slide 17 - Tekstslide

Heb jij al eens een bot gebroken? Zo ja welke?

Slide 18 - Woordweb

Verschillende botten in je lichaam
Botten zorgen voor stevigheid, bescherming en beweging. Niet alle botten zijn hetzelfde, ze hebben verschillende vormen en functies.

Er zijn drie soorten botten:

Lange botten
➡️ Deze botten zorgen voor beweging en dragen gewicht.
📍 Voorbeelden: dijbeen (bovenbeen), opperarmbeen.
Korte botten
➡️ Deze geven stevigheid en maken kleine bewegingen mogelijk.
📍 Voorbeelden: handwortelbeentjes, voetwortelbeentjes.
Platte botten
➡️ Deze beschermen belangrijke organen.
📍 Voorbeelden: schedel (hersenen), borstbeen (hart), schouderblad.


Slide 19 - Tekstslide

Welke problemen of ziektes die met botten te maken hebben ken je al?

Slide 20 - Woordweb

Voorbeelden van ziektes aan de botten zijn;
Reuma
Jicht
Artrose
Osteoporose

Slide 21 - Tekstslide

Artrose
Bij artrose gaat het kraakbeen in je gewrichten achteruit.

  • Je krijgt pijn, stijfheid en moeite met bewegen.
  • Het komt vaak voor in de knieën, heupen, vingers en rug.
  • Artrose is géén ontsteking, maar een slijtage van het gewricht.

Slide 22 - Tekstslide

Reuma (Reumatoïde artritis)

Reuma is een ontstekingsziekte van de gewrichten.

  • Je lichaam valt eigen weefsel aan (auto-immuunziekte)
  • Je hebt pijn, zwelling, stijfheid en voelt je vaak moe.
  • De klachten zijn meestal symmetrisch (links én rechts tegelijk)

Slide 23 - Tekstslide

Jicht
Jicht is een plotselinge ontsteking in een gewricht.

  • Komt vaak voor in de grote teen.
  • Oorzaak: teveel urinezuur in het bloed, dat kristallen vormt in het gewricht.
  • Je krijgt heftige pijn, roodheid en zwelling.

Slide 24 - Tekstslide

Botontkalking / Osteoporose

Bij osteoporose worden je botten broos en zwak.

  • Je hebt meer kans op breuken, vooral in heup, pols en rug.
  • Komt vaak voor bij ouderen, vooral vrouwen.
  • Je merkt het vaak pas als je iets breekt 

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 5 het skelet
Opdracht 5 maken
Individueel
Hulp?
Vraag eerst je medestudent indien je er niet uit komt dan je docent.
Klaar?
in deze volgorde
  • Extra opdracht van docent (woordzoeker)
Opdracht:
Open je boek Anatomie en ziekteleer en maak op bladzijde 11 opdracht 5 het skelet individueel, je hebt hier 5 minuten de tijd voor.
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht 5 nabespreken
  • Wat zijn de functies van het skelet?
  • Wat is een andere naam voor het skelet?
  • Noem 3 verschillende botten
  • Noem 2 problemen of ziektes die met de botten te maken hebben.



Let op: het rad bepaald wie antwoord.

Slide 27 - Tekstslide

Gewrichten en hun functies
 Een gewricht is de plek waar twee botten elkaar raken. Gewrichten zorgen ervoor dat je lichaam kan bewegen.

Wat doen gewrichten?
  • Ze maken beweging mogelijk, zoals buigen, draaien of strekken.
  • Ze worden bij elkaar gehouden door gewrichtsbanden.
  • Ze zorgen dat je botten goed op hun plek blijven tijdens het bewegen.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

De 5 soorten gewrichten
  • Vlak gewricht
  • Scharniergewricht
  • Rolgewricht
  • Ei-gewricht
  • Zadelgewricht
  • Kogelgewricht


Let op: ik noem een soort gewricht en 
de spinner wijst iemand aan die
dat gewricht gaat bewegen.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Opdrachten maken
Opdraccht 6 t/m 9
Individueel
Hulp?
Vraag eerst je medestudent indien je er niet uit komt dan je docent.
Klaar?
in deze volgorde
  • Extra opdracht van docent (woordzoeker)

Opdracht:
Open je boek Anatomie en ziekteleer en maak op bladzijde 12 tot en met 15 de opdracht 6,7,8 & 9. Dit doe je individueel en in stilte. Indien deze niet af zijn wordt dit huiswerk.
School TV botten
https://ntr.nl/html/micrio/schooltv/botten/index.html

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Link

Slide 34 - Tekstslide

Leerdoelen check
Aan het einde van deze les kan je:
  • Benoemen wat de functie van het skelet is
  • Drie verschillende soorten gewrichten benoemen en plaats
  • Vertellen welke aandoeningen er aan het skelet en aan de gewrichten kunnen voorkomen.


Denk hier eerst even rustig over na zonder al te antwoorden, de spinner wijst iemand aan

Slide 35 - Tekstslide

Huiswerk
  • Maak opdracht 6,7,8&9 af voor volgende les. 
  • Kijk het filmpje 
  • Bekijk de link van school-TV

Slide 36 - Tekstslide

Woordzoeker
https://www.toll-net.be/h5p/wp-admin/admin-ajax.php?action=h5p_embed&id=5635

Slide 37 - Tekstslide