dag 2

Woordenschat
Vandaag leer je vijf nieuwe woorden bij het thema 6: Verliefd zijn.

Schrijf het woord op en ook de betekenis.

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Woordenschat
Vandaag leer je vijf nieuwe woorden bij het thema 6: Verliefd zijn.

Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 1 - Tekstslide

opvallend
  • als iets of iemand de aandacht trekt
  • synoniem: opmerkelijk
  • iets valt op/ iets is bijzonder
  • zin: De jongen heeft een opvallend knap uiterlijk, hij heeft mooie ogen.
  • zin: Het meisje kan opvallend goed zingen,  haar stem         valt op. 

Slide 2 - Tekstslide

het geloof
  • de overtuiging dat iets waar is of bestaat
  • je denkt/ je vindt dat iets echt zo is
  • werkwoord: ik geloof, ik geloofde, ik heb geloofd
  • zin: Lang geleden geloofde ik in sprookjes.
  • zin: Ik geloof dat de jongen en het meisje verliefd op elkaar zijn.  

Slide 3 - Tekstslide

de angst
  • het gevoel dat je bang bent
  • angstig zijn =  bang zijn voor
  • zin: Ik heb angst voor grote, dikke, zwarte spinnen.
  • zin: Als ik een afspraak met een meisje wil maken, voel ik een beetje angst

Slide 4 - Tekstslide

voorzichtig
  • goed opletten zodat er geen vervelende dingen gebeuren
  • werkwoord: voorzichtig zijn 
  • ik ben voorzichtig, ik was voorzichtig, ik ben voorzichtig geweest
  • zin: Als ik de weg oversteek, ben ik voorzichtig.
  • zin: De jongen sprak heel voorzichtig met het meisje waar hij verliefd op was. 

Slide 5 - Tekstslide

uiteindelijk
  • laatst, er komt daarna niets meer  
  • op het laatst
  • toch maar wel
  • zin: Uiteindelijk maakte zij de toets toch maar wel.
  • zin: Het lijkt mij verstandig om uiteindelijk toch een andere opleiding te kiezen.  

Slide 6 - Tekstslide

Wat betekent :
uiteindelijk
A
Als eerste
B
Als laatste
C
Bijna als laatste
D
Als middelste

Slide 7 - Quizvraag

Waar wordt het woord:
opvallend
goed gebruikt?
A
Mijn mobiel heeft een zwarte kleur. Dat is opvallend.
B
Mijn mobiel heeft een grijze kleur. Dat is opvallend.
C
Mijn mobiel heeft een roze kleur met gouden rondjes. Dat is opvallend.
D
Mijn mobiel heeft een witte kleur. Dat is opvallend.

Slide 8 - Quizvraag

Bij welke zin past het woord:
voorzichtig
A
Wat leuk! Je komt bij ons op bezoek.
B
Die pizza is echt lekker!
C
Pas op, de auto's rijden hier heel hard!
D
Oh nee, we hebben morgen weer school...

Slide 9 - Quizvraag

Wat geloofde jij vroeger, maar weet je
nu dat dit niet waar is?

Slide 10 - Woordweb

Voor welk dier heb jij angst?

Slide 11 - Open vraag

Opdracht: welk woord hoort in de zin?
Welk woord hoort in de zin? Schrijf alleen het woord op, niet de hele zin!

Slide 12 - Tekstslide

Veel leerlingen in de klas hebben een verschillend .....

Slide 13 - Open vraag

Wil je .......... doen met mijn mobiel? Deze is net nieuw.

Slide 14 - Open vraag

Hij draagt een ........... jasje. Die kleur is heel bijzonder!

Slide 15 - Open vraag

Vanaf mijn jeugd heb ik al een grote ..... voor spinnen.

Slide 16 - Open vraag

.......... ga je naar een Nederlandse school.

Slide 17 - Open vraag

Zinnen maken

Het rad draait een naam. Zie je jouw naam? Dan maak je 1 zin met één of meer woorden: 
opvallend, het geloof, de angst, voorzichtig, uiteindelijk


Slide 18 - Tekstslide