Les 4 week 11 De aarde en IK! Biosfeer

De Aarde en IK!
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldcampusMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

De Aarde en IK!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Aarde en IK!
Module 2 les 11: de biosfeer

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode #
  • Thema: Duurzaam
  • Benodigde lesmaterialen: Laptop/Oplader - Werkboekje - LessonUp.
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Intro-ductieles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Kennisles
Eind-opdracht
Eind-opdracht

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie / Vliegtuigstand in je tas
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Leesmoment actualiteiten
- Lees je artikel. 
- Beantwoord de vragen in je werkboekje over de actualiteiten. Voorbeeld artikel: https://www.kidsweek.nl/nieuws/schieten-op-wolf-met-verfkogels-mag-niet~4c4623c


timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Terugblikvraag: Noem vier woorden die passen bij het begrip 'duurzaamheid'.

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Terugblikvraag: Noem vier woorden die passen bij het begrip 'Green Deal'.

Slide 7 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Terugblikvraag: Noem twee voorbeelden van informatiebronnen over duurzaamheid.

Slide 8 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
1. Leerlingen kunnen uitleggen wat 'de biosfeer' en 'een ecosysteem' zijn. 
2. Leerlingen kunnen uitleggen dat mensen, dieren en planten samenwerken in de natuur.

- Artikel actualiteiten lezen. 
- Terugblikopdrachten. 
- Uitleg biosfeer en ecosystemen. 
- Oefenen: video en uitlegkaart maken. 
- Afsluiting. 

Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Voorkennisvraag: wat gebeurt er al een dier dood gaat?
Wat gebeurt er al een dier dood gaat?
- Blijft een dier voor altijd dood liggen?
- Waar gaat het dier heen?
- Wat zit er in het dier?

Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Voorkennisvraag: waarom zijn bijen belangrijk voor de natuur?
Waarom zijn bijen belangrijk voor de natuur?
- Wat zijn bijen?
- Wat doen bijen? 
- Waarom zijn bijen belangrijk voor planten?

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
De biosfeer
De biosfeer = de plekken op aarde                                                               waar leven mogelijk is. Op die plekken                                                         leven samen en werken samen:
1. Planten. 
2. Dieren. 
3. Mensen. 

Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Ecosystemen
Een ecosysteem = een gebied waar planten en dieren (= organismen) samenleven. Alle ecosystemen zitten in de biosfeer.

Voorbeelden van ecosystemen:
1. Een bos. 
2. Een oceaan. 
3. Een woestijngebied. 
4. Een prairie. 

Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Wat hoort er allemaal bij de biosfeer?
A
Leefgebied van planten.
B
Leefgebied van planten en dieren.
C
Leefgebied van planten, dieren en mensen.
D
Alles op het land.

Slide 14 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat is geen ecosysteem?
A
Een bos.
B
Een oceaan.
C
Een klaslokaal.
D
Een berggebied.

Slide 15 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
       Voorbeeld samenwerking: voedselkringloop
In de biosfeer en het ecosysteem werken planten, dieren en mensen samen, want ze geven elkaar: voedingsstoffen (om jezelf te voeden en in leven te blijven) en energie. Ze zijn verbonden aan elkaar.

Voorbeeld van het ecosysteem bos (voedselkringloop):
- Planten hebben zonlicht nodig voor groei. 
- Dieren eten planten (voor voedingsstoffen). 
- Roofdieren eten andere dieren. 
- Dode dieren en planten worden afgebroken door                                           bacteriën/schimmels en hun voedingsstoffen gaan de grond in.

Slide 16 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Gevaren voor een ecosysteem?!
Een ecosysteem kan ook verstoord raken (uit evenwicht, slecht met elkaar samenwerken), bijvoorbeeld als:
- Er teveel bomen worden opgekapt, want dan gaat het huis van de dieren weg. 
- Uitsterven van één hele diersoort, waardoor er te weinig voedsel is voor roofdieren. 

Dus: we moeten de natuur beschermen, anders zijn er gevaren.

Slide 18 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Checkvraag: Wat gebeurt er als er een diersoort verdwijnt uit een ecosysteem?
A
Er verandert niks.
B
Planten gaan allemaal dood.
C
Sommige dieren hebben geen voedsel meer.
D
De biosfeer stopt.

Slide 19 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Checkvraag: Wat hoort niet bij een ecosysteem?
A
Planten.
B
Dieren.
C
De bodem (grond).
D
Gebouwen.

Slide 20 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Checkvraag: Wie zorgt ervoor dat dode dieren worden afgebroken?
A
Planten.
B
Schimmels en bacteriën.
C
Dieren.
D
De zon.

Slide 21 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Checkvraag: Hoe kan de mens een ecosysteem verstoren (kapot maken)?
A
Dieren eten geven.
B
Zonlicht op aarde.
C
Regen.
D
Bomen kappen.

Slide 22 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Leg in drie zinnen uit hoe dieren en planten samenwerken in het bos.

Slide 23 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Oefenen: kijkvragen bij video
https://schooltv.nl/video-item/kringloop-in-het-bos-in-het-bos-wordt-alles-opnieuw-gebruikt 

Bekijk de video en beantwoord de volgende vragen:
1. Wat wordt bedoeld met een kringloop?
2. Hoe werkt de natuur met elkaar samen? Geef twee voorbeelden uit de video.

Slide 24 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Aan de slag: uitlegkaart voedselkringloop bos (15 min.)
Opdracht: je moet een een uitlegkaart maken voor leerlingen uit groep 7 of 8 van de basisschool. Op deze kaart leg je het volgende uit:
1. Wat is de biosfeer?
2. Hoe werkt de voedselkringloop in het bos?
3. Waarom deze kringloop belangrijk is voor het leven op aarde?

Werk in duo's: gebruik korte zinnen, pijlen en tekeningen. Zorg ervoor dat kinderen van 10-11 jaar dit kunnen begrijpen
Jullie hebben 15 minuten de tijd

Slide 25 - Tekstslide

Succescriteria leerlingen:
Je opdracht is geslaagd als je dit hebt gedaan:
☐ Ik leg in mijn eigen woorden uit wat de biosfeer is.
☐ Ik laat met pijlen zien hoe de voedselkringloop in het bos werkt (planten → dieren → opruimers).
☐ Ik noem minstens 1 voorbeeld van een plant, dier en opruimer (bijv. boom, hert, schimmel).
☐ Ik leg kort uit waarom de voedselkringloop belangrijk is voor het leven op aarde.
☐ Ik gebruik korte, duidelijke zinnen die kinderen van 10–11 jaar begrijpen.
☐ Ik gebruik tekeningen en/of symbolen om mijn uitleg te ondersteunen.
☐ De uitlegkaart is overzichtelijk en af binnen 15 minuten.

Besef van kwaliteit: wat is de beste uitlegkaart? Waarom?

Slide 26 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Leerlingen kunnen uitleggen wat 'de biosfeer' en 'een ecosysteem' zijn.
  2. Leerlingen kunnen uitleggen dat mensen, dieren en planten samenwerken in de natuur.


Slide 27 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • Biosfeer.
  • Ecosysteem.
  • Verbonden. 
  • (Voedselkringloop.)

Slide 28 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Exit ticket: Geef één reden waarom mensen goed moeten zorgen voor de natuur.

Slide 29 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Afsluiting
Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies