Eenheden

Welkom!
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Op Bord:
  • Programma
  • Wachtwerk
Hoe gaat het met jou?
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Programma:
  • Eenheden
  • RNT - toets afronden
  • Rekenen in de studiemeter naar een hoger niveau
  • Rekentaal oefenen met Blooket
  • Reflectie & Afsluiten


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het einde van de les kan je
  • eenheden herkennen (m, cm, L, ml, g, kg)
  • de rekenkaart gebruiken om eenheden om te rekenen
  • met een liniaal meten
  • meer rekentaal

Slide 4 - Tekstslide

Hou het bij max. 3
Het programma rekenen in de OWR
  1. Taalloze rekentoets TOA
  2. Rekentaal
  3. Nulmeting in Studiemeter afronden 
  4. Rekenen in Studiemeter naar een hoger rekenniveau (na de pauze)
  5. Examen rekenen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MBO-opleidingen
Wat heb je nodig per niveau?
mbo 2-opleiding
Toelating: 

Nederlands: B1
Rekenen: onderweg niveau 2
Engels: onderweg naar A1
mbo 3- opleiding
Toelating: 

Nederlands: B1 (B2)
Rekenen: niveau 2

Engels: A1
mbo 4-opleiding
Toelating:

Nederlands: B2
Rekenen: niveau 3

Engels: A2

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De domeinen van het rekenen:
Grootheden en eenheden
2 en 3-dimensionale wereld
Kwantitatieve informatie
Procenten
Verhoudingen


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meten
  • Stel je op volgorde van klein naar groot.
  • Pak een meetlint en meet elkaar op.
  • Schrijf je naam en je lengte op het bord.

Slide 8 - Tekstslide

Meetlinten
Gebruik deze opdracht om kort te laten rekenen en de rekentaal te herhalen. 
Bijvoorbeeld:
Student ƩƩn is 155 cm groot. Hoe kan je dit ook anders zeggen?
Student ƩƩn is 1,55 m groot en student twee is 1,85 m groot. Wat is het verschil? Hoeveel is student twee groter dan ...? student ƩƩn.
Hoeveel is student ƩƩn kleiner dan student twee. 
Enz.
Wat zijn eenheden?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet op tafel verschillende onderwerpen staan
Bespreek met je groepje de volgende vragen:

  • Welke eenheid hoort bij het onderwerp en waarom?
  • Hoeveel denk je dat in een fles/ pak/ douchegel enz. zit?
  • Wat betekent centimeter/ liter/ kilogram?

​
​









Slide 10 - Tekstslide

pak suiker, fles, liniaal, weegschaal, horloge, douchegel enz


Wat is een eenheid?
Een eenheid is waar je grootheden mee meet:

lengte: mm, cm, dm, m, dam, hm, km 
inhoud: ml, cl, dl, l, dal, hl, kl 
gewicht: mg, cg, dg, g, dag, hg, kg
tijd: sec, min, uur, dag, maand, jaar

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Extra uitleg over het ezelsbruggetje.
Meten met de lineaal
  • Je krijgt een liniaal en zes verschillende voorwerpen. 
  • Ga deze meten en vul het werkblad in.
  • Reken de maten ook van cm naar mm om.
  • Schrijf goede zinnen: De pen is 14 cm. In millimeter is dat 140 mm.
  • Je mag hiervoor je rekenkaart gebruiken.
  • Vergelijk je antwoord met je buur.

​
​









Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de eenheden om ... hoe doe je dit?
  • 120 cm -> ... m
  • 100 m  -> ... cm
  • 250 ml -> ... l
  • 500 cl -> ... dl
  • 0,75 kg -> ... g
  • 650 g -> ... kg

​
​









Slide 17 - Tekstslide

Leg uit hoe je dit doet
Reken de eenheden om ... hoe doe je dit?
  • 3,2 km -> ... m  ->  ... cm
  • 0,4 l -> ... dl  ->  ... cl
  • 180 minuten ->  ... uur
  • 650 g -> ... mg  ->  ... kg
  • 5 x 250ml = ... l
  • 6 x 0,6 m = ... km

​
​









Slide 18 - Tekstslide

Leg uit hoe je dit doet. Maak je denkstappen duidelijk.
Daarna nog zelfstandig met het werkblad laten werken
Rekentaal met Blooket! (10 minuten)
1. Log in met de QR-code of gamepin
2. meerkeuzevragen. 
Is het antwoord goed > groen scherm > je kiest een kist en           verdient goud. 
Is het antwoord fout > rood scherm + 3 seconden wachten (je ziet het goede antwoord)                                             

Bij goede antwoorden
kun je ook goud stelen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Inloggen Studiemeter (rekenen)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken - als je klaar bent met RNT

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RNT - toets 
Goede inschatting van je eigen niveau.
Adaptieve toets (past zich op je niveau aan).
Altijd de berekening opschrijven!

Tijdens examen:
1 punt voor de goede oplossing.
4 punten voor de berekening. (hoe reken jij de som uit)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Link

Beter rekenen om dagelijks mee te oefenen.
Hoe gaat het nu met jou?
Hoe was de les?
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wat ging goed?
Waar ben je trots op?

Slide 26 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan beter?
Wat moet je nog oefenen?

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je de volgende keer anders?
Wat heb je nodig?

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies