Toets Woordsoorten – Taalkundig ontleden (B) HV2

Toets grammatica woordsoorten

Heel veel succes!!!
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Toets grammatica woordsoorten

Heel veel succes!!!

Slide 1 - Tekstslide

Grammatica woordsoorten H1 – Kern Taalkundig ontleden H5-6

Slide 2 - Tekstslide

1. Welke uitspraak is waar? (R)
A
De woorden hen en hun kunnen allebei voorkomen als lijdend voorwerp.
B
Een persoonlijk voornaamwoord verwijst altijd naar een persoon.
C
Het woord jullie kan zowel een persoonlijk als een bezittelijk voornaamwoord zijn.

Slide 3 - Quizvraag

2. Geef van de woorden tussen haakjes in onderstaande zinnen aan wat voor woordsoort het is. Zet de woorden onder elkaar: soms = antwoord

A Soms krijg ik van typen last van mijn pols.
(Soms, ik, van, typen)

Slide 4 - Open vraag

2. Geef van de woorden tussen haakjes in onderstaande zinnen aan wat voor woordsoort het is. Zet de woorden onder elkaar: vanwege = antwoord

B Vanwege te weinig aanmeldingen kon de cursus helaas niet doorgaan.
(vanwege, te, kon, helaas)

Slide 5 - Open vraag

3. Gisteren zag ik [pers.vnw|bez.vnw] Annelotte en zij [pers.vnw|bez.vnw] zei blozend tegen mij [pers.vnw|bez.vnw]: 'Die broer van jou [pers.vnw|bez.vnw] is erg knap!'
Bezittelijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
ik
zij
mij
jou

Slide 6 - Sleepvraag

4. Zullen zij [pers.vnw|bez.vnw] deze week hun [pers.vnw|bez.vnw] vakantie boeken of wachten ze [pers.vnw|bez.vnw] nog even ons [pers.vnw|bez.vnw] advies? (T1)
Bezittelijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
zij
hun
ze
ons

Slide 7 - Sleepvraag

5. Maak één zin waarin vier verschillende voornaamwoorden voorkomen: aanwijzend voornaamwoord (aanw.vnw), vragend voornaamwoord (vr.vnw), persoonlijk voornaamwoord (pers.vnw) en bezittelijk voornaamwoord (bez.vnw). Schrijf de afkorting erachter. (I)

Slide 8 - Open vraag

Grammatica woordsoorten H2 – Kern Taalkundig ontleden H5-6

Slide 9 - Tekstslide

6. Welke bewering is juist? (R)
A
Als het gezegde van een zin uit meer werkwoorden bestaat, dan is de persoonsvorm altijd een zelfstandig werkwoord.
B
Een zin kan meerdere hulpwerkwoorden bevatten.
C
In een zin met een naamwoordelijk gezegde kan een zelfstandig werkwoord staan.

Slide 10 - Quizvraag

Benoem het onderstaande ww van de volgende zin: (T1)

7. Wil je aan je moeder vragen in welk restaurant zij een tafel gereserveerd heeft?
-wil-
A
Hulpwerkwoord
B
Zelfstandig werkwoord
C
Koppelwerkwoord

Slide 11 - Quizvraag

Benoem het onderstaande ww van de volgende zin: (T1)

8. Wil je aan je moeder vragen in welk restaurant zij een tafel gereserveerd heeft?
-vragen-
A
Hulpwerkwoord
B
Zelfstandig werkwoord
C
Koppelwerkwoord

Slide 12 - Quizvraag

Benoem het onderstaande ww van de volgende zin: (T1)

9. Wil je aan je moeder vragen in welk restaurant zij een tafel gereserveerd heeft?
-gereserveerd-
A
Hulpwerkwoord
B
Zelfstandig werkwoord
C
Koppelwerkwoord

Slide 13 - Quizvraag

Benoem het onderstaande ww van de volgende zin: (T1)

10. Wil je aan je moeder vragen in welk restaurant zij een tafel gereserveerd heeft?
-heeft-
A
Hulpwerkwoord
B
Zelfstandig werkwoord
C
Koppelwerkwoord

Slide 14 - Quizvraag

Neem de hele zin over en vul op de lege plekken een passend werkwoord in. (T2)

11. De hele vakantie [...] (hww) Aiden op Ibiza [...] (hww) [...] (zww).

Slide 15 - Open vraag

Neem de hele zin over en vul op de lege plekken een passend werkwoord in. (T2)

12. Yassin [...] (hww) nooit klassenvertegenwoordiger [...] (hww) [...] (kww).

Slide 16 - Open vraag

Grammatica woordsoorten H3 – Kern taalkundig ontleden 20-21

Slide 17 - Tekstslide

Noteer alle hulpwerkwoorden. Staat er geen hulpwerkwoord in de zin? Zet dan een streepje. (T1)

13. De buren zullen toch niet de hele nacht blijven feestvieren?
A
zullen
B
blijven
C
feestvieren
D
-

Slide 18 - Quizvraag

Noteer alle hulpwerkwoorden. Staat er geen hulpwerkwoord in de zin? Zet dan een streepje. (T1)

14. Gedurende het proefwerk waren de leerlingen allemaal muisstil.
A
Gedurende
B
waren
C
muisstil
D
-

Slide 19 - Quizvraag

Noteer alle hulpwerkwoorden. Staat er geen hulpwerkwoord in de zin? Zet dan een streepje. (T1)

15. Voor veel studenten zou de voorgestelde maatregel weleens zeer ongunstig kunnen zijn.
A
zou
B
kunnen
C
zijn
D
-

Slide 20 - Quizvraag

Noteer alle koppelwerkwoorden. Staat er geen koppelwerkwoord in de zin? Zet dan een streepje. (T1)

16. Onderzoek heeft aangetoond dat de meeste daklozen mannen zijn.

A
heeft
B
aangetoond
C
zijn
D
-

Slide 21 - Quizvraag

Noteer alle koppelwerkwoorden. Staat er geen koppelwerkwoord in de zin? Zet dan een streepje. (T1)

17. Toen de IJslandse geiser Geysir nog actief was, kon zijn water tot een hoogte van 70 meter spuiten.


A
was
B
kon
C
spuiten
D
-

Slide 22 - Quizvraag

18. Lees onderstaande zinnen. Is het onderstreepte werkwoord een koppelwerkwoord? Leg je antwoord uit. (T2)

A De reizigers waren afgepeigerd na de barre tocht over de bergen.

Slide 23 - Open vraag

19. Lees onderstaande zinnen. Is het onderstreepte werkwoord een koppelwerkwoord? Leg je antwoord uit. (T2)

B Gelukkig heette de waard hen warm welkom in de herberg.

Slide 24 - Open vraag

Grammatica woordsoorten H4 – Kern taalkundig ontleden 20-21

Slide 25 - Tekstslide

20. Welke bewering is waar? (R)
A
Alle hoofdtelwoorden kun je vervangen door cijfers.
B
Een bepaald hoofdtelwoord geeft een onduidelijk aantal aan.
C
Telwoorden geven een hoeveelheid of een volgorde aan.

Slide 26 - Quizvraag

21. Welke bewering is waar? (R)
A
Een bepaald hoofdtelwoord geeft een duidelijk aantal aan.
B
Rangtelwoorden kun je soms vervangen door cijfers.
C
Telwoorden geven altijd een hoeveelheid aan.

Slide 27 - Quizvraag

Lees de onderstaande tekst en let op telwoorden. Op de volgende slide moet je de telwoorden benoemen.
Coalitie wil WK vrouwen naar Nederland halen
 Meerdere regeringspartijen willen het WK voor vrouwen naar Nederland halen. Kamerlid Antje Diertens van D66 heeft Bruno Bruins (minister van Sport) opgeroepen om met de KNVB hierover in gesprek te gaan. De KNVB laat weten een dergelijk plan wel te zien zitten. Onlangs plaatste de ploeg van bondscoach Sarina Wiegman zich nog voor het eerstvolgende WK in Frankrijk.

Het zal trouwens nog wel een paar jaar duren voordat de FIFA de knoop doorhakt. Naar verwachting wordt er pas over zo’n vijf jaar een beslissing genomen. Nederland moet dan wel met een bidbook komen, een plan met financiële onderbouwing.

Slide 28 - Tekstslide

22. Geef aan tot welk soort telwoord de telwoorden uit de tekst horen.
Bepaald hoofdtelwoord



Onbepaald hoofdtelwoord


Bepaald rangtelwoord



Onbepaald rangtelwoord
meerdere
paar
vijf

Slide 29 - Sleepvraag

23.Bekijk de volgende twee zinnen met breukgetallen. Uit wat voor soort telwoorden bestaan breukgetallen altijd? Leg je antwoord uit. (T1)

Zin 1: Twee achtste [2/8] is gelijk aan één vierde [1/4], oftewel een kwart.
Zin 2: 3 promille is drie duizendste deel [3/1000].

Slide 30 - Open vraag

24. Bedenk een zin met een onbepaald rangtelwoord. (I)

Slide 31 - Open vraag

Grammatica woordsoorten H5 – Kern taalkundig ontleden 35-36

Slide 32 - Tekstslide

25. Vul aan: een samengestelde zin is … (R)

Slide 33 - Open vraag

26. Noteer van de volgende zin de hoofd- en bijzinnen en de voegwoorden.
a Doordat Sabina te laat kwam, miste ze de toost op de jarige.

Hoofdzin:
Bijzin:
Voegwoord:

Slide 34 - Open vraag

27. Noteer van de volgende zin de hoofd- en bijzinnen en de voegwoorden.
b Mag ik jouw telefoon lenen om alvast naar de treintijden te kijken?

Hoofdzin:
Bijzin:
Voegwoord:

Slide 35 - Open vraag

28. Noteer van de volgende zin de hoofd- en bijzinnen en de voegwoorden.
c Die vraag kan ik noch bevestigen noch ontkennen.

Hoofdzin:
Bijzin:
Voegwoord:

Slide 36 - Open vraag

29. Welk van de volgende woorden is geen voegwoord? (T1)
A
als
B
bovendien
C
hoewel
D
opdat

Slide 37 - Quizvraag

30. Welk van de volgende woorden is geen voegwoord? (T1)
A
aangezien
B
nadat
C
tenzij
D
daardoor

Slide 38 - Quizvraag

31. Maak een zin waarin het voegwoord of twee hoofdzinnen verbindt. (I)

Slide 39 - Open vraag

32. Maak een zin waarin het voegwoord of een hoofdzin en een bijzin verbindt. (I)

Slide 40 - Open vraag

Laatste onderdeel!!
NNH6-Kern 35-36

Slide 41 - Tekstslide

33. Een enkelvoudige zin bevat maximaal één persoonsvorm.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 42 - Quizvraag

34. Een samengestelde zin bevat maximaal drie persoonsvormen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 43 - Quizvraag

Benoem de onderstreepte woorden uit onderstaande zinnen en noteer de juiste afkorting van de woordsoort erachter. Kies uit: zn, blw, olw, bn, zww, hww, kww, aanw.vnw, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz, bw, bep.hoofdtelw, onbep.hoofdtelw, bep.rangtelw, onbep.rangtelw, osvg en nsvg.
35. De Franse Concorde vloog op een hoogte van vijftien kilometer, omdat het toestel daar de supersonische snelheid van 2200 kilometer per uur kon bereiken, bijna twee keer de snelheid van het geluid. (T1)
zn
blw
olw
bn
zww
hww
kww
aanw. vnw
vr. vnw
pers. vnw
bez. vnw
vz
bw
bep. hoofdtelw
onbep. hoofdtelw
bep. rangtelw
onbep. rangtelw
osvg
nsvg
Franse
vloog
vijftien
per
kon

Slide 44 - Sleepvraag

Benoem de onderstreepte woorden uit onderstaande zinnen en noteer de juiste afkorting van de woordsoort erachter. Kies uit: zn, blw, olw, bn, zww, hww, kww, aanw.vnw, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz, bw, bep.hoofdtelw, onbep.hoofdtelw, bep.rangtelw, onbep.rangtelw, osvg en nsvg.
36. Als je vanuit je vliegtuigstoel naar beneden keek, zou je jumbojets kunnen ontdekken, maar die bevonden zich enige kilometers lager. (T1)
zn
blw
olw
bn
zww
hww
kww
aanw. vnw
vr. vnw
pers. vnw
bez. vnw
vz
bw
bep. hoofdtelw
onbep. hoofdtelw
bep. rangtelw
onbep. rangtelw
osvg
nsvg
Als
vanuit
je
kunnen
maar

Slide 45 - Sleepvraag

37. Maak een samengestelde zin waarin één zelfstandig werkwoord, één hulpwerkwoord en één koppelwerkwoord voorkomt. (I)

Slide 46 - Open vraag